Erop uit! (2012) jaar B

Als je in Veere of Zierikzee of ergens in de Biesbosch of waar ook langs een jachthaven loopt,  zie je daar allerlei schepen. De een nog mooier dan de ander.  Je hebt van die prachtige houten zeilboten, de botenlak glanst er van af. Je ziet aan de opgerolde zeilen dat ze diep donkerbruin zijn en oerdegelijk gemaakt.  Je ziet ook ogenschijnlijk heel ranke en snelle moderne zeiljachten, meters en meters lang.  Je kijkt naar de vlag uit welk land ze komen. Die moeten snel kunnen gaan in de wind. Maar je ziet er maar weinig echt varen op het meer.
Ze liggen in de haven alleen maar een beetje mooi te wezen en doen niet waar ze uiteindelijk voor bedoeld zijn; want een schip hoe mooi het ook in de haven ligt, is gemaakt om mee te varen.

Met mensen is het net zo. We hebben 2 benen om te lopen, handen om uit te steken, een hart om lief te hebben en een verstand waar nog steeds geen computer tegenop kan. En toch zie je wel mensen die zich terugtrekken in hun eigen wereldje. Ze zijn bang, angstig of onzeker en komen hun eigen huisje, hun eigen gezinnetje, en hun eigen kerkje, niet uit. Misschien is de wereld ook wel te moeilijk en ingewikkeld geworden om er open en avontuurlijk in weg te zeilen. Er is voor al die redenen wat te zeggen. Een mens heeft hoofd, hart en handen, verstand en nog veel meer.
Prachtig om te zien en te ontdekken en toch, ... we trekken ons vaak terug en zoeken  naar zekere veiligheid, maar we zijn gemaakt en geschapen om naar een ander toe te lopen, onze handen uit te steken en hebben we een hart om lief te hebben en een verstand om anderen te begrijpen en te verstaan en samen goede dingen te ontwikkelen.
En toch liggen veel “mensen”-schepen in de haven en gebruiken we lang niet altijd de mogelijkheden om onze "mensen"-zeilen bij te zetten.

In de eerste lezing precies hetzelfde al ver voor Christus geboorte. Jahwe spreekt tegen het volk Israël en Hij zegt: “Het is voor U te gering om mijn dienstknecht te zijn”. Voor Jahwe is zijn volk niet zomaar een klein knechtje dat moet volgen. Ze krijgen van Hem zelfs een grote opdracht mee. Hij zegt het letterlijk: “Ik stel U aan om een licht te zijn voor alle volken”. Met andere woorden trek er op uit.  Gebruik hart hoofd en handen om God zichtbaar te maken, om licht te zijn voor anderen, om warmte te geven. Ga! zeil! roei! en geef licht en blijf niet bang in het donker zitten. 

Ook in het evangelie gaat het over precies hetzelfde.
Elisabeth en Zacharias krijgen een kind. En een kind betekent nog steeds net als toen: toekomst; nieuwe kansen en mogelijkheden. Ze hadden er eigenlijk niet eens meer op gerekend.
De naam Johannes zegt precies wat Hij is: Hij is door God gegeven om de weg te bereiden en Gods Licht te laten schijnen en de komst van Jezus voor te bereiden.
Het duurt even voordat Zacharias het ook inziet, maar dan komt dat wonderlijke gebeuren ook in hem los; zelfs zo dat hij weer kan spreken.

Een schip ligt prachtig in de haven van Saint Tropéz, maar uiteindelijk is het niet bedoeld om alleen maar mooi te wezen of een ander de ogen uit te steken.
Zo is het ook met mensen, met het volk Israël, met Elisabeth en Zacharias, met Johannes, de leerlingen van Jezus en ons allemaal.
De komende tijd trekken veel mensen er weer op uit.
We nemen van alles mee om veilig op avontuur te kunnen.
Contact met je basis en dan zeilen naar. Gods toekomst tegemoet.
Je zeilen bijzetten om anderen te ontmoeten.
Je handen uitsteken om een ander bij te staan en zo je eigen weg en die van een ander te verlichten.
Waarheen maakt echt niet uit, maar met Gods liefde onderweg!