Verbonden met verleden en toekomst (2006)

Twee jaar geleden bracht ik samen met een groep dominicanen een bezoek aan het concentratiekamp van Birkenau. Het was net zestig jaar geleden dat de Geallieerden dit kamp hadden bevrijd.Terwijl een loden zon op ons hoofd brandde liepen we langs dat enkele lugubere treinspoor dat een kilometer verder eindigt bij de verbrandingsovens, terwijl links en rechts de troosteloze barakken staan omgeven met prikkeldraad. Toen we dichter en dichter bij het centrum van het kamp kwamen, hoorden we steeds duidelijker een stem uit een luidspreker. Ze kwam van een groepje jongeren die gedurende 48 uur onophoudelijk de namen voorlazen van alle opgetekende gevangenen die er waren vermoord. Een verwarrende stroom van gevoelens kwam in mij op. Allereerst dat het Duitsers waren die in naam van hun volk eerherstel wilden brengen, maar ook wilden aantonen dat zij hadden gebroken met hun eigen geschiedenis. Aangrijpend was ook hoe men op die manier het vergeten en de anonimiteit van die miljoenen doden trachtte op te heffen.

Overal worden namen opgetekend: op monumenten, grafzerken, op gedachtenisprentjes, enz. met de bedoeling om vast te houden wat ons ontsnapt en uiteindelijk aan de vergetelheid wordt prijs gegeven, want de dood confronteert ons brutaal en ongevraagd met de onbeheersbaarheid van dit leven. In een machteloos gebaar om toch te blijven herinneren schrijven we namen op en is er dat overstijgend terugkerend ritueel van het bezoek aan het graf van wie we beminden. Of zoals wij daarnet deden, hier rond de Paaskaars een klein lichtje plaatsen in gedachtenis aan hen. Het zijn rituele handelingen, verbonden met het directe, geleefde leven en zijn meer zinvol dan ons verstand kan achterhalen.

Met hoeveel machteloze weemoed dat alles ook omgeven is, toch is het waardevol. Want ook al staan we in dit kwetsbare heden, in het besef dat wij allemaal diezelfde weg zullen gaan, toch houden we iets van dat zinvolle verleden vast en door de symboliek van het Licht drukken we ons geloof uit dat dit leven eindigt in een zinvolle toekomst. Staande in een vluchtig Nu nemen we het verleden mee naar een toekomst van hoop. De drie dimensies zijn voor mij belangrijk. Wie alleen de toekomst wil vasthouden en alleen blijft herhalen dat de doden zullen verrijzen, dat er een ontelbare menigte zingend door hemelse weiden wandelt, maakt van de dood en het onverwerkte verlies een ongezonde springplank. Wie alleen meent te leven in het hier en nu, gedraagt zich als een clown die blijft lachen en zijn geschiedenis moet verdringen in de hoop te kunnen vergeten. Precies de hoop dat uiteindelijk ons leven kan opgenomen worden in Gods licht, maakt het dragelijk om de pijn van de herinnering, de onrechtvaardigheid van kinderen die sterven, de nutteloze en zinloze dood van zovelen te kunnen aanvaarden.

Het geloof in de verrijzenis is niet wat de Grieken dachten van het eeuwig leven. Eeuwig leven was voor hen de negatie van de dood, het doortrekken van de aardse lijn alsof met de dood geen breuk wordt aangebracht. Geloven in de verrijzenis verstoort elk rechtlijnig denken dat meent in zekerheid te weten. Geloven in de verrijzenis zou ik eerder een overtuiging noemen, die groeit vanuit een diep gevoel van Gods nabijheid waardoor verleden en toekomst verzameld worden in een vertrouwend Heden. Precies in dat moment van overgave, mag ik zeggen van blind vertrouwen?, groeit van binnenuit Licht, ‘een lege plek, om te blijven’. In dat vertrouwen ligt onze hoop. In die complexiteit van gevoelens en vertrouwen vieren we dit feest van Toekomst met hen die ons voorgingen.