Gods menswording is ook de onze

Kerstavond 2012                             Cyclus C                                                 Jes 9, 1-6

                                                                                                                        Lk 2, 1-14

 

Gods menswording is ook de onze

 

Beste vrienden,
Er is geen enkel feest dat met zoveel verwachtingen en sterke gevoelens gepaard gaat als het kerstfeest. Even lijkt alles als het ware betoverd te zijn. Ook al worden we reeds sinds weken ondergedompeld in stralende kerstverlichting, zoete kerstmelodieën en alle mogelijke aanbiedingen voor cadeaus, vandaag beroeren al die dingen ons toch heel bijzonder. Herinneringen aan onze kindertijd komen weer boven en we zijn blij om samen met familie, vrienden of gewoon met zijn tweetjes een paar zorgeloze uren door te kunnen brengen.
Kerstmis, het feest van liefde, vrede en vreugde; Kerstmis, vooral ook het feest van de gevoelens. Maar om die reden is er ook geen ander feest waarbij een aantal mensen zich zo sterk bewust worden van hun eenzaamheid en hun droefheid.  Wanneer je ziet hoe iedereen vrolijk feest viert, terwijl je zelf helemaal niet in stemming bent om feest te vieren. Bij geen enkel ander feest ontstaan zo veel familieruzies, gewoon omdat de verwachtingen weer eens veel te hoog gespannen waren. Kerstmis wekt bij iedereen gevoelens – ook al zijn die dikwijls heel verschillend. In al die gevoelens vinden we een diep verlangen naar geborgenheid, naar vrede, naar een gelukt leven; een vermoeden dat er toch meer moet zijn dan die wereld van ons, waar ontgoocheling en tranen kind aan huis zijn. Hoe kan het toch dat het kerstfeest ons elk jaar weer zo raakt – niet alleen de kinderen – maar vooral ook de volwassenen en de ouderen die het toch reeds sinds zo veel jaren vieren?
Misschien helpt het volgende verhaal ons hierbij:

De herders waren nog maar pas uit de stal vertrokken toen er iets heel eigenaardigs gebeurde in Bethlehem. Drie rare gedaanten naderden de stal; De eerste was gehuld in een bonte lappendeken. Ze was wel geschminkt als een clown, maar eigenlijk zag ze er onder haar masker eerder bedroefd uit. Pas als ze het kindje in de kribbe zag glimlachte ze en zei: “Ik ben de levensvreugde, ik kom bij jou omdat de mensen niet meer kunnen lachen. Alles is zo vreselijk ernstig geworden.“ En dan legde ze haar lappendeken af en dekte het kind daarmee toe. “ Het is vreselijk koud in deze wereld. Misschien kan dit deken je wat warmen en beschermen.”

Dan kwam de tweede gedaante naar voren. Als je goed keek kon je zijn opgejaagde blik zien en aanvoelen hoeveel haast hij had. “Ik ben de tijd” zei hij. “Eigenlijk besta ik bijna niet meer, want ze zeggen allemaal: De tijd vliegt. En daarbij vergeten de mensen het grote geheim. De tijd vergaat niet, de tijd ontstaat! Hij groeit overal daar aan waar hij gedeeld wordt.” Toen greep de gedaante in zijn mantelzak en zei: „Ik geef ik jou deze zandloper omdat het nog niet te laat is. Hij zal je er aan herinneren dat je altijd zoveel tijd hebt als je zelf vrijmaakt en aan anderen besteedt.” Tenslotte kwam ook de derde gestalte aan de beurt. Haar gezicht was geschonden, alsof ze telkens en telkens weer geslagen en mishandeld was geworden. Toen zij bij het kind kwam, was het alsof al die verwondingen en kwetsuren die het leven haar had toegebracht plots genezen waren; “Ik ben de Liefde”, zei ze zacht. “Ze zeggen dat ik te goed ben voor deze wereld. Daarom stampen ze me met hun voeten en laten me dan voor dood liggen.” Terwijl de liefde aan het woord was liepen de tranen over haar gezicht: “ Wie bemint heeft in deze wereld dikwijls veel te lijden. Neem deze tranen! Ze zijn zoals de waterdruppels die de steen uithollen. Ze zijn zoals de regen die de dorre bodem terug vruchtbaar maakt en die zelfs de woestijn tot bloei brengt.”

Zo knielden ze naast elkaar neer, de levensvreugde, de tijd en de liefde. Ze knielden voor dat kleine kind in de kribbe. Drie merkwaardige gasten die hun gaven aanbrachten. En het kind keek hen glimlachend aan alsof het had begrepen wat ze hadden gezegd. Plots draaide de liefde zich om en sprak tot de andere mensen die er nog bij stonden: “Ze zullen dit kind voor de gek houden, zijn levensduur verkorten en hem veel doen lijden. Maar omdat het zijn tijd en zijn liefde voor anderen inzet, zal de wereld nooit meer zijn zoals voorheen. Omwille van dit kind staat de wereld nu onder een nieuw en gelukkig gesternte, dat al het andere in de schaduw stelt.” Onmiddellijk daarna stonden de drie gestalten op en gingen weg. Maar de mensen die hun optreden mee hadden beleefd, dachten nog lang na over die raadselachtige woorden.

Beste vrienden, ik geef toe dat ik dit verhaal nu niet direct een klassiek mooi kerstverhaal zou noemen. En toch maakt het ons zeer goed duidelijk wat we vandaag samen vieren. God zelf komt in onze wereld en wordt voelbaar voor ons. De grote, almachtige God komt ter wereld als een klein zwak en kwetsbaar mensenkind: hulpeloos, onmachtig, afhankelijk van de hulp van anderen. God zelf wordt mens, een mens zoals u en ik. Maar bij deze God, die zich tot ons menselijk niveau heeft neergelaten, kan ik even goed met mijn treurnis als met mijn verloren levensvreugde komen; ik kan bij Hem komen met alle uitdagingen die het leven voor mij in petto heeft en die af en toe te veel van mij vergen.

God komt in onze wereld, niet als machtspersoon of superman, maar als iemand die het groeien en het rijpen, de hoogten en de laagten van ons menselijk bestaan met ons wil delen. Hij komt om de treurenden te troosten, de moedelozen te sterken en de hopelozen een nieuw perspectief te geven. Hij wil ons levensvreugde schenken, ook al zijn er veel mensen voor wie het huilen nader staat dan het lachen. In alles wat dat kleine kind in de kribbe later als volwassene zal zeggen en doen wordt voor ons duidelijk: onze God is een God die met zijn mensen meevoelt; een God die niet alleen maar medelijden met ons heeft, maar die echt met ons mee lijdt en die onze ganse lijdensweg met ons meegaat. En juist dat is reeds van bij zijn geboorte zichtbaar. Want zijn geboorte en eerste levensjaren waren ook zeer turbulent en levensbedreigend. Een God in de gedaante van een kind, die met de mensen meevoelt en lijdt, dat is het toch wat ons in het kerstfeest aanspreekt en beroert. Die God met gevoel is voor ons tegelijk een aanmoediging en een uitdaging.

Een aanmoediging omdat ik me voor Hem niet anders moet voordoen en geen rol moet spelen. Ik mag zijn zoals ik ben, met mijn eigen levensvreugde, met alles wat in mij omgaat en met alle gevoelens die me bewegen. Of ik geïrriteerd of tevreden ben, blij of droef, God accepteert me altijd aan zoals ik ben. Ik moet ook niet perfect zijn, maar mag me steeds verder ontwikkelen. God geeft me daartoe alle tijd. Ook als ik afdwaal, in het slop geraak en weer moet omkeren en opnieuw beginnen. Ik zou ook helemaal van de weg af kunnen geraken. Zelfs als dat gebeurt verlaat Hij me niet maar staat me met zijn oneindige liefde bij. Bij hem mag ik niet alleen mens zijn, neen, bij Hem kan ik pas echt mens worden, met alle facetten die het menselijk bestaan kan bieden.

Maar een God met gevoel is ook een uitdaging. De uitdaging om, net zoals Hij, ook onze gevoelens te laten blijken en om nieuwe mogelijkheden toe te laten: Liefde, tederheid, verwondering, ontroering en fijn aanvoelen.

- We zouden toch veel beter met elkaar kunnen omgaan als we eerlijker zouden zijn, als we op onze gevoelens zouden vertrouwen en zouden zeggen hoe we ons werkelijk voelen?

- Onze wereld zou er toch veel beter uitzien als ons medelijden zich niet zou beperken tot het geven van goede raad, maar als we vanuit dat medelijden ook solidair zouden handelen en tot concrete daden overgaan?

- Hoeveel beter zou onze wereld er niet uitzien wanneer ons handelen en onze besluitvorming niet alleen door koel verstand en noodzaak, maar ook door gevoel en eerbied voor alle mensen zou bepaald worden? Kerstmis heeft iets dat ons raakt – het geeft ons een Godsgevoel. En vandaag mogen we niet alleen de menswording van God, maar ook onze eigen menswording vieren. Want God staat achter ons opdat ook wij achter onszelf kunnen staan met alles wat we zijn en hebben, met huid en haar.

Amen!