OPENINGSWOORD
Beste mensen, allemaal van harte welkom op het grote feest van kerstmis. Het is een feest van verbroedering. Allereerst tussen God en mensen, maar ook tussen mensen onderling. Het gaat om een nieuwe geboorte. En de bedoeling is dat ook wij innerlijk opnieuw worden geboren, dat wij andere mensen worden met een nieuwe manier van denken.Er is zoveel afstand tussen mensen, zoveel verwijdering. In Israël staat er een muur tussen Joden en Palestijnen. Laten wij voorzichtig zijn met ons oordeel, want ook wijzelf hebben onzichtbare scheidingsmuren opgetrokken tussen onszelf en mensen, die ons niet zo liggen. Ook wijzelf voelen ons weleens bedreigd en verschuilen ons.
Gelukkig zijn er ook altijd weer mensen te vinden, die vanuit hun geloof openingen zoeken, anderen de hand reiken. Dat is een waagstuk. Het vraagt soms grote moed. Je kunt er veel mee winnen, maar ook verliezen.
Vanavond vieren wij een goddelijk waagstuk. God verlaat de veilige haven van hemel en moederschoot om zich onder de mensen te begeven. Vrijwel meteen zijn er voor- en tegenstanders. Maar de liefde overwint over de grens van de dood heen.
Laten wij niet mensen zijn, die even aan een kerkelijk feestje meedoen, nee, zijn wij echte christenen. Zoals er gelukkig steeds meer mensen op de bres springen voor het milieu, zo moeten wij opkomen voor normen en waarden, voor liefde en saamhorigheid. Wil de wereld anders worden, wil onze eigen leefwereld anders worden, dan moeten wij veranderen. Net als de herders en de wijzen moeten wij anderen goed nieuws brengen, het nieuws dat God houdt van alle mensen zonder onderscheid. En dat nieuws moeten wij vooral voorleven.
Vragen wij God, en sporen wij onszelf aan, om van deze kerst een nieuwe start te maken. Zoals wij allemaal graag zien dat ons loonstrookje een paar procenten erbij krijgt, laten wij zo ook proberen God en mensen om ons heen ietsje meer lief te hebben. Dan worden ook deze kerstdagen weer een zinvolle tijd.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, Gij hebt deze heilige nacht doen stralen door de luister van het ware licht. Wij bidden U: laat ons, die op aarde het mysterie hebben leren kennen van dit licht, ook de vreugde ervan genieten in de hemel. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die ... . Amen.PREEK
Kerstmis is een feest van vrede. De engelen zongen voor de herders "Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft." ‘Vrede onder de mensen'. Nu, dan hebben wij nog wat werk te verzetten. Denken wij aan het Midden-Oosten. Aan de burgeroorlogen overal ter wereld. Denken wij aan de onvrede, die er soms is in eigen hart. In het hart begint al het goede, maar ook het kwade.Jezus is niet gekomen om nu al heel de wereld te veranderen. Dat lukt niet zonder dwang. En Hij wil geen dictator zijn, die de mensen hun vrijheid ontneemt. Nee, Hij vráágt je of je je a.h.w. bij zijn partij wilt aansluiten. Of je je je actief wilt inzetten voor de goede zaak.
Paulus zei in de tweede lezing: "De genade van God ... is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven". Bezonnen, rechtvaardig en vroom. Bezonnen wil zeggen dat wij soms beter moeten nadenken vóórdat wij iets zeggen of doen. Rechtvaardig... ja, maar volgens het idee van Christus. Altijd bereid een ander te vergeven. Dat leidt tot vrede. En vroom wil zeggen dat wij God erbij betrekken, want dan krijgen wij goddelijke energie. Er zijn van die energiedrankjes, die wij volgens sommigen iedere dag moeten drinken. Maar een vroom leven geeft goddelijke energie, die je helpt heel het leven aan te kunnen.
Beste mensen, kan een kerstboodschap je leven van alledag positief veranderen?
De man, die min of meer de kerststal heeft uitgevonden, heeft het wel zo ervaren, de H. Franciscus van Assisi. Christus' menswording was voor Franciscus belangrijk en om die waarheid dichter bij de mensen te brengen zou hij dus als eerste een kerststal met levende figuren hebben gebouwd.
Franciscus werd in 1182 in Assisi geboren. Zijn vader was een rijke koopman en Franciscus zou hem opvolgen. Hij was een vrolijke jongeling en wilde ook ridder worden. Twintig jaar oud trok hij ten strijde tegen de stad Perugia. Hij werd gevangen genomen en een jaar in een kerker gezet. Hier begon Franciscus na te denken. In San Damiano knielde hij in 1205 voor het vervallen kerkje toen een stem hem riep: "Franciscus, bouw mijn vervallen huis weer op". Toen hij opkeek zag hij alleen Jezus aan het kruis. Hij begon overal vervallen kerken op te bouwen... met geld uit de zaak van zijn vader. Deze onterfde hem, waarop Franciscus hem zijn kleren teruggaf om alleen God zijn Vader te mogen noemen. In armoede en eenzaamheid wilde hij zijn liefde tot God beleven. Maar veel mensen werden zijn volgelingen. Twee jaar na zijn dood op 3 oktober 1226 werd hij al heilig verklaard.
Door zijn manier van leven was Franciscus een vrije en blijde en krachtige persoonlijkheid geworden. Hij deed zelfs wonderen. Op een keer had Franciscus een oogziekte. Op advies ging hij naar een oogarts in Riëti. Veel mensen kwamen te weten dat hij in de kerk van Riëti was en zij gingen er massaal heen. Tot diens groot verdriet werd de wijngaard van de pastoor platgetrapt. Franciscus vroeg hem hoeveel vaten wijn de wijngaard normaal opbracht. Dat waren er twaalf. Franciscus beloofde toen dat de wijngaard twintig vaten zou opleveren. En zo gebeurde het. Wij mogen hierbij denken aan de bruiloft van Kana. Daar maakte Jezus Christus zeshonderd liter wijn. Gods genade is altijd overvloedig.
Rond het stadje Gubbio huisde een angstaanjagende en bloeddorstige wolf, die mens en dier verslond. Niemand durfde ongewapend de stad te verlaten. Franciscus trad de wolf tegemoet en beval hem in Jezus´ Naam de mensen met rust te laten. Van hun kant moesten de mensen de wolf iedere dag te eten geven. De wolf leefde nog twee jaar lang en iedere dag liep hij zo mak als een lammetje de huizen van de mensen binnen waar hij te eten kreeg. De mensen treurden toen de wolf stierf, want hij was een voortdurende herinnering aan het bezonnen, rechtvaardige en vrome leven van Franciscus.
Op een nacht volgde een jonge broeder Franciscus naar het bos. Hij zag een wonderlijk licht waarin Franciscus in gesprek was met Christus en de Maagd Maria en ook met Johannes de Doper, Johannes, de evangelist, en vele engelen.
Wij hoorden in het evangelie ook over engelen, die in een licht aan de herders verschenen. Wat in Jezus' tijd kon, kon blijkbaar ook ten tijde van Franciscus en het gebeurt ook in onze dagen. En ook al zien wij ze niet, de engelen zijn ook bij ons. En... ook wij moeten door onze levenswijze voor elkaar zijn als engelen, als beschermers en als brengers van goede boodschappen. Een engel is een boodschapper van God.
Door bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven kunnen wij vrede brengen. Het lukte Franciscus. Dan moet het ook ons lukken. En er zijn veel moeilijke thema's waarbij wij deze drie kernwoorden in praktijk kunnen brengen: onze omgang met vreemdelingen, moslims met name.
Franciscus was zo ijverig voor het geloof in Christus, dat hij met twaalf vrienden in het land van de Saracenen de sultan van Babylon bezocht. Saracenen zijn een soort islamitische Arabieren, die behoorlijk agressief waren. Franciscus zei geen lelijke dingen over het islamitische geloof, zei ook niet dat de sultan of andere van zijn volgelingen knettergek waren, nee, hij sprak zo mooi over het geloof in Christus, dat de sultan hem dikwijls liet komen. Ook kreeg hij een vrijgeleide om in verschillende landstreken het geloof te kunnen verkondigen. De sultan was zo onder de indruk dat hij zich het liefste tot het christendom had bekeerd, maar hij durfde niet uit vrees voor de andere Saracenen. Als in onze tijd meer mensen de moslims tegemoet zouden treden zoals Franciscus dat deed, bezonnen, rechtvaardig en vroom, zou er misschien veel minder angst voor moslims zijn. En zo moeten wij natuurlijk met àlle mensen omgaan.
Broeders en zusters, wij vieren kerstmis. Ik hoop, dat wij mooie en gezellige dagen hebben met elkaar. Maar kerstmis is ook een opdracht. Christen-zijn betekent dat wij vriend en vijand met liefde tegemoet treden. Wij hoeven het uiteraard niet met alles eens te zijn, maar toon respect, misschien niet altijd voor iemands woorden en daden, maar wel voor zijn persoon. Wij, christenen, moeten niet andere mensen tegen ons in het harnas jagen door even radicale uitspraken of daden, nee, wij moeten mensen voor ons zien te winnen. Een lange weg? Zeker, en een moeizame. Geweld in woord en daad is de weg van de minste weerstand, is eigenlijk een teken van zwakte. Je kunt de ander niet overtuigen, dus sla je er op los.
Nu is er vrede, maar vrede moet blijven en dat kan alleen op de manier van Jezus Christus. Zijn wij 'kerstmannen' en 'kerstvrouwen', mensen van vrede, vandaag, morgen en alle dagen van het jaar. Dan behoren wij tot de mensen waarin God welbehagen vindt. Ik wens jullie van harte een Zalig kerstfeest toe.