allerzielen (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Lieve mensen, allemaal van harte welkom. Vandaag is het 2 november, Allerzielen. Wij willen onze dierbare overledenen gedenken: overleden ouders en grootouders, voor sommigen al lang geleden. Misschien hebben wij ook al broers of zussen verloren of zelfs eigen kinderen en of kleinkinderen. Misschien een paar goede vrienden en of vriendinnen.

Vele dierbaren hebben een mooi en goed leven achter de rug. De een is heel jong en plotseling van ons heengegaan, een ander op hoge leeftijd en vaak zagen we het aankomen.

Wij missen onze dierbaren. En waar zouden wij zijn zonder ons geloof. Zonder geloof zouden we denken dat onze dierbaren in rook zijn opgegaan om ze nooit meer terug te zien. Ook ons eigen heengaan zou ons dan angst kunnen inboezemen. Zo somber begint ook de eerste lezing van vandaag: "Het geluk bleef verre van mij, wat welstand is wist ik niet meer. Mijn hoop op God lijkt vervlogen".

Wij, christenen, zeggen niet dat wij het leven verliezen, nee, wij laten het aardse leven los om het hemelse te ontvangen. Het tijdelijke ruilen wij in voor het eeuwige. Wij zijn - met vallen en opstaan - trouw geweest in de kleine dingen van elke dag en kunnen dan de grote dingen van God ontvangen.

Danken wij God dàt wij voor onze dierbaren mogen en kunnen bidden. Zelf vraag ik altijd aan de overledenen of zij op hun beurt voor ons willen bidden. Wij bidden voor hen. Zij bidden voor ons. Zo kunnen wij elkaar helpen.

Wij willen ook nu weer samen onze schuldbelijdenis bidden. Doen wij dat namens onszelf, maar ook namens onze dierbare overledenen.

 

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, al wat sterven moet, blijft bij U leven: voor U is de dood van ons lichaam niet het einde, maar een overgang naar een beter leven. Wij bidden U: laat het leven van uw dienaar/dienares N. ontvangen worden in de schoot van uw vriend, de aartsvader Abraham, om het te doen verrijzen op de Dag van het Laatste Oordeel, en als hij/zij bij zijn/haar leven op aarde tegenover U tekort is geschoten, louter hem/haar dan door uw vergevende liefde. Door onze Heer Jezus Christus, uw ... .

PREEK

Broeders en zusters in het geloof, wij zijn hier samengekomen om te bidden voor onze dierbare overledenen en om samen na te denken over hun lot.

Normaal gesproken - als wij iets over een of ander land willen weten - nodigen wij een deskundige uit, die vele malen dat land heeft bezocht en er boeiend over kan vertellen, liefst nog met mooie dia's of een film. Maar voor de reis, die onze dierbaren reeds hebben gemaakt, en die ook wijzelf eens gaan maken, is er geen deskundige. En er zijn zeker geen illustraties.

Toch stellen wij de vraag: Waar zijn nu onze doden? Is er na de dood nog wel een uitweg? Of is de dood een doodlopende weg?

De vraag naar het eeuwig leven, van hemel en hel, raakt iedereen, gelovigen en ongelovigen. Voor sommigen is de dood het einde van alles, maar zij moeten eveneens bescheiden zijn, want ook zij kunnen het niet bewijzen. Iedereen kent alleen maar deze kant van de dood. Wij kennen de dood als een afwezigheid, een heengaan, een stilte. Maar zou er aan de andere kant van de dood niet een licht, een ander leven, kunnen zijn?

Op een dag spreekt de apostel Thomas vrijuit tegen de Heer Jezus: "Heer, wij weten niet waar Gij heen gaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?" Wij hoorden zijn opmerking zojuist in het evangelie. En dan spreekt Jezus Christus die uitermate indrukwekkende woorden: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het leven".

Jezus geeft hier een antwoord op een oer-aanvoelen van de mens. Want door alle eeuwen heen zijn er miljarden mensen geweest, ook buiten het christendom, die geloofd hebben in een leven na de dood. Het bestaan van een zo prachtig wezen als de mens is ook moeilijk te verklaren als louter toeval. En zal de Schepper zo'n geweldige levensdrang in de mens gelegd hebben als die nooit zijn vervulling kan bereiken?

Als antwoord leggen mensen soms op de kist een kruisbeeld als een teken van hoop, dat de Heer ons eens zal doen opstaan uit de dood tot een mooier leven, zoals ook zijn eigen Zoon Jezus Christus niet in het graf bleef, maar verrees op de derde dag. Het valt mij op dat in mijn vorige parochie in Velsen-Noord er bijna altijd een kruisbeeld op de kist lag en hier in Heerhugowaard slechts af en toe. Ik zou dat aan de familie vragen: Zorg dat er op mijn kist een kruisbeeld komt te liggen. God ziet dan ons geloof in de kracht van Jezus' kruis, ons geloof in de verrijzenis.

Vraag mij niet hoe wij zullen verrijzen en hoe wij na de dood zullen zijn. "Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is het opgekomen, wat God bereid heeft voor hen, die Hem liefhebben", zegt de grote apostel Paulus in een van zijn brieven.

Wij kunnen ons afvragen: Moeten wij dat allemaal wel weten? Kunnen wij ons niet rustig door God laten verrassen? Is het voor ons niet voldoende te weten, dat onze God geen God van doden, maar van levenden is? Zeker, wij zien, dat het sterfelijke leven van onze dierbaren voorbij is. Maar wij geloven op het woord van Jezus Christus, dat voor hen een nieuw en overgankelijk leven is begonnen. Daarom durven wij ook zeggen: à Dieu, tot bij God, in het eeuwige leven.