Allerheiligen (2009)

Wanneer ben je gelukkig? Of beter: wanneer voel je je gelukkig?
Als je je blij kunt voelen? Wanneer kun je blij zijn, vreugde voelen?
Dat kan in heel kleine dingen zijn zoals de glimlach van een kind.
Maar ook in grotere zaken, wanneer een liefde wederzijds blijkt te zijn.
Dat kan momenten van intens gevoeld geluk opleveren.
Momenten van geluk want geluk went snel en dan kan die blijheid weer gemakkelijk wegstromen.
Ook al blijft de liefde bestaan, zij wordt gewoon en alledaags, en andere gevoelens kunnen komen ook weer naar boven.

Verdriet bijvoorbeeld, omdat de wereld toch niet zo ideaal is.
Je bent ziek of werkloos of arm. Of je voelt boosheid om mensen die je pijn doen.
Of angst, angst om een onzekere toekomst.
Geluk, je kunt het niet vasthouden, het is fijn als je het kunt beleven.
Maar zo vaak in ons leven hebben die andere gevoelens de overhand:
verdriet, boosheid en angst.
Zo is het ook met de mensen in Jezus tijd.
Jezus gaat zitten met zijn leerlingen om zich heen.
De mensen zijn naar hem toegekomen, omdat hij het goede nieuws bracht van het koninkrijk van God.
En Jezus maakte dat duidelijk zichtbaar en voelbaar:
zieken werden genezen, mensen die de weg kwijt waren, kregen weer uitzicht.
Dat trok heel veel mensen aan - ook dat is in onze tijd nog zo,
kijk maar hoeveel mensen naar Jomanda kwamen.
Er is onder de mensen veel nood - toen en nu!

Maar behalve genezen leerde Jezus de mensen ook.
Dat doet hij op een berg, hij gaat er bij zitten neemt er de tijd voor.
Een leraar op een berg - dat doet de mensen in Jezus tijd denken aan de
grootste leraar waar de joden van gehoord hebben:
Mozes, die op de berg van God de tien geboden, de tien woorden ontvangen
heeft en deze onderwijst aan de mensen.
Jezus staat in de lijn van Mozes, Jezus is een mens van God.
En Jezus heeft een goddelijke boodschap.
Hij begint niet met geboden en verboden, integendeel. Hij kijkt de
mensen aan, met hun ziekte, met hun armoede, in hun ellende.
In een film over het leven van Jezus wordt dat aankijken heel sterk
benadrukt: bij elke uitspraak "Gelukkig ben je ..." kijkt hij de mens
indringend en persoonlijk aan.
Jezus boodschap is voor ieder persoonlijk - een hemelse boodschap voor
ons allemaal: voor u - voor jou - voor mij.

"Gelukkig ben je als je verdriet hebt - want je zult worden getroost".
Met andere woorden, je hoeft niet in je verdriet te blijven hangen, er
komt troost, er is toekomst.
Maar voor die toekomst moeten we ons wel openstellen.
Troost kunnen we alleen krijgen wanneer we ons open stellen voor andere
mensen, mensen, die met ons mee willen leven.

"Gelukkig ben je als je hongert en dorst naar gerechtigheid - want je zult
worden verzadigd."
Wanneer je werkt aan een betere wereld, dan komt die er ook, al is die
misschien anders dan je je had voorgesteld. En ook al maak je die zelf
niet meer mee.

"Gelukkig ben je als ze je omwille van Jezus naam uitschelden en vals
beschuldigen - want je zult worden beloond."
En daarmee maken we een overstap naar de eerste lezing.
We hebben gelezen uit het laatste boek van de bijbel - de Openbaring van
Johannes - een moeilijk en cryptisch geschreven boek.
Maar dat boek kan als troostboek gezien worden voor de mensen die lijden
aan vervolgingen.
De eerste volgelingen van Jezus zijn zwaar vervolgd, velen stierven een
gruwelijke martelaarsdood. Johannes wil die vervolgde christenen troost
geven en uitzicht.
Want God staat aan hun kant. Zij dragen het zegel, het merkteken van
God, doordat zij leven zoals God dat heeft bedoeld.
Zij zijn gelukkig, zoals Jezus gezegd heeft.
Dan beschrijft Johannes hoeveel het er zijn: twaalf keer twaalf duizend
uit Israƫl, en verder een menigte die niemand tellen kan uit alle landen
en volken en rassen en alle tijden van de wereld.
Waar komen ze vandaan? Uit de verschrikkingen - uit de vervolgingen.
Zij zijn de eerste heiligen die we vandaag gedenken.
Mensen die onder de omstandigheden waarin zij leefden Gods boodschap van
liefde hebben uitgedragen in de praktijk van alle dag.
Gelukkig zijn die omstandigheden niet altijd zo erg geweest als Johannes
beschreef.
Maar ook al is er vrede, is er welvaart, geen mens ontkomt aan ziekte en
uiteindelijk de dood.
En dan mogen we ons toch verzekerd weten van de troost van het Lam, de
troost van Jezus, die alle tranen uit hun ogen zal wegwissen.
Een gemeenschap van heiligen, heiligen van het begin der mensheid tot nu
toe.
Bekenden en onbekenden. Maria, Petrus, Gerardus, Dominicus, Nicolaas,
Christoffel.
Ook die heiligen zijn mensen geweest zoals u en ik, met hun goede
eigenschappen, maar ook met hun fouten en zwakke kanten.
Zij zijn heilig, omdat zij zoveel goeds hebben gedaan.

En we mogen erop vertrouwen dat dat ook geldt voor de doden uit onze
familie en kennissenkring.
Hoe goede van hen, hun heiligheid blijft behouden bij God.
Dat geldt voor de bekende heiligen maar ook voor onbekende mensen, mijn
ouders en mijn grootouders maar ook mijn oudtante Sien.
Ook al was hun gedrag misschien niet altijd even heilig, we mogen ervan
overtuigd zijn dat het goede van hen behouden blijft.
In het verdriet, dat we morgen met Allerzielen meer aandacht geven,
mogen we weten dat uiteindelijk God alle tranen uit de mensenogen zal
wissen.

Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Gelukkig ben je, als misschien door tranen heen durft te geloven, dat we
als mensen voor eeuwig geluk zijn geboren.