Allerheiligen (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* “De heiligen ons voorgegaan, hebben hier niets verworven…”  Bij zulk intredelied zijn we geneigd omhoog te kijken naar een stoet van vreemdsoortige wezens, die wondere dingen hebben gedaan waardoor het succes van hun levensbeschrijvingen werd verzekerd; of naar wie we vaak opkijken om een toegestoken hand te ervaren, maar die zwevend boven de hoofden, zonder raakpunten met het bitter menselijk bestaan, de gewone kwellingen van het leven niet zouden hebben gekend.

1.  Vandaag mogen we nuchter en realistisch hun levens even bekijken.

* Denken we aan de apostelen, aan Augustinus, Franciscus en Clara, Moeder Theresa, Thérèse Martin, Pater Damiaan… en vele anderen, die de zaligsprekingen echt hebben beleefd, naamloos zonder ooit tot de eer der altaren verheven te worden. Dan stellen we in deze grote variëteit vast :

- Dat niemand van hen als heilige werd geboren, dat ze bloot stonden aan alle mogelijke verzoekingen. Sommigen hebben zelfs zwaar gezondigd. Ze hebben eerst getwijfeld en dan weer vertrouwd. Ze hebben geleden en gestreden.  Ze kenden nederlaag en overwinning.

-  Hun hart klopte als dat van de meest broze en geringste. Hun leven lag verweven met kleine dingen. Ze kenden dezelfde zorgen en problemen als wij. Ze hebben het ware leven niet ontvlucht. Ze zijn gegroeid op het ritme van de jaren. Sommigen werd oud. Anderen zijn jong gestorven. Ze kenden ziekte en vereenzaming, de anonieme dood  of zelfs het martelaarschap.

* Indien ze heilig zijn geworden, is het niet omdat ze de wereld verblind hebben met uitzonderlijke gaven of macht, of door spectaculaire daden of ascetische records. Heiligheid ligt niet in  uiterlijke krachttoeren of topprestaties. Ze werden heiligen omdat:

- Ze het zwaartepunt van hun leven buiten zichzelf hebben weten te leggen. Omdat ze deemoedig in de rij van de armen-naar-de-geest gingen staan, die gelouterd door het leven, ruimte maken voor God en de anderen. Omdat ze elk ogenblik Gods wil gingen zoeken, in zijn heilswil gingen staan, zonder angst noch overbezorgd.  In gevende liefde. En dat gaf hun rust en grote vreugde.

-  Omdat zij de moed hadden een leven te leiden dat haaks stond op de verwachtingen van een wereld, die alles verwacht van consumptie, bezit, eer en macht. Ze lieten zich niet drijven op de stroming van de tijd, noch voortjagen door de wind van wat de media prijzen. Ze lieten zich niet verstommen, maar ze getuigden onbevreesd voor de waarheid met hun woord en met hun leven.

* Niet zonder humor schreef Léon Bloy, de criticus van de verburgerlijkte Franse maatschappij in de 19de eeuw: “Bid niet om heiligheid. Het zou wel eens kunnen dat God je gebed verhoort”.  Dit wil zeggen dat de weg van de heiligheid ook de weg van de beproeving en de pijn van de bekering is.

2.  Zo gaan zij ons voor op de weg naar de uiteindelijke waarheid.

- Zij verwijzen naar het grote Leven dat ons wacht. Vanuit hun intuïtie zeggen ons de heiligen met de grote Theresia van Avila: “Alles gaat voorbij; alleen God sterft niet.”  En met de bekeerling André Frossard: “Er is een andere wereld.” Ze vertellen ons over de voorlopigheid van een wereld die voorbijgaat, die enkel een wordingsproces is naar zijn voltooiing in God: ons definitieve zijn. Alles wat we rondom ons hebben opgestapeld aan macht, succes en bezit, is onwezenlijk, lijkt schijn en leugen. Alleen wat we in liefde hebben prijsgegeven wordt ons waarachtig zijn. Hier leven we in een duistere verblinding. Dit gemis aan inzicht en diepte behoort vandaag tot de bevindingen in de therapie van mensen in depressie, die de zin van hun leven missen. Daarover kwam onlangs de psychotherapeute Mia Leijssen getuigen op het Congres over zorgethiek in Brussel. De Duitse theatervrouw Hildegarde Knef gaf ooit te kennen: “Juist op het punt waar de wereld zwijgt (over lijden en dood) geeft de Kerk een boodschap en zegt ze dat de mens een doel heeft. Zij opent de mond als anderen slechts de schouders ophalen.” En de Nederlandse ongelovige socioloog Herman Vuijsje, auteur van het boek “Gebod zonder God”, erkent tegenover een samenleving die verzinkt in normenloosheid: “Het christelijk geloof is de laatste steun, waarover wij beschikken.”

-  De toekomstverwachting en het groot verlangen naar God wordt gedragen door wat Jezus ons is komen leren en wat de Kerk al eeuwen doorgeeft als “blijde boodschap”. We hoorden het in de tweede lezing: “Nu reeds zijn we kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat… wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is.” (1 Joh. 3,2). En “Als de Heer komt, zullen allen, doden en levenden, de Heer tegemoet treden. Zo zullen wij voor altijd samen zijn bij de Heer. Troost elkaar dan met deze woorden.” (1 Tess.4,17-18) Onvoorstelbaar zo voor immer met God en met elkaar te mogen zijn in een liefde die nooit vergaat. De hemel is een uitwisseling van liefde, die deelname is aan de Liefde die God zelf is. Daarom is de hemel de zege over de dood, de zege over lijden en vereenzaming. De overledenen worden onze ware overlevenden.  Niet de dood heeft het laatste woord over de mens. Maar het Leven.