Evangelieprikje (2008)

Historisch onderzoek zal het wellicht nooit meer kunnen achterhalen of Jezus op het moment dat Hij de tempel reinigde, sloffen aanhad. Maar aan of niet, Hij is toch ferm uit Zijn sloffen geschoten. Alleen dat al maakt dit stukje evangelie een beetje bizar. Ik ken veel voorbeelden uit het evangelie waarbij ik me kan voorstellen dat ik mij kwaad zou gemaakt hebben moest ik in Jezus' sandalen gestaan hebben. Jezus maakt zich echter zelden kwaad. Dat het hier wel gebeurt en nog wel vrij heftig, betekent dus ongetwijfeld dat hetgeen Jezus zag gebeuren voor Hem echt niet door de spreekwoordelijke beugel kon. Jezus protesteert tegen het feit dat men van de tempel een markthal gemaakt had. Met dat protest staat hij trouwens niet alleen, eerder al hadden profeten en Essenen daar opmerkingen over gemaakt. De tempel lijkt steeds minder te maken te hebben met godsdienst en alles met mensdienst. Er is een cultus gegroeid waarbij offers gebracht worden en die offers moet je niet meebrengen, neen, die kan je kopen aan de tempel zelf. En zo is er een soort markt ontstaan in offerdieren. Nu, wie markt zegt, zegt lawaai, terwijl het voor Jezus en andere "rechtvaardigen" een huis van gebed en stilte moet zijn. Ik denk dat we dat allemaal wel begrijpen. Het offer dat gebracht wordt is dus eigenlijk niet meer iets van de mens zelf, je hebt je aanbidding afgekocht. Daarbij komen dan nog de geldwisselaars omdat er alleen mag geofferd worden met joodse valuta's, wat vaak schandalige wisselkoersen opleverde.

Vraag is welke blijde boodschap er voor ons in deze woede-aanval zit? Gaat dit gewoon over het feit dat we er moeten over waken dat onze gebedshuizen gebedshuizen blijven? Is dit evangelie bestemd om oplossingen te bieden aan de discussies die soms gaande zijn op een parochie over al dan niet te mogen samenzijn na de viering in de kerk? Ik denk het eerlijk gezegd niet. Dit gaat ook niet over de vele toeristische winkeltjes in bedevaartsoorden als Lourdes. Natuurlijk valt daar iets over te zeggen, maar bij mijn weten zijn die buiten de gebedshuizen. Het kan ons misschien wel eens doen nadenken over de inrichting van onze gebedshuizen: nodigt zij uit tot gebed, tot rust komen of zijn er zo veel dingen te zien dat we er niet toe komen naar onszelf te kijken? Zou een mooi gesprek kunnen worden op de vergadering van de Kerkraad.

Ik wil even blijven stilstaan bij het laatste gedeelte van deze tekst waarbij de schrijvers van het Johannesevangelie zeggen dat het lichaam van de Verrezen Christus de nieuwe tempel is. Het menselijk lichaam als nieuwe tempel. Geheel in die lijn noemt Paulus in zijn brief aan de Korintiërs de mens Gods bouwwerk met Jezus Christus als fundament. Ons vergankelijk, bij tijden zondig lichaam is één van de plaatsen waar God tot ons wil komen. Als we lang genoeg stilstaan bij die gedachte zal het ons wel dagen dat dit niet alleen een prachtig geschenk is, maar ook een engagement vraagt van ons. Het betekent niet meer of minder dan dat we met eerbied en respect ons lichaam en dat van anderen moeten behandelen. En dan keer ik bv. even terug naar de vraag aan de Kerkraad daarnet: nodigt het gebedshuis voldoende uit tot gebed? Nodigt onze manier van in het leven staan uit tot gebed? Hongert ons lichaam naar God of leggen we die honger het zwijgen op met veel en lekker eten, een hobby waar je compleet in opgaat, TV, computer, seksualiteit of drugs misschien? Wij maken van Gods bouwwerk toch geen handelsplaats, wij verhuren ons lichaam toch niet voor geld of andere gunsten? Als Jezus eens zou mogen tekeergaan in ons leven, wat zou Hij er dan onmiddellijk uitzwieren?

Betekent dat dan dat we enkel nog als vrome kwezeltjes mogen leven? Ik denk niet dat dit de bedoeling kan zijn. Ik meen dat we er alleen wat meer zouden kunnen aan denken om ons lichaam en dat van anderen met wat meer eerbied en respect te behandelen. Zelfs als beide partners akkoord zijn met een one-nightstand, dan nog moeten we ons vragen stellen. Ons lichaam is toch meer dan een gebruiksvoorwerp? Zelfs als het echt nodig is om je job te houden dat je workaholic wordt, dan nog moeten we ons afvragen of het geoorloofd is roofbouw te plegen op je eigen lichaam? En ga zo maar door ... Natuurlijk, iedereen doet wat hij wil, ik mag mij daar niet mee moeien. En toch, als iemand die we graag hebben bij ons op bezoek komt, dan zullen we toch tenminste de logeerkamer in orde brengen? Waarom zouden we niet hetzelfde kunnen doen wanneer wij in ons intiemste kamertje van ons lichaam de verrezen Heer zelf mogen ontvangen? Het is toch een eer dat Hij bij ons te gast wil zijn, ik weet niet of ik niemand anders zou kiezen.