Pater Damiaan: de religieuze kern van deze boeiende missionaris (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 129 niet laden

Dit weekend wordt Jozef Deveuster, beter bekend als pater Damiaan te Rome heilig verklaard. Daarom willen we dit en volgend weekend in de preek aandacht besteden aan deze heilige, afkomstig uit Vlaanderen, maar behorend aan de wereldkerk.

De jongste weken kon je veel horen en zien over pater Damiaan. Zowel radio als televisie als de geschreven pers zijn uitgebreid ingegaan op de heiligverklaring. Maar zelden hoorden we Damiaan zelf aan het woord.
Een uitgelezen manier om pater Damiaan beter te leren kennen is zijn brieven te lezen. Van pater Damiaan zijn meer dan 200 brieven als missionaris bewaard. En die schetsen een boeiend beeld van onze heilige.

Pater Eduard Brion, die de brieven zorgvuldig bestudeerde, schetst hoe Damiaan als een typische missionaris van zijn tijd begin, maar hoe hij al snel geëvolueerd is.

Uit zijn eerste brieven van 1873, als hij net in Molokai aangekomen is, blijkt hij niet zozeer geraakt te zijn door de ziekte en de ellende van zijn melaatsen, maar vooral getroffen te zijn dat ze zonder priester of sacramenten aan hun lot werden overgelaten.
Hij schrijft aan zijn provinciaal en aan de algemeen overste: De zieken worden hier met volle schepen aangebracht en de stervenden vermenigvuldigen zich. De arme christenen die op sterven lagen riepen met luide kreten om een priester. Zo zijn veel ongelukkigen gestorven zonder het doopsel of het sacrament van de stervenden te ontvangen. Damiaan was als kind van zijn tijd vooral bekommerd om de ziel van elke melaatse te redden.
In november 1873, hij is dan een half jaar in Molokai, schrijft hij naar zijn ouders: Mijn grootste geluk bestaat erin de Heer te dienen in zijn arme en zieke kinderen, die door de andere mensen verstoten worden. Ik tracht ze allen op de weg naar de hemel te leiden'
En aan de algemene overste van zijn congregatie, de Picpussen, schrijft hij: Hier ben ik dus, Zeer Eerwaarde Pater, te midden van mijn lieve melaatsen. Onze goddelijke Zaligmaker Jezus heeft in zijn goddelijke liefde melaatsen getroost. Indien ik ze niet kan genezen zoals Hij, kan ik ze tenminste troosten. En door het heilig priesterambt dat Hij mij in zijn goedheid heeft toevertrouwd, hoop ik velen onder hen te reinigen van de melaatsheid van de ziel, zodat, wanneer ze voor Gods rechterstoel verschijnen, ze in staat zullen zijn binnen te gaan in het gezelschap van de gelukzaligen. Damiaan typeert zichzelf dus vooral als priester en missionaris, dit zijn ook de twee woorden die meestal naast zijn handtekening staan onderaan zijn brieven. Deze missionaire opvatting, gericht op het geil van de ziel, wortelde in het tijdsgebonden katholicisme dat Damiaan beleefd had gedurende zijn kinderjaren en zijn jeugd.

Pater Damiaan was vooral gericht in het redden van zielen. In dit kader speelden de sacramenten een essentiële rol als heilsmiddelen, niet alleen voor de melaatsen, maar zeker ook voor de missionaris zelf. Pater Damiaan was allereerst een man van geloof en een man van de kerk.

Twee maand na zijn komst in Molokai schrijft hij aan de apostolisch vicaris van Hawai: ‘Er is een verandering in de algemene geest van de bevolking hier. Ik doop er iedere week een dozijn of een half dozijn'; En zes jaar later: De meeste zieken zijn niet-katholiek als ze hier aankomen, maar ze sterven als katholieken.

Voor zichzelf vond hij de biecht zeer belangrijk. In Molokai verbeef hij negen jaar als enige priester. Soms kon hij met een schip naar Honolulu of moest hij wachten op de komst van een confrater die van een naburig eiland Maui om de drie maand langs kwam. Regelmatig klaagt hij in zijn brieven over de schaarse kansen om te biechten: In 1886 is hij zelf door melaatsheid aangetast. Hij schrijft aan een confrater: Begin oktober heb ik de goede pater Colomban gezien. Nu is het de laatste dag van het jaar en ik weet nog niet wanneer mijn biechtvader zal komen. Dat ik het zolang moet stellen zonder confrater van onze dierbare congregatie valt mij veel zwaarder dan de melaatsheid zelf.

Pater Damiaan was ook zeer gehecht aan de dagelijkse eucharistie.
Op het einde van zijn leven schrijft hij aan zijn broer Pamphile, eveneens Picpus, Ik ga verder met alle dagen de mis te zeggen. Dit voorrecht is mijn grootste troost. Tot aan de laatste maande van zijn leven bleef hij trouw aan de dagelijkse mis, net zoals hij trouw bleef aan het bidden van zijn brevier.
De congregatie van de H.Harten is toegewijd aan de aanbidding van het Heilig Sacrament. Hij organiseert de voortdurende aanbidding in zijn kerk te Molokai. Ook zelf haalt hij er steun en kracht uit. Hij schrijft aan zijn broer Pamphile: Zonder het heilig sacrament zou een situatie als de mijne niet houdbaar zijn. Maar doordat ik Onze Lieve Heer aan mijn zijde heb, blijf ik altijd blij en tevreden. Het is aan de voet van het altaar dat we de nodige kracht vinden in onze eenzaamheid. En als hij ziek werd en een streng verbod kreeg om het eiland te verlaten schrijft hij zijn broer:
Ik berust in de Goddelijke Voorzienigheid en vind mijn troost in de enige gezel die me niet meer verlaat, dit is onze Goddelijke Zaligmaker in de H. Eucharistie. Het is de voet van het altaar dat ik dikwijls biecht en verlichting zoek voor mijn innerlijk leed.

Zo komen we dichter bij de kern van zijn persoon: zijn persoonlijke verbondenheid met christus en met God. De dagelijkse aanbidding en de liefde voor de eucharistie wijst ons al op de verbondenheid met Christus. In zijn brieven citeert hij soms zinnen van Paulus, in het Latijn natuurlijk, maar vertaald:Ik verlang heen te gaan om met Christus te zijn en ik ben gestorven en mijn leven is met Christus in God geborgen.

In zijn brieven heeft hij het vaak over de goede God, die leidt, bewaart, beschermt, zegen of beproeving toezendt of zoals hij het schrijft aan zijn algemeen overste: In de overtuiging dat de goede God mij het onmogelijke niet vraagt, ga ik in alles vrijuit, zonder vrees.

Vanuit deze gelovige en biddende kern van zijn persoonlijkheid zal Damiaan op een heel eigen wijze zijn zending onder de melaatsen invullen en bewust gelovig met zijn naderende dood omgaan. Deze twee aspecten zullen we volgend weekend vanuit de brieven van Damiaan verder toelichten.