Sint Jacob, de pelgrimstok in de hand

Sint-JacobAls 25 juli op een zondag valt, viert Spanje een heilig jaar.  De apostel Jakobus is de patroon van Spanje.  Santiago de Compostela viert in 2010 zijn tweede heilig jaar van de 21° eeuw.

De weg (camino) naar Compostela behoort tot het werelderfgoed.  De zorg voor die weg staat in de Spaanse grondwet ingeschreven.

Het Vlaams Sint Jakobsgenootschap organiseerde dit jaar voor zijn 25 jarig bestaan een kerkentocht langs de Vlaamse Sint Jakobskerken.

Het feest van 25 juli is er niet om te bevestigen dat het graf van Jakobus zich in het Galicië van Spanje bevindt.

Het feest herinnert aan de vroege marteldood van deze trouwe apostel, die behoorde tot de binnenkring van de apostelen.  Hij was mee op de Tabor en bij de opwekking van de twaalfjarige dochter van Jaïrus.  Hij was bij Jezus in de Hof van Olijven.

Jacobus en zijn broer Johannes waren zonen van Zebedeüs.

Zij waren vissers en hadden een coöperatieve.

Hun moeder hoopte voor haar beide kinderen op een schone promotie bij Jezus.

Zij kwam met haar bede bij Jezus op een heel ongelukkig moment.  Jezus trok op naar Jeruzalem, waar hem zware tijden te wachten stonden.  Dat had mama niet gehoord.  Zij wou voor Johannes en Jacobus een plaats aan de linker en rechterzijde van Jezus (Mt. 20,20-28).

Jezus doorprikte heel vlug dit machtsdenken.  Hij sprak van de beker van het lijden.  Jacobus is de eerste apostel die Jezus heeft gevolgd in de dood.  Dit zou al in het jaar 44 zijn geweest (Hdl. 12,2).  Het lijkt weinig waarschijnlijk dat hij in deze korte tijd tot aan het uiteinde van Spanje is geweest.  Het is nog minder waarschijnlijk dat het lichaam na zijn dood op een scheepje in de uithoek van Spanje zou terechtgekomen zijn.

Zeker is dat Spanje heel vroeg in contact kwam met de christelijke boodschap.  De groeiende verering voor Jacobus  situeert zich in de tijd van de Reconquista.  De visser uit Galilea wordt voorgesteld als een ruiter  te paard, die strijdt tegen de Moren.  Mooier zijn de beelden, waar de apostel zelf als pelgrim opstapt.  Nog zinvoller is een oude afbeelding in het klooster van San Domingo de Silos, waar Jezus is afgebeeld als pelgrim onderweg samen met de Emmaüsgangers.  Een Jakobsschelp staat op zijn pelgrimstas.  Jezus is onze blijvende tochtgenoot (Eucharistisch gebed XI b).

De invloed van het Spaanse bedevaartsoord groeide nadat het moeilijker werd om Jeruzalem te bereiken en er de plaatsen te vereren, waar Jezus had geleefd, waar hij stierf en verrees.

Door de opkomst van het protestantisme verminderde in de moderne tijd het pelgrimeren naar Santiago en naar elders.  Je hoort Luther zeggen: "Loop niet daarheen.  Ge weet niet of de heilige Jacobus er ligt of een dood paard.  Laat op tocht gaan wie wil; maar blijf gij thuis."  Op de feestdag van Sint Jakobus 1876 waren er slechts 40 pelgrims in Santiago.  In het heilig jaar 2004 zijn 200.000 pelgrims op weg geweest naar Compostela.  Dit jaar zullen ze nog talrijker zijn.  Luther heeft gelijk: een bedevaart is niet noodzakelijk voor het heil.  Dat zei Jezus al, wanneer de Samaritaanse hem naar het verschil vroeg tussen Jeruzalem en de berg Gerizim (Joh. 4,20).  Jezus antwoordde haar: "Er komt een tijd, dat gij overal God kunt aanbidden."

De hernieuwde belangstelling voor de oude bedevaartplaats blijft aanhouden.  Daar heeft paus Johannes Paulus II zijn steentje toe bijgedragen.  Hij beklemtoonde graag de betekenis van Santiago voor de vorming van Europa.  In 1989 hadden in Santiago de wereldjongerendagen plaats.

In Maastricht vertrekt bij de Servatiusbasiliek een 2300 km lange pelgrimsweg naar Santiago.  "Tussen wens en vervulling ligt een grote afstand."  In ons land zijn delen van de Jakobsweg aangeduid met een ster en haar gele stralen.  Let op de koperen schelpen op de Grote Markt in Brussel.  Ze leiden naar de kerk van O.L.Vrouw van Bijstand, waar een opvang was voor pelgrims.

Wat heeft mensen bezield om zo een lange weg te gaan?  Wie nu onderweg is, heeft daarvoor heel verschillende motieven: religieuze, culturele, historische, sportieve.  In de meeste hedendaagse pelgrims steekt een toerist en wellicht schuilt er in menig toerist een pelgrim.

Stappend onderweg zijn, dat doet wat, zeker bij hen die alleen of in kleine groep optrekken om dààr aan te komen, waar ze de dag nadien zullen vertrekken en dit meerdere dagen na elkaar.  Moderne pelgrims hebben niet de ongemakken van hun voorgangers.  Ze hebben hun gsm bij en hun bankkaart.  Maar een bedevaarder kan onderweg van beide beroofd worden.

Eeuwen gaan mee, wanneer pelgrims en toeristen op die oude route te voet, met de fiets of te paard optrekken.  Wie kan bewijzen dat hij 100 km te voet heeft afgelegd, krijgt in Santiago een geloofsbrief, een 'compostela'.  Bij de Heer is zulk paspoort niet nodig.

De pelgrim is blij om de afgelegde weg, maar vooral blij bij de aankomst in de kathedraal van Santiago met haar barokke voorgevel.  Jakobus troont op een zuil temidden van een schitterende portiek.  Pelgrims leggen hun hand op die zuil om Jakobus te tonen dat hun tocht teneinde is, tenzij zij te voet terugkeren.

Theo Bächtold, dominee van de Sint Jakobskerk in Zurich, is een fervente voorstander van de Jakobsweg.  Op de vraag waarom antwoordt hij heel bondig: "Weil es mir guttut!" Omdat het mij goed doet. "Het doet me goed aan ziel, lichaam en geest."  Pelgrimeren is bidden met de voeten.  Het is stappen in Gods tegenwoordigheid en gaan doorheen de natuur en in ontmoeting met mensen.

In Duitsland waren zowel op de Evangelische Kirchentag als op de Katholikentag en op de twee reeds gemeenschappelijke oecumenische kerkdagen stands over het pelgrimeren.  Omdat stappen en slenteren langs de vele stands moe kan maken, vind je daar plaatsen, waar mensen andermans voeten wassen. De voetwassing, eenvoudig dienstwerk.  Daarin gaat iets in vervulling van wat Jezus tot Jakobus zei: "Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen."

De weg heeft zijn rituelen.  In Zwitserland, waar de ganse weg is uitgestippeld vanaf de Bodensee tot de Frans-Zwitserse grens voorbij Genève, krijgt de stapper bij bepaalde etappen de suggestie een steentje op te rapen, dit een tijdje in de hand te houden en het dan neer te werpen.  Dit doen vele stappers die in Spanje de camino francés volgen en voorbij het Cruz de Ferro komen.  Zij leggen daar een steentje op de hoop stenen bij het kruis.  Zoveel steentjes en zoveel intenties.  Wie stapt, is nooit alleen, want hij denkt aan veel vrienden en bekenden.

En wanneer hij thuis komt, is hij dankbaar voor de onverwachte ontmoetingen van onderweg!

Een pelgrimsweg begint daar waar je vertrekt.  Zo begint onze geloofstocht daar waar we ons bevinden.  En als een gelovige zich op weg begeeft, dan doet hij dit omdat hij hoopt op het eindpunt dat er is en dat hij reeds met zich meedraagt.

Ballade van de weg

De Heer gaf in mijn rechterhand een staf,

Zijn stem op weg naar het apostelgraf

Hij hing om mij een kleine voorraadtas
en ook de schelp die ’t pelgrimsteken was.

Hij wees me toen de weg voor dag en nacht
de verre weg waarop sint Jakob wacht.

Zo toegerust ben ik op tocht gegaan,

een tocht die zoveel mensen hebben voorgedaan.

 

Ik heb Sint Jakob niet op ’t eind ontmoet
maar hij heeft mij bij ’ t vertrek gegroet.

Hij bleef mijn onafscheidelijk gezel,
ik hoord’ of zag hem niet, maar voelde ’t wel.

 Het doel dat in het westen ligt,
de stad van de apostel kwam in zicht.

Ik zag van de heuveltop in’t middaglicht
drie torens naar de ster gericht.

Daar is het dat hij onverwacht verdween.

Verwijtend vroeg ik: “Waarom laat ge mij alleen,
nu ’t doel bereikt is, de beloofde stad,
waar ik met u een afspraak had?”

Plots staat hij weer naast mijn en spreekt mij aan:;

“Niet ik liet u alleen, maar gij bleef staan.

Zelfs Compostela is maar doortocht op uw baan
die elke mens ten einde toe moet gaan.”

 Jan Verhaverbeke, Vlaams Compostelagenootschap, De Pelgrim.