Simeon: 'laat Heer uw dienaar in vrede gaan'

├Ś

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Misschien kent u dat enig mooie schilderij van Rembrandt, wellicht zijn laatste, dat van de oude Simeon. Daags na zijn overlijden trof men het in zijn atelier aan. Helemaal voltooid was het niet, maar niettemin getuigt het van een aangrijpende schoonheid.

Het doek toont een bejaarde man, Simeon, met op zijn stramme, vooruitgestoken armen een klein verwonderd kind. De mond van de grijsaard staat half open, alsof hij prevelt of de lofzang zingt zoals in het evangelie van Lucas: "Nu, meester, laat u uw knecht in vrede gaan." Zijn ogen zijn halfgesloten, hij kijkt niet naar het kind, want hij heeft het heil gezien en gaat nu als vergeestelijkt op in het lied, dat hij zingt. Op het schilderij is geen enkele aanduiding van plaats of tijd te vinden, er zijn geen andere figuren (Maria op de achtergrond is er wellicht door een latere schilder bijgevoegd). Alles is geconcentreerd op dat ene gebeuren: alsof Rembrandt al schilderend zich losmaakte van deze wereld en murmelend wegschoof naar iets totaal anders.

Heel zijn leven had Simeon wachtend en biddend in de tempel uitgekeken naar de messias. Plots wordt deze verwachting vervuld en omdat hij hoogbejaard is, heeft hij het gevoel dat zijn leven voltooid is. Een gevoel dat wellicht alleen bejaarde mensen kennen en dat aan alle andere leeftijdscategorie├źn ontsnapt: wanneer verwachtingen in het hier en nu ophouden en men enkel nog geboeid is door wat zich afspeelt aan de overkant. Wat kan deze figuur van Simeon ons, die aan het begin of het midden van ons leven staan, leren?

Niet toevallig staat de lofzang, die Lucas in de mond van Simeon legt, in het breviergebed op het einde van de completen, het gebed in de nacht. Telkens wanneer de slaap, die kleine, dagelijkse dood over de mensen komt, zingen in onze kerk een aantal gelovigen deze zang. Het is als een dagelijkse oefening om tot overgave te komen en het leven uit handen te geven. Voor mijzelf is het altijd weer een wonderlijk gebeuren: alsof je uiteindelijk niet verantwoordelijk hoeft te zijn voor de zwaarte van de dag. Dit dagelijkse afstaan van het leven, samen met de lofzang van de morgen, zijn voor mij de belangrijkste momenten van de dag.

Daarmee stuit ik op een heel merkwaardig fenomeen: activiteit, de drukte van de dag, vindt zijn voltooiing in rust en overgave, zoals de schepping ook voltooid werd op de zevende dag, toen God rustte. Dit heeft niets te maken met misprijzen voor wat we dagelijks doen, maar het raakt aan de grond van het leven.

Enkele voorbeelden uit het leven van elke dag kunnen dit illustreren:
- Als ouder ben je erg bezorgd dat je kinderen goed gekleed zijn, een gezonde voeding hebben, een degelijke schooluitrusting, enz. Toch merk je dat kinderen slechts echt het gevoel hebben dat je om hen bekommerd bent, als je bijvoorbeeld 's avonds als ze gaan slapen nog even bij hen zit om te luisteren naar hun verhalen van de dag, of tijd maakt om een sprookje voor te lezen.
- Is het niet de klacht van veel vrouwen tegenover hun hard werkende echtgenoot: "Je deed wel veel, maar je had nooit tijd om naar mijn verhaal te luisteren."?
- Je kunt de tuin mooi aanleggen, maar in feite raakt je werk maar voltooid wanneer die tuin je bloemen geeft, omdat je de tijd neemt om hem te bewonderen of erin te spelen.

Anders gezegd: alle handelen vindt zijn voltooiing in een moment van niet-handelen. Alle dingen en mensen vinden hun bestemming of zin, omdat ze gedragen worden door iets of Iemand, die gezien vanuit het dagelijks leven een Niets is, geen ding of mens maar enkel leven of openheid.

Wanneer Simeon zingt: "Nu, meester, laat uw knecht in vrede gaan" dan wil hij zich aan deze openheid toevertrouwen, tot vertrouwvolle overgave komen in plaats van verkrampt zich voor alles en nog wat verantwoordelijk te moeten voelen. Ook wij worden elke avond uitgenodigd datzelfde gebaar te stellen.

Het onrecht in de wereld, het geluk van mijn partner of mijn kinderen, de mensen die ik help om door gesprek opnieuw zichzelf te ontdekken: dat alles is heel belangrijk en vraagt mijn uiterste inzet. Maar uiteindelijk draag ik die verantwoordelijkheid, aangezien Hij de gever is van alle leven. Het laat me toe te leven en te werken met losse handen, want de laatste zin, het meest belangrijke kan alleen gegeven worden.

Simeon zag deze gave in al haar kracht en maakte zich los van alle dingen om het Licht te begroeten. Net het tegendeel van de mens die zelfmoord pleegt: ook hij maakt zich los van de dingen en van zichzelf, maar dan omdat hij in een verschrikkelijke leegte kijkt. Simeon laat ons zien dat elke overgave, elk opengaan voor het Licht, tegelijk een kleine dood bewerkt: een soort sterven aan en in het alledaagse, in het grijpbare en kenbare, om dat andere te zien: een Licht voor alle volkeren, een licht dat straalt voor elke mens.