In uw handen ben ik zo vrij, dat ik zeggen kan:

Hebt u al gerekend, over negen maanden is het kerstmis. Daarmee is meteen de betekenis van dit feest van deze dag, de Aankondiging van de Heer, verduidelijkt.

Soms helpt de wetenschap om het geloof verder te verdiepen. Zo ook vandaag. Sinds we weten hoe wonderlijke dat begin van een mensenleven in de moederschoot is, krijgt het feest van de Aankondiginge van de Heer meer diepgang. Misschien hebt u wel eens gezien dat ik twee kleine voetjes op de kraag van mijn colbert draag. Jaren geleden kwam ik die tegen op een stand van de VBOK. Ze troffen me zo, dat ik ze heb gekocht. Jaren zaten ze op het colbert van mijn goede costuum, maar omdat ik dat maar af en toe draag, leek het me beter ze over te zetten. Een week geleden kwam ik ze weer tegen toen de VBOK Westland hier in de grote zaal een lezing gaf. Het zijn voetjes op ware grootte van een kindje in de moederschoot van 10 weken oud. Zeg maar drie maanden.

In onze kerk hebben we rond de veertig doopjes per jaar en bij de huisbezoeken vooraf aan de doop, hoor ik steeds weer hoe enorm de jonge ouders onder de indruk zijn van dat nieuwe leven. Een wonder, zo noemen ze het. Een wonder dat zorg, liefde en bescherming waard is. Vandaar die twee voetjes. Want dat wonder begint daar bijna onzichtbaar klein, terwijl in dat ene moment alles gegeven is voor de toekomst. Die ene unieke mens komt daar in dat veilige huis onder het hart van de moeder tot leven.

Negen maanden voor Kerstmis. Als het begin van een mensenkind al een wonder is, dan is dit begin van Gods Zoon een nog groter wonder. Het helpt ons te beseffen dat Jezus alle fasen van ons mensenleven heeft doorgemaakt. Gods Zoon als een ongeboren kind, Gods Zoon als peuter, als kleuter, als jongeling, als volwassene. Een fase heeft Hij niet mogen meemaken, de ouderdom. Of toch wel, niet in jaren, maar in Wijsheid, niet in gewone slijtage, maar wel in het dragen van het kruis.

Hebt u zich wel eens afgevraagd waarom Jezus niet als volwassene uit de hemel gekomen is? Dat was toch ook wel mogelijk geweest voor God. Dat hoorden we in de een na laatste regel van het Evangelie: Voor God is niets onmogelijk. Kijk maar, het staat er. Maar het roept een beeld op van Ti-Ta-Tovenaar. God kan alles, ja toch ..... ?

Waarom dus niet als Koning gekomen met vurige paarden en een leger van engelen; een leger dat alle slechterikken neerslaat. Een machtige Zoon van God, die niet met Zich laat spotten. Nee, het tegendeel gebeurt; de Zoon van God wordt mens, helemaal, van het meest prille en kwetsbare begin, tot het net zo kwetsbare einde als Hij wordt gedood.

Waarom? Waarom zo mens worden? Omdat wij dan niet kunnen zeggen: wat weet God daarvan, God heeft geen lichaam, God weet niet wat lijden is, God kan gemakkelijk praten vanuit zijn hemelhoge troon. Dat kunnen wij niet zeggen. Nee, Hij heeft zijn Zoon gezonden, die alle momenten van ons leven heeft gedeeld.

Van Jezus zegt de engel: Hij zal groot zijn, zijn Naam zal zijn: Zoon van de Allerhoogste. Hij zal heten, de heilige, Zoon van God.

We hoorden het in de Tweede Lezing: Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid. En in de eerste Lezing: "Zij zal Hem noemen: Immanuel, God met ons".

We zouden nog lang over dit mysterie kunnen spreken, echter dan wordt het te abstract, te theologisch. Maar het is goed te weten dat God heeft gewild dat Jezus, zijn Zoon, alle fasen, alle hoogtepunten en dieptepunten van ons menszijn heeft gedeeld. Zo is Jezus voor ons echt een voorspreker, een hogepriester, die van onze moeilijkheden weet en die ons volledig kent.

Nog iets over Maria. Iedere keer wanneer ik deze tekst lees, raak ik onder de indruk van deze bijzondere vrouw. Ik heb nog nooit een verschijning of een woord van een engel gehad. Maar ik zou me kunnen voorstellen dat ik ervan onder de indruk zou zijn. Dat is Maria ook, maar niet zozeer van die engel, maar van het woord dat zij hoort. Begenadigde, de Heer is met u. Wat ik zo mooi aan haar vind is dit: Ze blijft zo nuchter, ze zou een Westlandse kunnen zijn. Ze denkt na: Het staat er letterlijk: Ze vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen. Ze laat zich niet zomaar iets wijs maken. De engel vervolgt dus zijn verhaal. En dan een tweede keer: Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?". Ofwel, ik heb geen omgang met een man en ben dat ook niet van plan. Opnieuw heeft de engel wat uit te leggen.

Maria staat stevig in het fundament van haar geloof, van haar eigen relatie met God en pas als ze merkt dat dit Woord past binnen haar relatie met God, gaat ze accoord met deze blijde Boodschap van de engel.

Het is vandaag inderdaad een hoogfeest. Omdat de vader ons zijn Zoon heeft gegeven. Omdat de Zoon ons leven heeft willen delen in al zijn facetten. Omdat Maria bereid was mee te doen met God die met haar een onbegaanbare weg wilde bewandelen.

Een hoogfeest voor ons, want de Vader gaf zijn Zoon aan ons. De Zoon gaf zichzelf aan ons en Maria gaf haar Jezus aan ons. Negen maanden voor Kerstmis vieren we het nieuwe begin van een leven met God. Meer dan een hoogfeest waard. Amen.