Met licht op weg - jongerenviering (2000)

Frits had het wel gemaakt. Niet dat het altijd zo had meegezeten, maar hij had toch wel bijna alles wat zijn hart begeerde. Hij was niet erg kerkelijk. Één keer per jaar ging hij naar de kerk, met kerstmis. Dat had zo zijn reden. Hij maakte altijd een praatje met het kerstkind. Niemand wist dat, hij deed dat al vanaf de tijd dat hij kind was. Op een of andere manier kreeg hij steeds antwoord.

Zo was het ook dit jaar, alles liep op rolletjes en toch ook niet. Hij had zich de laatste tijd nogal op de sport geworpen. ‘Ik bedoel, waar leef je voor, tenslotte', zo verklaarde hij zijn passie. Eten ging vlug vlug, werk niet langer dan nodig, veel tijd voor vrienden had hij ook niet. Sport, dat was zijn leven. Dan is het kerstavond. Hij schuifelt wat langs de kerststal en één woord blijft in zijn hoofd hangen. Frits, er is nog méér dan sport alleen. Je leeft niet om te sporten, je sport om gezond te leven. Kijk eens wat verder op je levensweg. Het is donker als hij naar huis gaat. Het kunstlicht van Kerst helpt daar weinig aan.

Kijk eens wat verder. Waar leef ik voor, als sport niet het einde is, en inderdaad hij zag zichzelf zo ook niet twintig jaar zo doorgaan. Misschien kon hij wat meer tijd aan zijn werk besteden. Zo gezegd zo gedaan. Eigenlijk beviel hem dat wel, zijn baas was tevreden, de klanten waren tevreden, maar .... na een half jaar is hij alleen nog met zijn werk bezig. Hij maakt carrière. Hij neemt zelfs de zaak over. Hij wordt wel een beetje gestressed, maar, ja, waar leef je anders voor? Dan wordt het weer kerstmis. Eerst was hij nog vlug even naar kantoor geweest, nu zat hij in de Kerk. Te moe om naar voren te lopen, maar van ver kon hij de kerststal zien. En het was onmiskenbaar de stem van het kerstkind: Frits, rust even wat uit. Let op, je leeft niet om te werken, je werkt om te leven. Kijk eens wat verder. Het is donker als hij in zijn auto stapt. Zo'n typische donkere kerstavond.

Kijk eens wat verder. Waar leef je voor, als je niet leef om te werken maar werkt om te leven. Ik verkoop de zaak, ik ga het geld beleggen, ik wil gewoon rijk worden. Frits volgt een cursus Internet-beleggen. Hij krijgt al snel de smaak te pakken. Meer nog dan dat, het gaat heel goed, op het juiste moment kopen, op het juiste moment verkopen. Of hij zit achter zijn beeldscherm, of hij loopt op het Damrak, of hij hangt aan de telefoon met Japan. Ze beginnen hem al te kennen. Je mag hem altijd bellen, twee GSM-metjes op zak en geen tijd meer voor iets anders. Dan wordt het kerstmis. Hij vond het vervelend dat hij zijn mobieltjes uit moest zetten, maar inderdaad, in de kerk kun je het niet maken, dan moet je niet met zaken bezig zijn. Hij ziet er tegenop om naar voren te lopen, tot zijn kleine neeftje zijn hand pakt. Oom Frits, zullen we naar de kerststal kijken? Waarom ziet hij er tegenop? De stem is hetzelfde als de vorige keren: Frits, geld maakt niet gelukkig, een mens leeft niet voor geld, geld is er om van te leven. Kijk eens wat verder op je levensweg. Lag het aan hemzelf of was het nog donkerder dan verleden jaar.

Kijk eens wat verder. Kijk eens wat verder. Waar leef ik voor als je niet leeft voor geld, als geld er alleen is om van te leven. Maar hoe moet ik dan leven, wat is leven? Die avond hoort hij op de radio van een slow-food-actie, tegenhangers van fast-food. Slow-food zegt, geniet van je eten. Hé, daar zit wat in. Ik eet veel te gehaast. Ik weet amper wat ik eet, alles gaat hap slik weg en de rest doe ik met maagtabletten. Ik ga tijd besteden aan koken, aan restaurants, ik ga wijn proeven, speciale gerechten uitproberen. En met hetzelfde vuur waarmee hij zich op de centen had gestort, is hij nu bezig met eten. Je kunt het ook aan hem zien, in drie maanden tijd is hij vier kilo aangekomen, na een half jaar 10 kilo, en een jaar later is hij boven de honderd. Tot hij zich rond Sinterklaas een keer heel beroerd voelt. En dan wordt het kerstmis. Zal ik maar niet gaan? Maar zijn moeder belt. Frits, ik heb mijn enkel verstuikt, kan jij me met met de auto halen? Natuurlijk. Aan het eind van de viering lopen ze even naar de stal.

Daar staat hij dan. Te zwaar, een dikke bankrekening, overal kennissen, vanuit de sport, vanuit de financiële wereld, vanuit het cullinaire vak. Maar hij is verre van gelukkig. Hij weet nog met welke vraag hij verleden jaar hier vertrok, toen het zo donker was. Waar leef je voor?

Het is goed om daar even te staan, het is toch eigenlijk te gek, een volwassen vent bij de kerststal voor zijn praatje met het kerstkind. Maar hij voelt zich er goed bij. Jezus, waar leef ik voor? Ik zal je antwoord geven. Kom volgende week maar terug. Daar had Frits niet op gerekend. Maar, volgende week is het oudjaar, dat lukt wel. Het is ook niet zo gek om met oudjaar nog een keer te gaan. De week erna staat de kerststal er nog. Deze keer is Hij vroeg in de kerk en loopt alvast naar voren. Dit had hij nog nooit gedaan, twee keer achter elkaar naar de kerk. Hij passeert het Mariabeeld en denkt, ik steek een kaarsje aan, dat past wel bij oudjaar. Hij komt langs de kerststal. Toch gek, dat ik dit doe, maar m'n vraag is te belangrijk. Jezus, waar leef ik voor?

Ik zal je antwoord geven. Kom volgende week terug. Ja, nee, wat zullen ze van me denken als ik drie keer achter elkaar naar de kerk ga. Heel de viering zit hij te piekeren hoe hij dat moet oplossen. Het is er eigenlijk wel aangenaam, het koor zingt goed, de preek boeit, en het is prettig om eens na te denken over het afgelopen jaar. Bovendien, hij vindt het eigenlijk wel aardig zo, zijn privé gesprek met Jezus. Alleen, .... volgende week weer, ...... zou hij gaan?

Inderdaad. Hij zit er weer. Het is de laatste keer dat de stal er nog staat, vanwege Driekoningen. Nu dringt zijn vraag toch. Hij is nu nog eerder gekomen dan de vorige keer. Hij steekt bijna vanzelf weer een kaars aan bij Maria en loopt naar de stal. Hij heeft er schik in, eigenlijk kan het hem niets schelen wat mensen denken. Hij heeft al zoveel gezien in zijn leven. Hij hurkt neer bij de stal en zegt in zichzelf. Zo Jezus, ik ben er weer. Maar hij hoort niets. Vreemd. Hij kijkt nog even naar de stal en gaat dan naar zijn plaats. Vreemd. Geen antwoord. Het benauwt hem wat.

De preek ging over de geschenken van de drie wijzen. Geschenken. De vraag die in de viering klonk was: 'wat hebben wij Jezus te bieden, of moet Hij er altijd en alleen voor ons zijn?' Frits gaat te Communie. Jezus, waar ben je. Ik mis ons gesprek. Maar weet je dan niet dat Ik er juist nu ben. Een warme gloed gaat door hem heen. Lieve hemel wat ben ik blij. Waarom was U er daarnet niet? Frits, de Communie is honderd keer meer dan de kerststal. De Mis is honderd keer meer dan al het andere waar je zo druk mee bent, want daarin kan Ik mijzelf aan jou geven. Sorry, daar heb ik nooit bij stil gestaan. Ik zou U wel iets willen geven, net als de drie wijzen. Frits, dat je hier bent, is Mij honderd keer meer waard dan welk cadeau ook. Wilt u mij antwoord geven op mijn vraag: waar leef ik voor? Frits, dat antwoord zal Ik je geven, maar niet zo. Wees stil en luister, verdiep je in mijn leven, dan zul je het antwoord vinden.

De kerk is uit. Hij denkt na over zijn gesprek met Jezus. Dat was eigenlijk wel redelijk. Als ik net zoveel tijd aan Jezus had besteed als aan sport, aan werk, aan geld en cullinaire avonturen, dan had ik zeker antwoord op mijn vraag gehad.

Die avond rijdt hij niet naar zijn eigen huis, maar weer even langs moeder, net als vroeger. Het lijkt alsof de verlichting feller brandt dan anders en nu op driekoningen lijkt het nog meer Kerst dan twee weken geleden. Wat leuk dat je er bent, jongen. Ma, heb jij nog een bijbeltje, ik zou thuis het kerstverhaal nog wel eens op mijn gemak willen lezen. Natuurlijk, neem maar mee. Zeg kun je meteen nog even naar de lampjes in de kerstboom kijken, ze hebben al die tijd nog niet gebrand, dat heb jij vast zo opgelost. Ik vond het deze twee weken maar niets, een kerstboom zonder licht. En ook dat lampje bij het kindje in de kribbe. Weet je Frits, dat heb ik je nooit gezegd, maar als kind hield je altijd gesprekjes met het kindje Jezus in de kribbe, kun jij je dat nog herinneren? Jongen, wat gaat de tijd snel hè.

Zeker mam, o ja, een beetje laat, maar eh, Zalig kerstfeest.

Amen.