Allerheiligen C - 2004

Zusters en broeders,

Een van de bekendste gedichten van de Vlaamse dichter Paul Snoek is een ode aan het zwemmen, en het eindigt met de woorden: "Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn."

"Een beetje bijna heilig zijn" ... ik vind dat ongelooflijk mooi geformuleerd, en het zou de leefregel en ook het doel van elke christen kunnen zijn: een beetje bijna heilig zijn.

Ik weet het, heilig is zo'n woord dat je niet snel gebruikt, zeker niet als het gaat om levende mensen, en nog minder al het om jezelf gaat. Wie zegt nu van zichzelf dat hij of zij heilig is, al is het nog maar een heel klein beetje. Want heilig zijn, dat is weggelegd voor vrome krachtpatsers uit het verleden, mensen die hun heiligheid als het ware met de moedermelk hebben ingezogen. Of niet soms?

Zusters en broeders, je kent wellicht het verhaal van die pastoor die aan de kinderen van de catechese vroeg wat heiligen waren. Een van de kinderen keek toevallig naar de glasramen die met heiligen beschilderd waren, en waar als bij toeval juist op dat moment de zon op viel. En het kind zei zonder verder na te denken: "Heiligen zijn mensen die licht doorlaten." De andere kinderen lachten, de pastoor volgde de blik van het kind en begreep waar de uitleg vandaan kwam. En tegelijk begreep hij dat dat kind het perfect verwoord had: "Heiligen zijn mensen die licht doorlaten." Het licht van Gods liefde, het licht van vrede, van broederlijkheid en gerechtigheid. Dat licht van God  geven zeb door in hun manier van leven, in hun gewone dagdagelijkse bestaan.

"Hoe doe je dat, heilig worden?" vroeg er eens een vrouw aan Sint-Franciscus. En die antwoordde: "Probeer de deuren zacht te sluiten." Geen godsdienstige krachtpatserij dus, geen religieus fanatisme. Alleen maar de deuren zacht sluiten. Het lijkt misschien een gek antwoord, maar als we even nadenken, weten we dat we een deur ook kunnen dichtslaan achter ons, zelfs definitief. En dan begrijpen we meteen ook dat mensen die de deuren zacht sluiten, mensen zijn die vrede stichten. "Zalig die vrede brengen", zegt Jezus over hen, "want zij zullen kinderen van God genoemd worden. En mensen die de deuren zacht sluiten, zijn ook mensen die anderen niet willen kwetsen. "Zalig de zachtmoedigen", zegt Jezus over hen, "want zij zullen het land bezitten." En het zijn ook mensen die anderen niet lastig vallen met hun dwingende vragen om meer en nóg meer, ook als dat ten koste van anderen moet gaan die  minder met de ellebogen werken: "Zalig de armen van geest", zegt Jezus, "want aan hen behoort het Rijk der hemelen."  En ook: "Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." En mensen die de deuren zacht sluiten, zijn ook mensen die anderen ontzien, en die in iedere mens een medemens zien. "Zalig de barmhartigen", zegt Jezus over hen, "want zij zullen barmhartigheid ondervinden." En het zijn ook mensen die geen bijgedachten koesteren, die eerlijk zijn in handel en wandel. "Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien", zegt Jezus over hen.

Zusters en broeders, de zaligsprekingen zijn de grondwet van ons geloof. Ze vormen de hoeksteen van ons christen zijn. Ze dwingen ons helemaal niet tot religieuze heldendaden, tot maandenlang vasten en ons alles ontzeggen wat ons leven aangenaam kan maken. Integendeel, ze geven ons een leefregel die ons leven juist wél aangenaam maakt, omdat we, vanuit ons geloof, in vrede leven met onszelf en met anderen. Een vrede die ons thuisbrengt in 'die grote menigte in witte gewaden die staat voor de troon en voor het Lam', waarvan sprake is in de eerste lezing. Een vrede die ons maakt 'tot kinderen van God', zoals Johannes in de tweede lezing zegt.

Een zalige vrede die ons inderdaad een beetje bijna heilig maakt. Amen.