Water van onder de drempel

 

Kort na zijn pauskeuze en het officieel begin van een pontificaat neemt de bisschop van Rome bezit van zijn ‘cathedra’ in de basiliek van Lateranen. Dit is de eigenlijke bisschopskerk. Ze is ‘de moeder en het hoofd van alle kerken’. Tot in 1308 woonden de pausen daar dichtbij. Toen zijn zij naar Avignon uitgeweken. Bij de terugkeer vestigde paus Gregorius zich op de Vaticaanse heuvel, waar zijn opvolger nog woont.  De basiliek van Lateranen is de oudste kerk in het Westen.  Ze kwam er op wens van keizer Constantijn. Die had daar trouwens in de wijk zijn paleis. Paus Sylvester I wijdde deze kerk in 324.  Na een grote en grondige restauratie onder paus Benedictus XIII werd ze in 1726 opnieuw ingewijd.

In het verleden heeft Lateranen zijn naam verbonden aan enkele synodes en concilies (5), die er zijn gehouden. Die naam is verbonden aan het verdrag dat in 1929 een einde maakte aan de zogenaamde Romeinse kwestie. Dit regelde de verhoudingen tussen het Vaticaan en Italië.

Het liturgische feest van de kerkwijding van Lateranen drukt onze verbondenheid uit met Rome, de zetel van Petrus. Rome wijst naar de opeenvolgende generaties christenen, vanaf de eerste geloofsgetuigen en martelaren en uit de tijd van de catacomben tot heden. Rome, stad met historische rijkdom en verpauperde buurten, met charmante volkswijken, stad met toeristen en pelgrims. Een aantal onder hen gaan bidden in een van of in alle vier de grote basilieken.

Paus Franciscus heeft in 2013 op de tweede paaszondag bezit genomen van zijn zetel in de kerk van Lateranen. Zijn homilie was aangepast aan die zondag, die de zondag van de barmhartigheid is. Hij heeft die zondag vooral daarover gesproken. Dit is een geliefd thema van hem in de lijn van zijn pausleuze Miserando atque eligendo. Hij vroeg in de basiliek van Lateranen bij het einde van de viering, vooraleer de zegen te geven, dat de gelovigen voor hem zouden bidden. Dit vraagt hij regelmatig: “ Bid voor mij, want ik heb het nodig.” Wie van ons heeft dit niet nodig? Het klonk zo eenvoudig en is van toepassing waar we als leden van het Godsvolk samen optrekken:  “Fratelli e sorelle, buonasera! Vi ringrazio tanto per la vostra compagnia nella Messa di oggi. Grazie tante! Vi chiedo di pregare per me, ne ho bisogno. Non vi dimenticate di questo. Grazie a tutti voi! E andiamo avanti tutti insieme, il popolo e il Vescovo, tutti insieme; avanti sempre con la gioia della Risurrezione di Gesù; Lui sempre è al nostro fianco.

Che il Signore vi benedica!  Grazie tante! A presto!”

“Broeders en zusters, goede avond. Ik dank u zeer voor uw aanwezigheid in deze mis. Veel dank. Ik vraag u voor mij te bidden. Ik heb het nodig. Vergeet dit niet. Dank aan u allen. En laat ons samen optrekken: het volk en de bisschop, altijd vooruit in de vreugde van de verrezen Jezus. Hij is altijd aan onze zijde. Bedankt. Tot weldra.”

Het verlangen naar barmhartigheid heeft paus Franciscus begeleid wanneer hij de synode over de familie heeft samengeroepen. Hij vroeg daarvoor het gebed van de gelovigen. Hij blijft er op rekenen in de toekomst.

Gods bouwwerk

Het feest van een kerkwijding verwijst uiteraard naar een gebouw dat aan het profaan gebruik is onttrokken en voor de eredienst bestemd. Nochtans staan gebouwen niet voorop in het christendom.  Jezus had geen steen om zijn hoofd op te leggen en hij was meer buiten de tempel en de synagoog dan erin. Hij had voor beiden eerbied en heeft er deelgenomen aan joodse feesten en bijeenkomsten. Toch durfde hij zelf zeggen dat men de zo waardevolle tempel van Jeruzalem mocht afbreken en dat hij de levende tempel is (Joh. 2,19). De stenen zijn niet het eerste voor de christenen. Toch wordt Jezus hoeksteen genoemd, maar dan van een levende tempel (1 Kor. 11). Hij geeft aan Simon, de visser uit Betsaida, de opdracht steenrots te zijn (Mt. 16,18). De kerk is het bijeengeroepen volk van God. In het christelijk taalgebruik betekent het woord ‘ecclesia’ de liturgische bijeenkomst, maar ook de plaatselijke gemeenschap of de hele universele gemeenschap van gelovigen (KKK 752).

Het kerkgebouw is een plaats waar christenen samenkomen, zoals ze eerder en ook nu in huiskerken kunnen samenkomen. Daar vieren en gedenken zij de daden van Jezus. Christenen komen samen om God te danken voor zijn barmhartigheid, om hem te loven en te danken, om zijn vrede te ontvangen en deze uit te dragen. Een kerk draagt bij tot de zichtbaarheid. Tonen de gebouwen versteend leven of een levend hart? In de constitutie over de liturgie gaven de concilievaders hun visie over het liturgisch leven in een bisdom en in de parochie (Constitutie over de liturgie, 41-42).

“41. De bisschop moet beschouwd worden als de hogepriester van zijn kudde van wie het leven in Christus van zijn gelovigen in zekere zin voortkomt en afhangt.

Daarom moeten allen aan het liturgische leven van het diocees rondom de bisschop, vooral in de kathedrale kerk, grote waarde toekennen; zij moeten ervan overtuigd zijn, dat de Kerk zich bij uitstek manifesteert in de volledige en actieve deelname van heel het heilige volk Gods aan dezelfde liturgische vieringen, vooral aan dezelfde Eucharistie, in één gebed, aan het éne altaar, waar de bisschop voorzit, omringd door zijn priesters en dienaren.”

“42. Aangezien de bisschop in zijn kerk niet altijd en overal persoonlijk zijn gehele kudde kan leiden, moet hij noodzakelijk groepen van gelovigen vormen, waaronder de parochies, plaatselijk georganiseerd onder een herder, die de plaats van de bisschop inneemt, de voornaamste zijn, want ze vertegenwoordigen in zekere zin de zichtbare Kerk, die over de gehele wereld is verbreid.”

In de hertekening van het kerkelijk landschap verandert de functie van een aantal kerkgebouwen. Enkele worden gerestaureerd, andere herschikt of omgebouwd, andere afgebroken. Of ze worden anders geordend en fungeren als ankerkerken, en inloop kerken. Er zijn geslaagde pogingen om kerken open te houden (www. Openkerken) en een onthaal te verzekeren.

Een klaterend beekje verkwikt Gods stad

De profeet Ezechiël had een visioen waarin hij zag dat God zich uit de tempel had teruggetrokken (Ez. 10,18-22;11,22-25). Later kreeg hij een nieuw visioen, waarin Gods heerlijkheid in de nieuwe tempel terugkeert (Ez. 43,1-9). Uit die tempel welt water op dat in alle richtingen stroomt. Waar het stroomt, komt leven. Het water dat naar de Oosten vloeit, mondt uit in de Zoutzee en maakt er het water gezond (Ez. 47,8). Bij een feest in Jeruzalem, het Loofhuttenfeest, stond Jezus in de tempel: “Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft” (Joh. 7,37). Een kerk, een plaats van levend water?

Tu sei sorgente viva, tu sei fuoco, sei carità.

Vieni Spirito Santo, vieni Spirito Santo

Water verfrist en vernieuwt.  Vorig jaar celebreerde paus Franciscus op het feest van de kerkwijding van Lateranen in de kapel van het huis hl. Marha, waar hij verblijft. In zijn homilie haalde hij het visioen aan van Ezechiël en de tekst van de tussenzang, psalm 46. Hij sprak over de rivier die uit de Tempel stroomt en over de stad van God die zich verheugt. Het zijn beelden over de genade, die de kerk voedt en onderhoudt.  Uit het evangelie van Sint Jan over de zuivering van de Tempel haalde hij de blijvende opdracht tot het hervormen van de kerk “Ecclesia semper reformanda.” De leden van de Kerk zijn zondaars. We hebben alle nood van bekering. Christe Salvator, salva mundum, kyrie eleison. “De kerk is altijd tot uitzuivering geroepen”, stelde de concilievaders in Lumen Gentium 8). Een uitzuivering die meer inhoudt dan het afstoffen en het opkuisen van een gebouw.

Onze kerken hebben hun oorsprong bij de tent in de woestijn, waar de ark werd bewaard. Deze tent drukt de bewegelijkheid uit. De kerkgebouw houdt tevens een blik op de toekomst. Zij voedt een Sehnsucht naar het hemelse Jerusalem. Wij krijgen er een voorsmaak van, zo we hier al gemeenschap vormen.

In het Duitse missaal Schot III krijgen we als toemaatje bij dit feest een tekst van L. Zenetti, Texte der Zuversicht:

Wir bauen Kirchen in unsere Welt,

das fällt uns leicht,

sie sollen bezeugen, dass Gott bei uns wohnt.

Doch selber zu zeigen, wie nahe Gott ist,

das fällt uns schwer,

so bauen wir Kirchen in unsere Welt,

manchmal zu groß.

 

Wir läuten Glocken in unsere Welt,

das fällt uns leicht,

die sollen erklingen als mahnender Ruf.

Doch selber Menschen erinnern an Gott,

das fällt uns schwer,

so läuten wir Glocken in unsere Welt,

manchmal zu laut.

 

Wir halten Reden in unsere Welt,

das fällt uns leicht,

sie sollen den Glauben begründen und lehrn.

Doch selber täglich den Glauben bewährn,

das fällt uns schwer,

so halten wir Reden in unsere Welt,

manchmal zu leer.

 

We bouwen kerken in onze wereld. Dit valt mee.

Zij zullen toen dat God bij ons woont.

Maar zelf tonen hoe nabij God is, dat valt zwaarder uit.

Zo bouwen we kerken in onze wereld, dikwijls veel te groot.

 

We lopen de klokken in onze wereld, dat valt mee.

Die zullen luiden en vermanen.

Maar zelf mensen aan God herinneren, dat valt ons zwaar.

Zo luiden de klokken in onze wereld dikwijls veel te luid.

 

We houden toespraken in onze wereld, dat valt mee.

Zij zullen het geloof bewijzen en verkondigen.

Maar zelf dagelijks het geloof bewaren, dat valt ons zwaar.

Zo houden we toespraken in onze wereld dikwijls al te hol.