Allerheiligen, feest van Superdiversiteit

 

 

Niet zo ver van Caritas/Melle had A Place to Live in het jeugdcentrum Ten Berg/Merelbeke een vakantie ingericht voor arme gezinnen uit de hoofdstad voor wie op vakantie gaan niet vanzelfsprekend is. A Place To Live vzw is een welzijns- en vrijwilligersorganisatie in Brussel. Er waren vijftig deelnemers, ouders en kinderen uit elf verschillende nationaliteiten. Het is een van de zovele voorbeelden hoe divers onze samenleving is. Ze is niet divers, maar superdivers.

 

 

Superdivers, met dit woord omschrijft de Antwerpse socioloog Dirk Geldof onze maatschappij, zeker in de steden. Een rit aldaar met een lijnbus of metro zal ons er vlug van overtuigen.

 

 

Mediteren in de metro

 

Een rit in de Brusselse metro van het Centraal station richting Stokkel. Veel volk, een grote verscheidenheid, vrouwen met hoofddoek, mensen van Afrikaanse afkomst, mensen uit Azië, een aantal blanken. Enkele onder hen converseren met elkaar. Je hoort Engels, Spaans, Arabisch, Frans. Velen hebben een smartphone bij de hand. Een leest in de Vlaamse editie van Metro. Er staan soldaten in de metro.

 

 

Het is een verzameling van mensen onderweg, die ergens hun stek hebben, alleen of in een gezin. Ze zijn op weg naar school, naar een winkel, naar een ziekenhuis, ze gaan naar of komen van hun werk.

 

 

Reizen, reizigers – in zo veel soorten!

 

Zo veel nationaliteiten op de wereld! Zo veel beroepen! Zo veel mensen!

 

Zo veel verschillende bestemmingen, die men het leven geven kan,

 

Het leven dat, uiteindelijk, in wezen, altijd en altijd hetzelfde is!

 

Zo veel merkwaardige gezichten! Alle gezichten zijn merkwaardig.

 

En niets schenkt zo veel religiositeit als heel scherp naar de mensen kijken.

 

Broederschap is, per slot, geen revolutionair idee.

 

Het is iets dat men in het leven leert, waar men van alles moet verdragen,

 

En vervolgens prettig vindt wat men verdragen moet,

 

En, ten slotte, bijna huilen moet van tederheid 

 

om dat wat men verdragen moest!

 

 

Deze mooie overweging komt uit Ode Marítima, een lang gedicht van Fernando Pessoa. Delen van deze ode staan gegrift op een aantal plaatsen aan de zeedijk van de Belgische kust.

 

 

Elke mens is anders, elk met een eigen gelaat, eigen genetisch materiaal, eigen vingerafdrukken.

 

 

Verbondenheid

 

Toch zijn we met elkaar verbonden en hebben we veel gemeenschappelijks. Elke mens is het kind van een man en een vrouw. “Ik niet, zei een psychiatrisch patiënt, ik ben een vondeling.” Hier spreekt de pijn van een man, die van bij het begin van het leven liefde heeft gemist.

 

 

We zijn verbonden door de taal die we leerden en nu spreken, door de plek waar we opgroeiden en nu wonen, door de historische groei van ons land van oorsprong en het land waar wij nu tijdelijk of lange tijd wonen. Er zijn banden door of remmen vanwege de cultuur en de economie, door het werk dat we verrichten.

 

 

Ik kan veel dankzij de beschikbare voorzieningen in de maatschappij, zoals de inrichting van het openbaar verkeer. Wij bouwen op de erfenis van vorige generaties. Alles wat wij zien, is werk van mensen, van wat ze gebouwd en verbouwd hebben. Ingenieurs hebben de metro gepland, gastarbeiders hebben de schachten gegraven. Veel mensen werken, maar worden echter niet op dezelfde manier gewaardeerd en betaald.

 

 

Ondanks het vele dat onaf is, kunnen wij God danken. Hij is de bron van al wat leeft. “Wij loven Hem voor al wat mooi is in de wereld. Wij prijzen Hem voor het licht van de dag en voor het Woord dat Hij tot ons spreekt. Wij zeggen Hem dank voor het land en de mensen die er wonen, en voor het leven dat komt uit zijn hand” (Euch. gebed, IX).

 

 

Geen haat

 

We rijden door het metrostation Maalbeek. Even gaan de gedachten naar de aanslag aldaar in maart 2016. Een minuutje eerder of later op die plaats en het leven zou gans anders geweest zijn!

 

 

Hoe komt het dat mensen elkaar naar het leven staan? Waarom is er van het begin af de broedermoord? Wanneer stopt het geweld?

 

 

Wij hebben de opdracht om te zorgen dat liefde het wint van haat. Wij behoren tot een gemeenschap, tot de grote gemeenschap van mensen. Wij willen bijdragen tot het welzijn van allen. Wij kunnen niet zonder de anderen. Wijs geen medemens af, want je weet niet wie je morgen zal depanneren en uit de gracht zal halen, waarin jij er versukkelt.

 

 

Wij zijn met elkaar verbonden door onze zoektocht naar geluk. We hebben een zelfde oorsprong en een zelfde bestemming. Wij hebben een zelfde Vader. Er is eenheid in verscheidenheid. Hij wijst niemand af. Hij vertrouwt mensen toe aan elkaar, ongeacht hun huidskleur. Jezus is de hand, die Hij ons toereikt. Jezus verkondigt ons het geluk van het rijk van zijn Vader en wijst ons de weg daarheen. Gods gedachten gaan naar allen die Hem met een oprecht hart zoeken (cfr. Euch. Gebed IV). Hij zorgt voor diversiteit, ook in de hemel.

 

 

Wij behoren tot een pelgrimerend volk. Zij die ons zijn voorgegaan en nu bij de Heer zijn, sporen ons aan om de weg van Jezus te blijven volgen en hem te zoeken en te vinden bij wie arm zijn en klein, bij wie vervolgd worden en gevangen zijn, bij wie vreemd zijn, naakt, hongerig en dorstig.

 

 

Wij hebben hier geen blijvende stad

 

De Franse schrijver François Mauriac (1885-1970) betreurt in zijn Mémoires intérieurs dat hij tekort schoot omdat hij onvoldoende vanuit Christus heeft geleefd en hem te weinig heeft verkondigd aan anderen. Hij wanhoopt niet omdat een christen mag steunen op het groot aantal heiligen. Notre Eglise est l’église des saints. Onze kerk is de kerk van heiligen. François Mauriac voelt zich in de liturgie het meest geraakt door de litanie van alle heiligen. De heiligen tonen ons het best de verscheidenheid van de kerk. Zij komen uit vele streken, landen en tijden. Ze staan voor de troon van het Lam. Jan van Eyck heeft dit prachtig uitgebeeld in het beroemde Gentse retabel van het Lam Gods.

 

 

De schrijver van de brief aan de Hebreeën bemoedigt zijn lezers om de toekomstige stad op te zoeken (Hebr. 11,14-16). De heiligen zijn daarbij onze beste wegwijzers. Zij hebben geluisterd naar het woord van de Heer en hebben de weg van de zaligsprekingen bewandeld.

 

 

Gods hemel is ruimer dan zijn georganiseerde kerk. In hun verklaring over de houding van de kerk ten opzichte van de niet christelijke godsdiensten schreven de bisschoppen tijdens het tweede Vaticaans concilie: “In onze tijd, nu de mensheid steeds sterker groeit naar een eenheid, en de onderlinge betrekkingen tussen de verschillende volken zich steeds meer uitbreiden, bezint de Kerk zich dieper op haar houding tegenover de niet-christelijke godsdiensten. Bij haar taak om de eenheid en de liefde tussen de mensen en zelfs tussen de volken te bevorderen, beschouwt zij hier allereerst datgene, wat de mensen gemeen hebben en wat hen voert tot een werkelijk samenleven.

 

 

Alle volken immers vormen één gemeenschap, zij hebben een en dezelfde oorsprong, omdat God de gehele mensheid heeft doen wonen over heel de vlakte van de aarde. Zij hebben ook één en hetzelfde einddoel, God, wiens Voorzienigheid en bewijzen van goedheid en wiens heilsplan zich uitstrekken tot allen, totdat de uitverkorenen verenigd zullen worden in de Heilige Stad, die door Gods luister zal verlicht worden en waar de volken zich zullen verheugen in zijn licht” (Nostra aetate, 1)

 

 

Zo lezen we in de Katechismus van de Katholieke Kerk: “Het heilsplan strekt zich ook uit tot hen die de Schepper erkennen, onder wie vooral de moslims, die in hun belijdenis aan het geloof van Abraham vasthouden en samen met ons de ene en barmhartige God aanbidden die op de jongste dag de mensen zal oordelen” (KKK 841).

 

 

Wanneer we zelf bij de Heer aankomen, zullen we wellicht verwonderd zijn over de grote diversiteit. Wij zullen dan merken dat in vervulling is gegaan, waarvoor we hier op aarde tijdens de eucharistie gebeden hebben: “Gij hebt ons hier bijeengebracht aan de tafel van uw Zoon, samen met de heilige Maagd en Moeder van God, Maria, en met alle heiligen. Breng zo de mensen bijeen van alle rangen en standen, van alle rassen en talen om in eenheid de maaltijd te vieren tot eeuwige verzoening in een nieuwe wereld, die vervuld is van uw vrede. Door Christus onze Heer” (Euch. Gebed VI). Jezus zei bij zijn afscheidsrede: ”In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen” (Joh. 14,2).

 

 

De diversiteit van mensen in de hand van God mag ons niet verbazen. We mogen er ons over verheugen: “Gaudeamus omnes in Domino.” Verheugen we ons in de Heer omwille van de feestdag van alle heiligen in hun grote diversiteit.