Vreugde en ontzag

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Matteüs wijdt zijn kindsheidverhaal uitsluitend aan Jezus. Lucas heeft bovendien nog veel aandacht voor Jezus' directe voorloper: Johannes de Doper. Ook zijn geboorte was omgeven door wonderbare gebeurtenissen. Elisabet kon geen kinderen krijgen en werd toch moeder. Tijdens haar zwangerschap werd zijn vader Zacharias met stomheid geslagen, omdat hij zich verzet had tegen de naamgeving. De naam Johannes was inderdaad ongebruikelijk in de familie, maar toch werd het kind zo genoemd bij zijn besnijdenis. ‘In heel her land van Judea werd dit alles druk besproken,' voegt Lucas er, allicht niet zonder enige overdrijving, aan toe.

Of het allemaal letterlijk zo verlopen is, blijft natuurlijk zeer de vraag. De kindsheidverhalen zijn pas vele tientallen jaren na Jezus' dood en verrijzenis opgetekend. Een evangelie lees je niet als een krant. Dit is geen verslag van een ooggetuige. Wel willen die verhalen iets verduidelijken wat van essentieel belang is om de rest van het evangelie te begrijpen. Zowel Jezus als Johannes was in de wieg gelegd om grootse dingen te doen. God was op een uitzonderlijke manier in hun optreden aanwezig. Heel hun bestaan was eigenlijk één groot goddelijk gebeuren. Naar gewone menselijke maatstaven sprong zowel Jezus als Johannes ‘uit de band', zelfs uit de gewone familieband(en). Jezus werd verwekt door de kracht van Gods Geest en Johannes kreeg een ongebruikelijke naam. De kindsheidverhalen willen duidelijk maken dat we vanaf de eerste bladzijde van het evangelie rekening moeten houden met de ongewone afkomst van de hoofdfiguren. In hen was God op een unieke manier werkzaam.

Minstens even belangrijk zijn de reacties van de omgeving op dat alles. Het opzienbarende zet niet meteen op weg naar God. Ook in de Schrift worden niet alle onverwachte en ongewone gebeurtenissen automatisch aan Gods tussenkomst toegewezen. Boze machten en krachten kunnen evenzeer ongewone dingen doen. De bijbelse mensen hadden, dankzij een lange traditie, heel wat ervaring opgedaan om uit te maken wat wel en wat niet van God kwam. De ongewone geboorte van Johannes werd gezien als een teken van Gods barmhartigheid. Daar paste vreugde bij. Toen Zacharias ‘zijn mond en zijn tong weer kon bewegen', ging hij meteen God prijzen. En de hele buurt werd ‘door ontzag' bevangen. Dat was geen angst, maar een huiver in het contact met het mysterie dat de mens overstijgt.

De Schrift vertelt een indrukwekkende reeks wonderlijke gebeurtenissen. Het zal waar zijn dat de mensen uit die lang vervlogen tijden (die wij nu al te gemakkelijk als ‘primitief' afdoen) ‘wonderen' zagen waar wij er geen (meer) zien. Maar in de Schrift dienen wonderen niet om uitleg te geven aan verschijnselen die wij nu wetenschappelijk kunnen verklaren zonder de tussenkomst van God. Wonderen zijn tekenen van Gods nabijheid en zorg voor de mensen. Daar past ontzag en vreugde bij.