Kerstavond (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
In de parochie, waarin ik als kind ben opgegroeid, was er elk jaar een levende kerstgroep. Dat betekende dat de akela van de welpen Maria was, de hopman Sint Jozef, en een van de baby&s die de afgelopen weken geboren was Jezus voorstelde. Zo hebben er heel wat kleine meisjes voor Jezus gespeeld, toegedekt onder een dekentje in de kribbe. De welpen leverden de herders en de Driekoningen, en de Balou was de engel Gabriël die de blijde boodschap verkondigde. Groenteboer Hendriks leverde de fruitkistjes, waarvan de grot van Bethlehem werd gebouwd in de vishal van Overmeer. Schapen en een ezel maakten het tafereel compleet. Ons gezin leverde de nodige medespelers, en ook een keer de Jezus. Dat was mijn jongste zusje. Ze is er nog trots op, bekende ze eergisteren.
Wij, kinderen, vonden die levende kerstgroep zo leuk geheel, dat we het kerstspel thuis naspeelden. Dat ging niet altijd zonder problemen. Zo hadden we een keer bedacht dat de engel letterlijk uit de hemel moest neerdalen. Daartoe hadden we mijn oudste zusje aan een touw gebonden dat over de verwarmingsbuizen werd getrokken die langs het plafond liepen. Maar de engel begon zo erbarmelijk te kermen, dat we snel een andere oplossing moesten zoeken. Ik herinner me ook nog, dat Maria toen tijdens de reis naar Bethlehem tegen haar man zei: &Hè, Jozef, mijn rok zakt af!&
Waarom vertel ik dit? Allereerst omdat het zo&n leuk fragment uit onze geschiedenis is. Maar vervolgens, en vooral, omdat het laat zien hoe het kerstfeest heel vanzelfsprekend was ingebed in het leven van ons gezin. Ik vond het als kind gewoon dat God in ons midden werd geboren, en tegelijkertijd was ik erg onder de indruk van alles. Het was voor het eerst, dat ik als kind &s nachts opstond om naar de kerk te gaan, soms door sneeuw en ijs, en bij thuiskomst te genieten van bouillon en een worstenbroodje.
Het grootste wonder van kerstmis is misschien wel dat de geboorte van Jezus zo gewoon is en alledaags, en dat je het eindelijk van heel dichtbij mag meemaken, nadat je er een hele Advent naar toegeleefd hebt. Maar zo gewoon is het van de andere kant nu ook weer niet. Want God komt niet naar ons toe als een overheerser met een indrukwekkend leger, hij komt niet op een spectaculaire en luidruchtige manier om ons te imponeren en klein te laten voelen. Hij komt op een hele andere manier dan al die goden die er in oost en west tweeduizend jaar geleden bestonden. In de bijbel was al in de negende eeuw vóór Christus verteld, hoe God zich zou laten kennen. We kunnen dat nalezen in het verhaal over de profeet Elia, die op de vlucht was en zich schuilhield in een grot. God zei tegen hem: &Kom naar buiten, Elia, en ga voor een ontmoeting met mij op de berg staan.& Toen kwam de Heer voorbij. Voor hem uit raasde een storm die de bergen deed splijten en de rotsen verbrijzelde, maar de Heer bevond zich niet in de storm. Na de storm volgde een aardbeving en ook in de aardbeving bevond de Heer zich niet. En op de aardbeving volgde vuur en ook in het vuur bevond de Heer zich niet. Op het vuur volgde een zachte bries, en daarin liet God zich kennen (1 Koningen 19, 9-12). Onze God komt dus niet in storm, aardbeving of vuur, maar in een zachte bries.
Door als een kind te komen doet God beroep op onze zachte krachten. Hij roept tederheid in ons wakker en zorgzaamheid. Een kwetsbaar kind staat zo ontzettend haaks op de harde wereld met zijn hebzucht en gewelddadigheid, met zijn afstandelijkheid en genadeloosheid. Een kind roept het mooiste in ons wakker: tranen, warmte, ontroering, herkenning. Door als een kind bij ons te komen, met kerstmis, maar eigenlijk iedere dag, vraagt God ons: &Wil je voor me zorgen, geef je me de kans om op te groeien, wil je door mij telkens opnieuw ontwapend worden, mag ik van je houden?& Zonder ons heeft God immers geen been om op te staan in deze wereld; dat is iets wat we nogal eens dreigen te vergeten. &God is liefde, en daarom hebben ook wij lief. God is ontferming, en daarom ontfermen wij ons ook over anderen. God is goed, en daarom verlangen ook wij om goed te zijn. Als wij niet liefhebben, hebben we niet echt iets te melden& (Adolfo Nicolás, Algemeen Overste van de jezuïeten).
Kerstmis wijst ons elk jaar op dit uitgangspunt van ons bestaan: God komt als een kind en vraagt gastvrijheid van onze kant. Het gaat erom dat wij onze verantwoordelijkheid op ons nemen om zo goed als God te zorgen voor deze wereld en alles wat daarop leeft, niets en niemand uitgezonderd. Nelson Mandela zei ooit: &Jij bent een kind van God. Wij zijn allemaal bedoeld om te stralen als kinderen. Wij zijn geboren om de glorie van God, die in ons is, te openbaren. En als wij ons licht laten stralen, geven wij onbewust andere mensen toestemming hetzelfde te doen.&
Lieve kinderen van God, laten we met een ruim hart Jezus bij ons welkom heten. Hoe meer we van hem houden, hoe meer we van hem leren. Laten we allemaal ons licht stralen! Zalig Kerstmis.