Allerzielen B - 2018

Zusters en broeders,

Zonet hoorden we de zaligsprekingen, en dat is de grondwet van het christen zijn. Het begin is wellicht de meest bekend, namelijk ‘Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.’ En arm van geest wil niet zeggen dat je een arm schaap bent, of zo minbegaafd dat je niet voor jezelf kunt zorgen. Nee, het betekent dat je nederig van hart bent en dat je je best doet om goed te zijn voor je medemensen.

Voor die medemensen zijn we hier vandaag samengekomen. Mensen van wie we houden, die we missen, die we nooit zullen vergeten: vaders, moeders, kinderen, grootouders, familieleden, vrienden, bekenden. Ieder van ons kent het verdriet en de pijn om het afscheid. De lege zetel, de lege stoel aan tafel, de lege kamer, het lege bed, de kleerkast vol kleren die niet meer gedragen worden, het lege huis waarin we verloren rondlopen, vol ontroostbare verdriet.

En toch zegt de tweede zaligspreking: ‘Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.’ En hoe zullen zij getroost worden? Door liefhebbende mensen, en nog meer door troostende herinneringen, want zolang die herinneringen leven, leeft de geliefde overledene verder met ons mee in wat we zijn, in wat we doen, in wat we denken. Hij of zij leeft verder in de gesprekken die we met hen voeren, in de vragen die we stellen, in de lach en de traan van de herinnering.

Zusters en broeders, niemand van ons gelooft dat de dood het einde is, anders waren we hier niet samengekomen om onze geliefden te gedenken, om voor hen te bidden, om een kaarsje te branden bij hun kruisje. Wanneer we op het kerkhof met zachte hand over de bloemen aan hun graf strelen, en over de dood heen met hen praten, zullen we hun vertellen hoezeer we van hen houden en hoezeer we hen missen. En ze zullen glimlachend luisteren en ons troosten. Want ze zijn niet dood, ze leven bij God en ze leven bij ons. Ze zijn ons deel van Aller-heiligen en Aller-zielen en ze staan gegrift in onze herinnering, zoals ze gegrift staan in de palm van God hand. Als we straks een kaarsje branden bij hun gedachteniskruisje, laat dat dan een lichtje zijn van ons geloof, hoop en liefde. Geloof in eeuwig leven, hoop op wederzien in Gods handen, liefde die onuitroeibaar is. Voor eeuwig en altijd. Amen.