Allerheiligen (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Bij een staatsbezoek hoor je vaak dat er een krans gelegd wordt bij het graf van de onbekende soldaat. een monument als eerbetoon aan al die gewone onbekende soldaten die hun leven gegeven hebben voor hun vaderland, maar die nooit een plek in de geschiedenisboeken hebben gekregen. Generaals krijgen behalve allerlei medailles soms ook een standbeeld, en nu en dan krijgt een gewone soldaat bekendheid als hij een heel grote heldendaad verricht heeft.
Vandaag vieren we het feest van Allerheiligen. Vandaag willen we a.h.w. een krans leggen bij de onbekende heilige, een eerbetoon aan al die gewone goede mensen, die gewoon goed geleefd hebben maar die nooit de krant gehaald hebben, laat staan dat ze een plek in de geschiedenisboeken gekregen hebben. Dat is voor mij de voornaamste zin van het feest van Allerheiligen.
Meestal wordt er alleen gedacht aan die grote namen die in de geschiedenis bewaard zijn gebleven de kerkelijke helden die onderscheiden zijn met de titel heilige en die vaak een standbeeld gekregen hebben in onze kerken. In de eerste lezing van vandaag wordt ook in deze richting gedacht.
In het visioen van Johannes gaat het om een eindeloze rij mensen die hun kleren hebben witgewassen in het bloed van het Lam, d.w.z. de velen die in die tijd de marteldood gestorven zijn, de helden die trouw bleven aan hun geloofsovertuiging. Zij worden terecht geëerd als heiligen, heiligen in de zin van helden.
Maar juist als het graf van de onbekende soldaat, is Allerheiligen voor mij het feest van al die onbekende heiligen, die nooit uitgeroepen zijn tot helden in de Kerk, die nergens geen standbeeld gekregen hebben. Allerheiligen is voor mij het feest van al die zalige mensen, die Jezus' boodschap in hun leven waar gemaakt hebben, niet de heiligen in witte gewaden maar eerder mensen in hun werkkleding, vrouwen met de schort voor en mannen in hun overal. Dat zijn de mensen die voor Jezus bijzonder zijn, heilig zijn.
In het evangelie van vandaag wordt dat duidelijk uitgesproken. Zalig de armen van geest, luidt de eerste zaligspreking. Er staat niet: zalig de theologen die dikke boeken geschreven hebben, of: zalig de grote leiders wier namen door iedereen gekend worden. Nee, er staat: zalig de eenvoudigen van hart, zalig al die gewone mensen die God niet zoeken in dikke boeken maar die hem vinden in de gewone goede dingen die zij doen. Dat zijn de mensen in wie het rijk der hemelen zichtbaar wordt.
Zalig de treurenden, is de tweede zaligspreking. Niet: zalig degenen voor wie het leven elke dag een feest is, maar zalig zij die verdriet kennen, misschien verdriet om wat hen zelf is overkomen maar ook verdriet om wat anderen is overkomen. Zalig de mensen die medeleven en medelijden kennen, zalig die barmhartig zijn jegens medemensen want in hen wordt iets van Gods goedheid en barmhartigheid zichtbaar.
Alleen in de laatste zaligspreking, dus op de laatste plaats, klinkt iets door van tegenwerking en vervolgd worden, van heldendom zoals dat ook in de eerste lezing verwoord wordt, van trouw zijn aan je overtuigingen ook in tijden van tegenwerking en onbegrip. En ook hier hoeven we niet meteen te denken aan martelaren en zo, dat is in elk geval iets dat we geen van allen zoeken. Maar ook in de wereld van vandaag kun je als gelovige mens soms onbegrip ontmoeten. "Doe jij daar nog aan mee, aan die flauwekul." "Je bent gek dat je daar een hoop tijd in steekt."
Ook vandaag kan het best eens moeilijk zijn om trouw te zijn aan je geloofsovertuiging, niet in het spectaculaire maar in het gewone. En gelukkig zijn er heel veel mensen die deze trouw opbrengen. Het feest van Allerheiligen wil ook al die gewone onbekende heiligen eren, heiligen zonder titel, maar wel zalig en heilig in de ogen van Jezus, omdat zij zijn weg door het leven gaan. Hopelijk horen ook wij bij die zalige mensen.