Kerkwijding van de Sint-Jan van Lateranen (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
In de eerste lezing hoorden we een prachtige droom van Ezekiël: hij zag de tempel als een bron van leven, bron van vruchtbaarheid. De tempel was het centrum van de joodse godsdienst, het was de plek waar God zijn volk nabij was, waar je Hem ontmoeten kon. En Ezekiël droomt ervan dat alle mensen die in die tempel zijn geweest weer naar huis gaan, geïnspireerd, gemotiveerd, gesterkt om Gods bedoelingen met elkaar waar te maken en te werken aan een samenleving waarin mensen leven en gedijen in een geest van saamhorigheid.
Je hebt tegenwoordig wel eens van die kettingbrieven. Ieder die een soortgelijke brief krijgt, wordt verondersteld die brief door te sturen aan meerdere personen. Zo wordt een beperkte boodschap een grote stroom die steeds meer mensen bereikt. Zo ziet Ezekiël ook de functie, de kracht van de tempel. Zo zou het moeten zijn, maar de werkelijkheid is vaak anders.
In het evangelie ontmoeten we Jezus die zich hevig ergerde aan de commerciële sfeer in de tempel, het was een marktplaats geworden. Zijn ergernis betrof niet alleen de letterlijke handel op het tempelplein, maar ook het gemarchandeer met God dat in de tempel plaats vond. Men wilde Gods welwillendheid a.h.w. afkopen met het brengen van allerlei offers. Hoe men echt leefde en omging met elkaar was niet zo belangrijk als je God maar te vriend hield.
De droom van Ezekiël was in feite ver zoek. Jezus zag geen mensen geïnspireerd en begeesterd uit de tempel komen die weer anderen inspireerden en begeesterden. Het was veeleer: ieder voor zich en God voor ons allen.
Onze kerken zijn ook plaatsen waar we God ontmoeten, waar we ons laten inspireren door Jezus' boodschap, waar we verbondenheid vieren om die ook buiten de kerk waar te maken.
En Ezekiël zou dromen van enthousiaste mensen die na een weekendviering de kerk uit komen, niet om weer hun eigen gangetje te gaan, zo van: dat hebben we weer gehad, de baas boven kan tevreden over me zijn.
Ezekiël zou dromen van mensen die anderen zouden aanspreken om ze te laten delen in hun enthousiasme, om tegen elkaar te zeggen: kom we gaan ons samen inzetten voor de gemeenschap, voor de zieken, voor mensen die het moeilijk hebben.
Ezekiël zou dromen van een kettingreactie waardoor steeds meer mensen in beweging zouden komen voor dezelfde idealen, voor een leefbare wereld voor iedereen.
Ik ben geen Ezekiël en ik droom niet over zulke dingen. Ik ben een realist en ik zie geen bezielde mensen in de kerk, ik zie geen enthousiaste mensen die na de viering de straat opgaan met het voornemen: we gaan de wereld eens veranderen. Ik zie geen kerkgebouw dat uitpuilt van begeesterde gelovigen. Ik zie ook geen kerkgemeenschap, geen Kerk met een hoofdletter, die mensen enthousiast weet te maken voor die boodschap van Jezus die daardoor iets op gang zet wat als een olievlek zich verspreid in elke gemeenschap, in elke land, in heel de wereld. Ik zie maar weinig mensen die echt warm lopen voor de Kerk van Jezus, wel een steeds kleiner wordend aantal mensen die nog meelopen in die gemeenschap omdat ze dat zo gewend zijn, maar weinig mensen die voorop lopen, die echt iets van enthousiasme uitstralen.
Ik ben een realist, ik verwacht niet veel meer van die Kerk. Ik voorzie dat de kerkgebouwen steeds leger worden en dat de kerkgemeenschap steeds meer mensen verliest.
Ik ben een realist, maar ik ben ook een gelovige en daarom blijf ik toch hopen dat de droom van Ezekiël ooit werkelijkheid wordt al is het maar in heel kleine dingen.
Ik blijf toch hopen dat de gemeenschap van gelovigen niet afgebroken wordt maar zichzelf steeds weer opbouwt, niet in drie dagen, maar wel in een langere periode.
Ik blijf toch hopen dat Jezus'boodschap mensen blijft inspireren ook hier in onze eigen samenleving. Ik ben een realist, maar een gelovige realist, maar soms vraag ik me wel af of dat wel samen kan gaan.