Gelukkig de ongelukkigen (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DOOR DE TIJD

Een neef van me is bezig met stamboomonderzoek. Iets bijzonders is daar nog niet uitgekomen. We zijn nog niet op zeerovers gestuit, pausen, bokkenrijders of Spaanse edelmannen. Wel zijn er veel namen zonder verhalen en jaartallen zonder foto’s. Ik troost me met de bewering van genealogen dat vrijwel alle west-Europeanen familie van Karel de Grote zijn.
Je bent op de wereld nooit alleen. Je vormt één geheel met je familie en niet alleen met je familie maar met de hele mensheid. Je vormt niet alleen ‘n gemeenschap van levenden, maar we horen ook bij degenen die ons zijn voorgegaan. Ze helpen ons om onszelf te begrijpen. Dieper dan we beseffen maken zij deel uit van onze identiteit. Dat geldt evenzeer voor wie na ons komen. De geboorte van een kleinkind of achterkleinkind is iets dat mensen diep ontroert. We vormen een gemeenschap door de tijd. We voelen ons schuldig als we ons nageslacht opzadelen met een uitgeputte en vergiftigde aarde. Wel, die gemeenschap van mensen vieren we vandaag. Een menigte die niemand tellen kan, alle heiligen, kinderen van God, uit liefde geboren. De hele groten onder ons gedenken we, uit wie het Licht van God bijna oogverblindend straalde, Theresia, Franciscus of Titus Brandsma. Maar ook gewone lieden, vaders, moeders, opa’s, vrienden en buren. Gelukgewenst, proficiat! Zalig de armen, de barmhartigen en de zachtmoedigen...

ONDERSTEBOVEN

Als ik nu eens -met Jezus- aldus begonnen was: ‘Gelukkig de mensen die niet op wintersport kunnen, gelukkig die geen diploma’s hebben, gelukkig die in de rouw zijn... dan had u toch vreemd opgekeken. Er zijn nu eenmaal een aantal zaken waarvan iedereen vindt dat ze nodig zijn om gelukkig te worden. Daar hoort voor velen deodorant bij, een flat-screen t.v., liefst van een meter breed, leuk en afwisselend werk, een redelijke gezondheid en twee kinderen die het goed doen op school en aardig op het voetbalveld of te paard. In de tijd van Jezus zag het lijstje van gelukzaligheden er wat anders uit, maar zo veel scheelt het niet. Gelukkig werd de mens geacht die wat bezittingen had en voldoende te eten, wat invloed en aanzien. Tegenover een menigte die zo denkt staat Jezus vandaag. De leermeester gaat zitten, neemt het woord en zegt: Zalig de armen, zalig de treurigen, zalig de hongerigen... Jezus begint zijn Bergrede met een binnenkomer die nieuwsgierig maakt. Smeert hij zij toehoorders stroop om de mond? Zijn het vooral de armen die zich om hem verdringen? Of ontgaat ons iets? Zijn het toespelingen op teksten die men toentertijd direct begreep maar die ons ontgaan, herinneringen aan de ballingschap of verzen van Jesaja?
Die zalig geprezen werden, waren inderdaad niet de lievelingen van de samenleving. Vrijwel niemand wil arm van geest zijn of nederig. Niemand wil het onderspit delven en almaar toegeeflijk zijn, een goedzak, een geitenwollensokken-strijder tegen het onrecht, een werkeloos geworden klokkenluider.

TROOST OF UITDAGING

Wat bedoelt Jezus dan? Bedoelt hij dat de armen van nu zich kunnen verheugen in een gelukkig perspectief: aan het einde der tijden zal God recht doen! Of bedoelt hij dat wij, om gelukkig te worden, in de huid van de arme moeten kruipen?
Ik denk dat dit dilemma niet bij de spreker, bij Jezus, ligt maar in het hart van de toehoorder. Soms zal het woord van Jezus me troosten. Als het leven onbarmhartig is geworden, als ik me alleen op de wereld voel, dan mag het geloof mij vertellen dat uiteindelijk de barmhartigheid overblijft en dat we vredestichters het zullen winnen. Maar een andere keer zal het woord me uitdagen en terugfluiten. Dan is het de stem die me verleid heilig te zijn, om vol mededogen te spreken over buitenlanders en jongeren. Om eerlijk en zonder bijbedoelingen met mensen om te gaan. En om me niet verheven te voelen boven anderen.
Onze voorvaderen, alle heiligen en schurken, alle vromen, twijfelaars en goddelozen vormen een stoet door de geschiedenis. We horen bij elkaar. We delen hetzelfde lot. We komen voort uit hetzelfde licht. En dit is de route die we gaan: eerbied opbrengen voor elkaar, geduldig zijn, barmhartig, en vredelievend.
Voel je niet eenzaam, blijf niet rouwen, want je hoort bij de mensen die uit God geboren zijn.

SPOKEN

Lieve kinderen. ‘Doe je jasje dicht, het is koud buiten’, zei mamma tegen Lucas. Lucas keek omlaag naar de knopen van zijn jasje, maar de bovenste was verdwenen onder zijn kin en dus probeerde hij met zijn dikke vingertjes daar toch nog iets te regelen. ‘Waar gaan we naar toe?’ ‘Dat weet je toch. We gaan naar opa, naar het kerkhof.’ ‘Yess!’, riep Lucas onverwacht enthousiast. ‘Het kerkhof! Daar liggen de dooien. Die gaan spoken met Halloween!’ ‘Waar heb je die wijsheid vandaan?’ vroeg mamma. ‘Dat was op de televisie.’ zei Lucas. ‘Ja maar dat zijn grapjes. Dat is niet echt zo. Spoken bestaan niet.’ Lucas moest even nadenken. ‘Maar de dooien, die liggen er toch wel?’ ‘Ja die liggen er echt, maar ze zijn dood.’ ‘Kunnen ze niks meer zien?’ ‘Nee, ze kunnen niks meer zien.’ ‘En kunnen ze niks meer horen?’ ‘Nee, ze kunnen ook niks meer horen!’ ‘En kunnen ze niks meer ruiken?’ ‘Nee, ze kunnen niks meer ruiken.’ ‘Waarom neem jij dan bloemen mee?’ Nu was het mamma’s beurt om even stil te zijn. ‘Omdat ik nog zoveel van opa houd. En misschien vertelt God wel aan opa dat er bloemen op het graf liggen.’ ‘Ja’, zei Lucas peinzend, ‘dus dan kan opa wel nog horen wat God zegt...’ Halloween was leuker!