Kom, laten we naar Betlehem gaan, zeiden de herders tot elkaar, om te zien wat daar gebeurd is. Laten ook wij zoals de herders vandaag naar Betlehem gaan met de ogen van het geloof en met een hart brandend van liefde. Waar ligt Betlehem in onze dagen? Waar ligt de plaats waar de Heiland in onze dagen geboren kan worden? Met Betlehem bedoel ik niet de stad die 20 km ten zuiden van Jeruzalem ligt. Het Betlehem dat ik bedoel ligt overal waar mensen moeten lijden, overal waar mensen dorsten naar vrede en gerechtigheid, maar ook overal waar mensen de goedheid en menslievendheid van God zichtbaar maken.
Het was nacht in Betlehem, zegt Lucas. Wat betekent dat: nacht? Nacht is het wanneer mensen zien, maar geen uitzicht meer hebben; wanneer handen tasten naar een houvast, maar geen steun kunnen vinden. Aan deze mensen is Jezus in de nacht verschenen als een licht midden in de duisternis. Over hen die zuchten in de nacht van het ongeloof, is een groot licht opgegaan. Het was koud in Betlehem, zegt de legende. Kunt u aanvoelen hoe koud het kan zijn wanneer het hart van de mens bevriest door eenzaamheid, wanneer de vingers blauw verkleumen door de onverschilligheid van de anderen? Aan die mensen die in de kou staan, zegt Jezus: “Ik ben gekomen om vuur te ontsteken op aarde en wat zou Ik anders willen dan dat het brandt?”
Maria en Jozef waren uitgestoten in Betlehem. Kunt u zich het lot indenken van mensen die ter wereld komen op een plaats waar ze geen thuis hebben, waar ze op straat moeten leven, waar ze hun brood moeten stelen? Waar mensen uitgestoten worden, waar ze opgejaagd worden, altijd vol angst en zorg op de dooi, zonder rech¬ten en zonder naam? Tot die mensen in de eenzaamheid zal Jezus zeggen: “Ook Ik had geen steen om mijn hoofd op te laten rusten. Kom allen tot Mij, die belast en bela¬den zijt. Kom mee naar het huis van mijn Vader”.
Er was armoede in Betlehem. Weet u wat armoede is? U kunt het iedere dag weer zien op de televisie. Er is armoede wanneer totaal verzwakte moeders de kracht niet meer hebben om de vliegen weg te jagen van de ogen van hun uitgemergelde kinderen. Wanneer kinderen karton bij elkaar zoeken om ‘s nachts op te kunnen sla¬pen. Tot al die mensen die in mensonwaardige armoede leven, zegt God: “Ook voor jullie is er een Heiland gebo¬ren die jullie wil bevrijden”.
Kom, laten we naar Betlehem gaan, niet naar Betlehem dat 20 km ten zuiden van Jeruzalem ligt. Het werkelijke Betlehem ligt in ons hart, wanneer wij Gods goedheid en menslievendheid in ons hart opnemen en bereid zijn om in onze tijd zijn liefde voor alle arme en zoekende mensen zichtbaar te maken. Gedragen door Gods liefde kunnen wij het mogelijk maken dat op de koude nacht voor de armen een dag vol licht volgt, dat wij uit onze solidariteit met anderen een dak boven hun hoofd, een dak boven hun hart kunnen worden. De ster van Betlehem moge onze ogen openen voor al het leed in de wereld. Als de glans van deze ster onze ogen niet kan openen, dan vrees ik dat wij blinden zullen blijven. Meer kon God niet doen dan een licht worden in onze duisternis. Sinds die heilige nacht is het voldoende te geloven dat God ons nabij is, dat Gods goedheid en mensenliefde voor allen zichtbaar geworden is. Laten wij ons hart openstellen, zodat wij dit licht kunnen uitdragen naar alle mensen die in nood zijn. Ofwel is Betlehem in ons hart, ofwel bestaat Betlehem voor ons nog niet…