Ik nodig u uit om even naar de tekening op de voorkant van het boekje te kijken. De tekeningen op onze boekjes komen uit Latijns-Amerika De tekenaar ervan legt heel veel symboliek in zijn tekeningen, symboliek met een Zuid-Amerikaanse achtergrond maar die ook ons heel veel te zeggen heeft. We zien een groepje mensen, volwassenen en kinderen, allemaal met een aureooltje, heiligen dus. Maar je ziet het meteen: het zijn geen pilaarheiligen, geen personen apart gezet, hoog verheven boven de gewone mensen. Meestal zien we heiligen als een soort geestelijke krachtpatsers, mensen die heel bijzondere dingen hebben gedaan. Zoals bijvoorbeeld pater Damiaan de Veuster die onlangs heilig verklaard is omdat hij zich op heldhaftige wijze ingezet heeft voor de melaatsen en dat in een tijd dat er nog geen medicijnen voor die ziekte waren.
Op de tekening zien we een groepje gewone mensen, hoe gewoon blijkt wel dat ze allemaal op blote voeten staan, geen rijke mensen eerder arme lui, maar wel mensen die met beide voeten op de grond staan. In het midden staat een priester, dat kun je zien aan zijn stola, maar geen zwart pak met een boordje en ook op blote voeten, gewoon iemand die midden tussen de mensen staat.
Dit groepje mensen wordt door Jezus omarmt als mensen naar zijn hart, en daarboven zie je handen uit de hemel, handen van God die hen zegent, en de wolk met de heilige Geest die ze inspireert en verlicht.
Wat zijn dat voor mensen die daar afgebeeld staan? Wat hebben zij gedaan of niet gedaan om door Jezus omarmd te worden als zijn vrienden? Met een beetje fantasie zie ik op de hoek Alexia staan, die vol toewijding les geeft op een schooltje in de krottenwijk van Sao Paulo en die heel veel bijdraagt aan de betere toekomst voor de kinderen. Of misschien is het wel Anita, een onderwijzeres in Nederland, die met veel geduld een klasje moeilijk opvoedbare kinderen begeleidt.
Naast haar zie ik Benita. Ze werkt als verpleegster in een ziekenhuis, maar in haar vrije tijd gaat ze de krottenwijk in om daar zieken en bejaarden te helpen. Of misschien is het wel Bertha, een verpleegster in Nederland, die elk jaar een maand lang naar Afrika gaat om daar in een ziekenhuisje te helpen.
Naast haar zie ik pater Carlo, een buitenlandse missionaris, die midden tussen zijn parochianen woont en werkt. Of misschien is het die priester Cor die in de Bijlmer woont en werkt en daar contacten heeft met mensen van allerlei afkomst en godsdienst.
Naast hem zie ik Diana, ze is kosteres in een klein kerkje en maar eigenlijk is zij nog veel meer een soort pastoor die een luisterend oor en goede raad heeft voor ieder die het moeilijk heeft. Of misschien is het Dorothee, pastoraal werkster in een Nederlands ziekenhuis, en daar veel zieke mensen ondersteunt in moeilijke dagen.
Naast haar staat Emiliana, die dagelijks rondgaat in de krottenwijk om wat brood te brengen aan de daklozen en zwervers. Of misschien is het Erica die volop actief is bij de voedselbank in Nederland, en elke week weer mensen blij maakt met een voedselpakket.
Vooraan zie ik twee kinderen, het meisje Gratia die thuis het huishouden doet omdat haar moeder ziek is en de jongen Henrico die als schoenpoetser wat geld probeert te verdienen want zijn moeder is werkeloos en zijn vader is weggelopen. Of misschien is het Greta die elke week naar het bejaardentehuis gaat, naar haar bijna blinde oma om die voor te lezen uit de krant. Of is die jongen Harrie die heel vaak gaat spelen bij een geestelijk gehandicapte jongen in de buurt.
Een groepje gewone mensen, omarmd door Jezus omdat zij, ieder op eigen wijze, zijn idealen proberen waar te maken. Dan denk ik aan die ontelbare menigte mensen die gewoon goed leven, die gewoon goed proberen te zijn voor anderen. Dan denk ik aan al die vaders en moeders die goed voor hun kinderen zorgen, aan al die kinderen die zorgen voor hun bejaarde ouders. Dan denk ik aan al die vrijwilligers die op allerlei terrein zich dienstbaar maken aan de gemeenschap of aan groepen en individuen in de gemeenschap. Dat zijn allemaal mensen die door Jezus omarmd worden als zijn vrienden.
Dat zijn in mijn ogen de ware heiligen, maar zeg dat niet tegen hen. Ze zouden heftig protesteren. Maar als heiligen voorbeelden zijn voor ons, dan zijn zij dat zeker ook.