Hoogfeest van de geboorte van Johannes de doper (2009)

Inleiding

'Vanaf de schoot van mijn moeder riep de Heer mij,' zongen we in het intredelied. Dat wordt toegepast op Johannes de Doper, die, toen zijn moeder de groet hoorde van Maria, de moeder van de Heer, van vreugde opsprong in haar schoot. Dat was het moment van zijn heiliging, van zijn bevrijding van de erfzonde, van zijn bevrijding van het kwaad, zodat Johannes vanaf dat moment helemaal toegewijd was aan God, om Gods toewijding aan de mens en aan hem persoonlijk te kunnen ontvangen.

Homilie

"Toen de buren en de familie hoorden hoe groot de barmhartigheid was die de Heer aan haar had betoond, deelden zij in haar vreugde." "Ontzag vervulde alle omwonenden en in heel het bergland van Judea werd al het gebeurde rondverteld. Wat een gebeurtenis! Jong, nieuw leven in dit huis! "Buren ... familie ... omwonenden ... heel het bergland van Judea," ineens staan Elisabeth en Zacharias in het middelpunt van de belangstelling. Eerst was het anders, hun huis was leeg, er was geen leven, geen leven in de schoot van Elisabeth, en daardoor ook geen leven in het huis, geen leven met de buren. En telkens als er bij buren of familie een kindje in aantocht was, sneed het Elisabeth door de ziel: 'wij niet'. Jarenlang hadden ze misschien toch nog hoop, tot de hoop definitief vervlogen was. 'Zacharias' was zijn naam, dat betekent: 'de Heer denkt aan u, de Heer is u indachtig'. Maar het teken dat de Heer hem indachtig was, de geboorte van een kind, kreeg hij niet. Telkens als zijn vrouw Elisabeth zijn naam noemde, 'Zacharias' zei, was dat, in dat lege huis, als een hoon: de Heer denkt aan u?, 'de Heer denkt helemaal niet aan ons!' Totdat er toch een kind werd verwacht, ontvangen en ter wereld gebracht, maar op een door de Heer gegeven ogenblik, niet volgens de orde van de natuur, maar volgens de orde der genade.

Dan moet het kind een naam hebben, gewoonlijk bepaalt de vader de naam, krijgt het kind een naam die gebruikelijk is in de familie, anderen heten ook al zo. Maar deze bovennatuurlijke geboorte krijgt ook een bovennatuurlijke naam: "Johannes zal hij heten." Dat betekent: 'de Heer is genadig'. Dat is wel de goede naam bij de juiste man, de Heer is genadig. Johannes is een kind van de genade en hij mag de genade in eigen persoon aankondigen: Jezus. Daartoe trok hij zich terug in de woestijn. Het kind van priester Zacharias geeft de priesterlijke loopbaan op, trekt zich terug in de woestijn, een omgeving even stil en onvruchtbaar als het ouderlijke huis vóór zijn geboorte en ontvangenis.

Daar in de woestijn was een ander leven, niet het leven van de natuur, maar het leven van God die genade wilde zijn voor zijn volk. Hij verbleef in de woestijn tot de dag dat hij zich in het openbaar aan Israël vertoonde, om te mogen doen waarvoor hij geboren was: Jezus, de verpersoonlijking van Gods genade, aanwijzen: "Zie het Lam Gods" (Joh 1,29). Gods genade in eigen persoon, Jezus.