Daar is het licht - jongerenviering (2001)

Weet je wie me laatst belde? Je kunt het raden. Ja, inderdaad, Frits. Weet je wat hij zei: "Pastoor, ik vind het wel aardig hoor, dat je sinds twee jaar al die geschiedenissen van mij in je kerstpreken verwerkt, maar, eh, zou je het dit jaar niet een keer kunnen overslaan?"

Ik wilde net zeggen:, joh, driemaal is scheepsrecht, waarom niet?, Toen hij met een alternatief kwam. Hij zei: "Weet u, ik zal vertellen over een neef van mij. Volgens mij past dat nu beter bij Kerst." Dus zei ik: "Laat maar horen."

Mijn neef heet Lothar, zijn vader komt namelijk uit Zwitserland. Lothar is zo'n rustige jongen die over het algemeen niet opvalt. Hij is bepaald ook geen licht. Zo'n type die altijd als laatste om een mop lacht, gewoon omdat het even duurt voordat hij hem door heeft. Ook een die nogal gepest werd op school. Dat kwam omdat hij ook erg onhandig is. Hij is altijd reuze behulpzaam, misschien omdat hij zo wat positieve waardering zoekt, maar, laat ik eerlijk zijn, ook gewoon omdat hij aardig is. Alleen wilden de meesten liever niet dat hij hielp, want wat hij aan de ene kant recht zette, gooide hij aan de andere kant weer om. Als je pech had moest je meer werk doen dan hij aan voordeel bracht. Lothar dus.

Verleden week is Lothar vrijgekomen. Na anderhalf jaar gevangenis. Wat was er gebeurd? Iemand die hij op zijn werk keer was tegengekomen, vroeg hem of hij hem kon helpen in een moeilijke situatie. Er moest een pakket medicijnen naar zijn broer in Zwitserland worden gebracht. Die medicijnen zijn daar niet te koop en zijn broer lag op sterven. De man durfde het niet zomaar op te sturen, want de medicijnen waren erg kostbaar. Of Lothar kon helpen, hij sprak tenslotte ook wat Duits, kon hij gelijk even op vakantie. De kosten werden vergoed en ook iets extra's voor de moeite. Hij moest de medicijnen wel een beetje verstoppen, want omdat ze in Zwitserland niet vrij op de markt te krijgen zijn, kunnen ze in beslag worden genomen, dat zou de dood van zijn broer betekenen. Want zonder die medicijnen zou hij de volgende maand niet meer halen. Die man kon ze ook niet zelf brengen, want hij kon de eerste drie maanden geen visum krijgen. Door al die bureaucratie, zou zijn broer het zeker niet meer halen.

Om tranen in de ogen te krijgen. Probleem was dat Lothar het wél geloofde maar de rechter niet. Want Lothar werd gecontroleerd omdat de drugshond op het vliegveld alarm sloeg. Zijn ‘medicijnen' hadden een straatwaarde van anderhalf miljoen.

Maar waar het nu om gaat. Die Lothar is niet klein te krijgen. Echt niet. Hij is gisteren bij me geweest. Als dit jou of mij zou zijn overkomen. Stel dat ze het nog wat slimmer hadden aangepakt, nog doortrapter, zouden wij er dan ook niet een keer intrappen? En hoe zou jij dan reageren. Anderhalf jaar kwijt, trafblad, iedereen lacht je uit. Maar die Lothar is niet klein te krijgen. Hij lachte tegen me en zei: "Stom he. Maar weet je, ik treur er uiteindelijk niet over dat dit me overkomen is. Ik dacht echt dat ik een doodzieke man te hulp kwam. En diegene die dat vroeg kwam geregeld bij ons aan de zaak, dus ik vertrouwde hem wel. Ik denk niet aan drugs, ik denk alleen, dat is erg als die man dood gaat. Lothar lachte en zei. Maar ik ben er beter uit gekomen.

"Want zei Lothar. Ik kwam in de gevangenis een pastoor tegen. Die man was al 75 jaar oud. Na zijn parochie was hij in het gevangeniswerk gegaan. Hij was de eerste die me helemaal geloofde en niet uitlachte, zelfs niet stiekem. Ik zag zelfs een traan in zijn ogen, toen wist ik dat hij mij geloofde. Ik heb hem alles precies verteld. Hij vroeg mij of ik niet boos was op die man die me er zo had ingeluisd. Ik zei, ja wel een beetje, maar misschien had die man wel schulden. Toen zei die pastoor, als hij al schulden had, dan zijn die alleen maar groter geworden, schuld tegenover jou en tegenover God, en tegenover al die drugsverslaafden, een gigantische schuld. Jij, Lothar, jij hebt alleen maar een tegoed.

Toen vroeg ik aan die pastoor hoe het kwam dat Hij mij wel geloofde en anderen niet. Hij zei: "ik zie het aan je ogen. Ik ken slechte mensen en ik ken eerlijke mensen. Na een poosje wordt me dat altijd duidelijk." Ik was zo blij, zei Lothar, dat die pastoor zei dat ik eerlijk was en een goed mens. "Maar vind u het dan niet ontzettend dom dat ik me erin heb laten luizen", vroeg ik hem. Bij Justitie geloven ze me niet en de medegevangen lachen me allemaal uit. Het vuile werk voor anderen opknappen, zeggen ze, en er zelf niet beter van worden. De pastoor keek ernstig. "Een beetje dom zijn we allemaal", zei hij. "Maar ik laat me er liever inluizen voor iets goeds, dan dat ik m'n vingers nooit brand en nooit een hand uitsteek naar anderen, uit angst dat anderen misbruik van mijn goedheid maken. Door goed te doen lijk je op Jezus en dat is het enige doel van ons leven. Goed zijn en goed doen".

Even ter onderbeking. Ik zat al die tijd met Frits aan de lijn en ik zeg: Frits, dat wordt een heel verhaal, wanneer komt de clou? Anders wordt mijn preek te lang. O, die komt, die komt. Waarom was Lothar zo blij, en waarom ben ik zo onder de indruk, zei Frits. In de gevangenis hadden de gevangenbewaarders na een poos wel door dat Lothar zo eerlijk was als goud. Hij mocht de pastoor helpen bij de vieringen. Hij mocht bij andere dingen helpen. Lothar was vrolijk en ondanks de lacherigheid mocht iedereen hem. Zo mocht hij ook eten rondbrengen, dat scheelde de cipiers weer werk. In de avond lieten de cipiers nog wel eens een rondje zitten. Maar Lothar niet, die zag een kans om goed te doen. Hij komt bij een cel, ziet een gevangene half onderuitgezakt scheef in zijn stoel zitten. Kortom hij waarschuwt de bewaking, die vindt de man half dood. En dank zij Lothar waren de dokters er precies op tijd bij.

Wat is nu zijn conclusie. Ik zei eerst dat hij niet zo'n licht was, maar door zijn goedheid is hij een groter licht dan veel anderen. Hij zegt: "Zonder die drugshandelaar was ik niet in Zwitserland gekomen, was ik niet in de gevangenis gekomen, dan had die pastoor mij mijn eigenwaarde niet kunnen teruggeven en had ik die man zijn leven niet kunnen redden. Ik ben toch op het vliegtuig gestapt om een zieke man te redden! Nu is het een zieke in de gevangenis. Het heeft alleen anderhalf jaar geduurd. Bovendien is al die drugs nu niet bij de mensen gekomen. Eind goed is toch al goed?" Die pastoor was een pater Franciscaan en daar is Lothar naar toe gegaan. Hij werkt nu in de ziekenverzorging en hij wil naar de missie, want daar kan hij nog meer goed doen.

Weet je, ik wou dat ik wat meer van Lothar had, zei Frits. Ik bedankte Frits door de telefoon en zei. Nog één vraag: Frits, wat heeft dit met Kerstmis te maken? Even was het Stil. Snapt u dat niet en u bent pastoor? Het gaat toch om de geboorte van Jezus, dat wij op Hem lijken en goed doen. Nou dan ..... OK, Frits, bedankt, ik zal het doorgeven. Zalig Kerstfeest.