Allerheiligen C - 2007

"Fortuin, dat was bij hen allen bijna gedistingeerd het niet hebben en dan te leven of ze het wél hadden. Positie, dat was waar zij naar streefden, en wie er niet naar streefde, werd veroordeeld om zijn zwakte. Geloof, dat was bij de anderen, de kennissen, soms als een fatsoenlijkheid of een partijbelang, maar in hun kring werd dat zacht en kalm genegeerd, werd er nooit over gedacht en gesproken, en werden de kinderen tussendoor snel even gedoopt en gevormd, net of ze dansles kregen of muziekles. Geboorte, afkomst, dat was alles."

Zusters en broeders, je hoorde een klein fragmentje uit de zeer lijvige roman De boeken der kleine zielen die de Nederlandse schrijver Louis Couperus tussen 1901 en 1903 publiceerde. Hij schetst daarin het doen en denken van de betere Haagse kringen van die tijd: afkomst, positie en fortuin, dat was het enige wat voor hen telde. Geloof, dat was niet belangrijk, dat was een tussendoortje, een onbelangrijk nummertje dat geen enkele verplichting inhield en dat ook niets opbracht.

Die woorden van Couperus zijn meer dan honderd jaar oud, maar ze lijken vandaag onze hele maatschappij te beschrijven. We lijken met zijn allen vastgespijkerd te zitten in de logica van het geld, het werk, het verdienen en het bijverdienen, net of we  puur economische wezens zijn. Het gaat altijd om cijfertjes: hoeveel kost de gezondheid van de mensen, hoeveel kost de opvang van de gehandicapten, hoeveel goedkoper is plaatsing in een rusthuis dan verzorging thuis, hoeveel kosten ongevallen en arbeidsongevallen en ga zo maar door. Altijd: hoeveel kost dat en hoeveel brengt dat op. Dat er achter al die cijfers en al die berekeningen mensen schuilgaan met hun lief en hun leed: gezonde mensen maar ook zieke mensen, jonge maar ook oude mensen, rijke maar ook arme mensen, dat lijkt niemand te deren. Of misschien nog erger: dat lijkt niemand nog te beseffen.

Zusters en broeders, Allerheiligen en morgen Allerzielen vieren brengen ons even terug tot onszelf. Heel even staan we stil bij wat ons echt bezighoudt, bij onze pijn om verlies, bij ons verdriet, bij onze emoties. Heel even zijn we meer dan cijfertjes en geld. Heel even zijn we wat we echt zijn: mens onder de mensen. Met onze eigen dromen, onze eigen verlangens, onze eigen pijn, onze eigen vreugde. Heel even beseffen we dat we onderweg zijn, dat ons verblijf hier alleen maar een doortocht is, dat we alleen maar blad zijn dat door de wind wordt bewogen. Niets meer. Vanuit dat besef zijn we hier bijeen, om onze lieve doden te gedenken, zij die hun eindbestemming bereikt hebben. Niet langer onderweg zoals wij, maar thuisgekomen bij God, de heiligen die ons zijn voorgegaan.

Wij zijn nog niet aangekomen, wij zijn nog onderweg, en in het evangelie reikt Jezus ons een paar heerlijke wegwijzers aan. Wegwijzers veraf van de cijfermatige mens, maar middenin het hart van de echte mens, de emotionele mens, de mens met gevoelens, de mens onder de mensen. Zalig zijn wij die Jezus' wegwijzers mogen en willen volgen. Zij zullen ons bevrijden uit de grote verdrukking, en zachtmoedigheid, troost, gerechtigheid en vrede zullen ons deel worden.

Zusters en broeders, in zijn Zaligsprekingen zegt Jezus dat de armen naar geest het Rijk der hemelen zullen bezitten. Welnu, laten we dat proberen zijn: arm naar geest. Dat betekent niet dat we als sukkelaars door het leven moeten gaan, maar wel dat we mensen willen zijn die de cijfers niet belanrijk vinden, maar wel de mens achter de cijfers. En die mens, dat zijn wijzelf en alle andere mensen om ons heen en in deze wereld. En dat zijn ook de heiligen ons voorgegaan die we hier vandaag willen gedenken. Als we deze dagen naar het kerkhof gaan, is dat niet omdat we cijfers willen gedenken, wel omdat we dicht bij hen willen zijn die ons lief zijn en blijven. Onze eigen heiligen die ons zijn voorgegaan, mens onder de mensen. Amen.