Mens, leer dansen

Aan de gereformeerde dorpskerk van Grindelwald hing een uitnodiging voor een eredienst tijdens een weekend in april. De plaatselijke volksdansgroep (Trachtengruppe) en Pfarrer Klaus Dieter Hägle stonden in voor de dienst.

Het thema van de dienst was: »O Mensch lerne tanzen, sonst wissen die Engel im Himmel mit dir nichts anzufangen.« “Mens, leer dansen, zo niet weten de engelen niet wat met jou aan te vangen.”

Dit is een heel mooi gezegde. Het zou van sint Augustinus afkomstig zijn, maar dan klopt niet helemaal. Toch heeft de bisschop van Hippo wel over de dans gepredikt en geschreven.

Of de engelen in de hemel dansen, weten we niet. Maar er wordt van hen en de heiligen gezegd dat zij God loven. Aan de hemel is vreugde verbonden. De dans is een uiting van vreugde. Zo vermeldt de Bijbel nu en dan een reidans.

Gaudeamus

De intredezang op het feest van Allerheiligen is een oproep tot vreugde; Gaudeamus. Allerheiligen is een blij feest omwille van de thuiskomst van zo velen bij God. We danken die dag in de prefatie God omwille van de grote kring van broers en zussen die bij Hem mogen zijn.

“Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden, zullen wij U danken, altijd en overal. Want vandaag vieren wij het feest van uw eigen Stad. Zij is onze moeder, het hemelse Jeruzalem. Daar klinkt al uit een kring van onze broeders in eeuwigheid uw lof. Daarheen zijn wij als pelgrims onderweg. Geleid door het geloof spoeden wij ons voort, vol vreugde om de verheerlijking van deze kinderen der Kerk, in wie Gij ons, zwakke mensen, een steun en voorbeeld schenkt. Daarom, met de ontelbare menigte van engelen en heiligen, roemen wij uw grote daden en zingen U toe vol vreugde.”

Volgens W. Barnard wordt in de hemelse stad zeker gedanst:

Wij hebben een sterke stad,

een stad met muren en schansen,

wij hebben een sterke stad.

een stad waar de kinderen dansen.

en waar men muziek maakt en zingt

een stad door de Heer omringd

(ZJ 709)

Constantijntje, een zoontje van Joost van de Vondel, is volgens de dichter een engeltje van het hemelrijk, waar het leeft en zweeft;

Constantijntje, ’t zalig kijntje
Cherubijntje, van om hoog,
D’ijdelheden, hier beneden,
Uitlacht met een lodderoog.
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij?
Waarom greit gij, op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van ’t hemelrijk:
En ik blink’ er, en ik drink er
’t Geen de schenker alles goeds
Schenkt de zielen, die daar krielen,
Dartel van veel overvloeds.
Leer dan reizen met gepeizen
Naar paleizen, uit het slik
Dezer werreld, die zo dwerrelt.
Eeuwig gaat voor ogenblik.

Joost van den Vondel

 “Het eeuwige gaat het tijdelijke te boven”, dit is het levensmotto van Antoine Bodar, waarvan hij getuigt in zijn boek Droef gemoed. Nels Fahner in gesprek met Antoine Bodar over depressie. Volgens hem en veel anderen legt muziek een verbinding met eeuwigheid.

Dans in de Bijbel

Het verlangen naar het hemels feest met dans is in de Bijbel al gewekt door de profeet Jeremia. De profeet denkt allereerst aan het feest in het bevrijde Jeruzalem. “Hij die Israël eens heeft verstrooid zal het verzamelen, zal het behoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt. Jakob zal worden bevrijd door de Heer, los uit de greep van hem die het roofde. Juichend betreden zij Sion weer, zetten zich neer waar de Heer hen zegent. Meisjes dansen een vreugdedans, samen met jongens en grijsaards. Dan breng Ik vreugde in plaats van rouw, troost en blijdschap na al hun droefheid” ( Jer. 31).

“Mijn rouwklacht hebt Gij veranderd in een reidans, mijn rouwkleed hebt Gij losgemaakt, met vreugde mij omgord” (psalm 30,12).

In het Oude Testament dansten Mirjam (Ex. 15,20) en David (2 Sam. 6,14-16) God ter ere en om Hem te danken. Maar het volk heeft gedanst rond het gouden kalf en vereerde afgoden (Ex. 32,6).

In het Nieuwe Testament is er gedanst wanneer de jongste zoon naar huis bij zijn vader terugkeerde (Lc. 15,25).

In het boek van de Openbaring staat voor de troon en het Lam een onafzienbare menigte, die niet te tellen is, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. Rondom de troon staan alle engelen en de oudsten. Zij aanbidden God met de woorden: “Amen, lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen” (Apoc. 7,9-12).

Oh, when the saints go marching in

Oh, when the saints go marching in

Lord I want to be in that number

Oh, when the drums begin to bang

Oh, when the drums begin to bang

I want to be in that number

When the saints go marching in

 

Een Franse Marialegende vertelt van een goochelaar, die zijn onregelmatig leven opgeeft en intreedt in een klooster. Maar het leven van de monniken blijft hem vreemd, hij is niet in staat een gebed uit te spreken noch te zingen. Hij klaagt zijn leed bij de Maagd Maria, en zij moedigt hem aan God te dienen met datgene wat hij kan: dansen en springen! 

Vanaf dat moment verzuimt hij alle koorgebeden, om op die tijden te dansen. Hij wordt bij de abt ontboden en denkt het klooster uitgestuurd te worden, maar de abt zegt alleen maar: ‘In jouw dans heb je God met lichaam en ziel geëerd. Maar ons moge Hij alle goedkope woorden vergeven, die over onze lippen komen zonder dat ze door ons hart worden ingegeven.’ (Dorothee Sölle, Mystiek en verzet, p.256)

Zo het dansen ons niet lukt, dan kunnen we toch de vreugde en de lof aanwakkeren, die er in overvloed is bij de engelen en de heiligen. Stramheid kan het dansen beletten, maar niet de vreugde en de dankbaarheid.

Blije heiligen

Op dit feest van Allerheiligen moeten we melding maken van de brief van paus Franciscus, geschreven in een eenvoudige klare taal over de roeping tot heiligheid in de wereld van nu. Hij begint zijn brief, gedateerd op 19 maart 2018, met de woorden Gaudete et Exultate, Wees blij en juich. De Bergrede en de zaligsprekingen zijn de ruggengraat van deze brief. Heiligheid wekt vreugde en heeft zin voor humor. De paus wijdt daaraan enkele paragrafen.

“In plaats van een geremde, droevige, lusteloze, melancholieke geest te hebben of weinig energiek te zijn is de heilige in staat te leven met vreugde en met gevoel voor humor. Een heilige is in staat met vreugde en met een gevoel voor humor te leven. Zonder zijn realisme te verliezen verlicht hij de anderen met een positieve geest, rijk aan hoop. Christen zijn is “vreugde door de Heilige Geest” (Rom. 14, 17), omdat op de liefde van de naastenliefde noodzakelijkerwijze de vreugde volgt. Want wie liefheeft, geniet altijd van de vereniging met de geliefde. Daarom volgt op de naastenliefde de vreugde”. Wij hebben de schoonheid van zijn Woord ontvangen en nemen het aan “onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de Heilige Geest” (1 Tess. 1,6). Als wij toelaten dat de Heer ons uit onze schulp doet kruipen en ons leven verandert, dan zullen wij kunnen verwezenlijken wat de heilige Paulus vroeg: “Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u!” (Fil. 4, 4).” (Gaudete et Exultate, n° 122)

“Gewoonlijk gaat de christelijke vreugde gepaard met een gevoel voor humor. Dit is bijvoorbeeld evident bij de heilige Thomas More, de heilige Vincentius à Paulo en de heilige Filippus Neri. Een slecht humeur is geen teken van heiligheid: “Zet alle zorgen van je af" (Pred. 11, 10). Er is zoveel dat wij van de Heer ontvangen “om het rijkelijk te genieten” (Tim. 6, 17), dat droefheid een teken van ondankbaarheid zou zijn. Men is zo in zichzelf opgesloten dat men niet in staat is de gaven van God te erkennen.” (Gaudete et Exultate, n° 126)

Paus Franciscus beveelt het gebed aan dat aan de heilige Thomas More wordt toegeschreven:

"Geef mij, Heer, een goede spijsvertering en ook iets om te verteren.

Geef mij een gezond lichaam en het noodzakelijke goede humeur om dit te onderhouden.

Geef mij een eenvoudige geest die al het goede weet te waarderen

en die niet snel bang wordt bij een ontmoeting met het kwaad.

Geef mij een ziel die geen verveling, gemopper, gezucht en geklaag kent, en ook geen overmaat aan spanning als gevolg van die sta-in-de-weg met de naam 'ik'.

Geef mij, Heer, een gevoel voor goede humor.

Geef mij de genade om tegen een grap te kunnen,

om in het leven een beetje vreugde te ontdekken

en in staat te zijn dit met anderen te delen."