Allerheiligen (2007)

Ieder die in Rome de St. Pieter bezoekt is al diep onder de indruk voordat hij of zij een voet binnen heeft kunnen zetten. De weg naar de basiliek is al indrukwekkend.

Alles is er imposant, niet het minst de entrée: het geweldige plein, omarmd door de colonnade van Bernini, met daarboven 140 beelden van heiligen, elk bijna 3 meter hoog. In de taal van de barok wordt daar zo de universaliteit van de kerk uitgezegd. 140: ik vraag mij af of Bernini niet gemikt heeft op 144, om zo de 144.000 getekenden symbolisch weer te geven? De bedoeling van al dat monumentale is, lijkt mij, om ieder die dat plein betreedt een indruk te geven van een thuis komen in Gods huis, en van ontvangen te worden in de kring van de hemelingen, om het geloof van de mensen te bevestigen. En voor wie gevoelig is voor die taal werkt het ook zo.

We hoorden de lezing uit het boek der Openbaring. De ziener verhaalt van het verbreken van de zeven zegels van het boek, waarmee een keten van rampen over de aarde wordt uitgestort. Tussen het zesde en zevende zegel is er een adempauze, waarin Gods uitverkorenen getekend worden met zijn zegel, en een onoverzienbare menigte behouden blijft als drager van Gods geheim.

Welk dat geheim is zegt ons de 2e lezing, die a.h.w. een blik gunt op de binnenkant van die mensenmenigte. In onze ogen is deze in haar onmetelijkheid anoniem, niet meer door een mens te bevatten, maar toch: elk van deze ontel­bare personen wordt door God gekend en bewoond. Ieder heeft een naam en een roeping, en zal eens aan God gelijk mo­gen zijn, d.w.z. zal vol zijn van zijn liefde, en daarin het heil bezitten dat erin bestaat bemind te worden en te be­minnen naar het voorbeeld van Gods drievuldig wezen.

In het evangelie geeft Jezus met zijn onnavolgba­re een­voud op zijn wijze beelden voor dit geheim, en Hij beeldt daar­mee ook iets uit van Gods eigen werkelijkheid. De zalig­sprekingen zijn immers evenzoveel vensters op God. Het zijn wegen naar Hem, maar als weg zijn zij al met Hem verbonden, zoals het Pietersplein en de via della Conciliazione een eenheid vormt met de basiliek, die er de bekroning van is. Zo zijn ook de zalig­sprekingen toegangspoorten naar Gods heerlijk­heid, die ervan uitstraalt. In deze zaligsprekingen tekent Jezus een zelfportret. Hij schildert er zijn eigen wezen, en - zoals Hij tot Filippus zegt -:"Wie Mij ziet, ziet de Vader." Zo is God dus: zachtmoedig, barmhartig, bewerker van vrede; maar ook treurend - om onze hardnekkigheid -, hongerend naar gerechtigheid, en beschimpt en lasterlijk beticht - door menselijke kleingelovigheid.

O, zalige eigenschappen van Gods Geest, die - niemand weet hoe - vat krijgt op de mensen, en hen anders doet zijn dan wij mensen gewoonlijk zijn, die ons ondanks ons zelf, onmerkbaar ontdoet van onze tegen­draadsheid, en  die bronnen van leven aanboort in ons hart op een oneindig dieper niveau dan dat van ons kleine ego, zodat wij gaan instemmen met de grote harmonie van zijn werk.

Broeders en zusters, op deze feestdag vieren wij niet zozeer die geweldige reuzen van heiligen, die de colonnade van Berni­ni sieren (zij hebben ieder hun eigen feestdag), maar die ontelbare menigte die de pleinen vult in haar bonte menge­ling. Wij vieren het onbegrijpelijk geheim van Gods nabij­heid in het leven van al die mensen, in wie de Geest zucht naar verlossing, en die zijn zegel op het voorhoofd dragen. Mogen zij onze voorsprekers zijn en ons met hun voorbeeld en hun voorspraak meenemen naar Gods Vaderhuis.