Gesprek rond het kampvuur (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

GESPREK ROND HET KAMPVUUR

Ik vertel u vanavond twee dingen over God: waar u Hem moet zoeken en hoe Hij zich laat vinden. Dat klinkt behoorlijk stoutmoedig. Maar, luister!

KLEIN HEELAL

De herders lagen in het veld. Uitgeteld onder de sterren. Het was een nacht als alle andere. Hun gesprekken zullen wel niet erg vroom zijn geweest. Mannenpraat, over vrouwen, met veel overdrijvingen en gevloek. Geen woord over God. Ze geloofden natuurlijk wel. Dat deed iedereen. Het heelal leek toen zo oud nog niet, een dikke tachtig generaties geleden geschapen en het einde kon elk moment aanbreken. De kosmos was ook niet zo groot. Met een beetje ladder of een hoge toren kwam je een heel eind bij de sterrenkoepel en bij God.

LEEG HEELAL

Dan onze herders! Die pastoor bijvoorbeeld die een uitvaart aan het regelen was. ‘Was moeder gelovig?', vroeg hij aan de dochter. Deze keek hem met grote ogen aan en zei: ‘Moeder was behoorlijk fanatiek..., ze sloeg bijna geen kerstmis over!' Ik moest er nog aan denken toen ik met enkele jongeren naar Brunssum reed. We gingen naar de sterren kijken. Misschien wat napraten over de oneindigheid en hoe dat voelt. Achter me waren er twee in gesprek. ‘Meneer...' ‘Dat is geen meneer, dat is pastoor', werd hij gecorrigeerd. ‘Ik ben niet meer naar de mis geweest.' Kennelijk herinnerde ik hem aan zijn eerste communie. ‘Ik ga alleen naar zeswekendiensten.'‘Ga je kerstmis?' ‘Is dat is een zeswekendienst?' God is verdwenen uit Voerendaal. Door de sterrenkijker zagen ze ook geen spoor van hem. Wel duizelde het hun toen ze hoorden hoeveel duizenden jaren het licht van de sterren onderweg was. Moderne mensen leven in een immens groot universum. Het dient nergens toe. Het is er gewoon, waardevrij en neutraal. We moeten ons maar zien te vermaken en anders pech gehad!

 

OP ZOEK

 

Wie nu naar de sterrenhemel kijkt, ziet een andere hemel dan de herders. Onze hemel is kil. Ze zwijgt. Ze is niet de woning van God. En nu zijn wij zelf ook geen gewenste kinderen meer op aarde. We zijn er gewoon - hadden er ook niet kunnen zijn. Je kunt die gedachte verdringen. Dan ga je maar skiën of after-skiën. Je koopt een video met een rampenfilm of een romantische met veel liefde. Je hebt toch een zin nodig. Al is het shoppen! Er moet toch een reden zijn van je bestaan. Je kunt je zelf toch niet zien als een overbodig bijproduct van een tumultueuze blinde schepping? Mensen zoeken - zoals ze dat noemen - ‘een stukje zingeving'. Vooral op zondag. Dan gaan ze wandelen in de natuur. Ze maken foto's en roepen: Oh! De natuur is heilig. Vooral de zee en de bergen; heilig, maar niet genoeg om haar te redden! Of de muziek. Een ochtendconcert ,wegdromen in een symfonie! Er zijn er ook die geesten oproepen en praten met de doden. Anderen bekijken aura's of reizen naar de indianen. We zoeken naar God of naar wat Hem vervangen kan!
Ik geloof niet in toevalligheid. Toeval bestaat niet. Toeval is een soort reken-model. Het bestaat in ons hoofd om grip te krijgen op fenomenen die zich vaak herhalen. De werkelijkheid is eenmalig. ‘Geloof je dat elders in het heelal mensen zijn, zoals jij?' vroeg ik aan de jongeren in de sterrenwacht in Brunssum. ‘Nee', zei er eentje zonder nadenken. ‘Ik ben uniek!' Zo zijn we als de herder op zoek naar zin. Waarom bestaan we en waartoe? Voor een aantal was het de zak frites die we afloop gingen eten!

NOODKREET

 

De herders, zo vertellen we deze nacht, gingen zoeken in een stal. `Wat een mooie stal!' riep ik uit. Ik was ergens op bezoek. Hoog op het buffet, buiten het bereik van kinderhandjes, stond een prachtige kerstgroep. Maria boog zich sierlijk over haar kind, in zachte pasteltinten. Jozef stond er slank bij met een lantaarn in de hand. ‘Hebben we meegebracht uit Venetië', zei de vrouw. ‘Kostte 3600 euro.' Nou, zo'n stal dus niet. Niet die van duizenden euro's, maar een stal die stinkt, bij mensen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. Gezinnen in Somalië. Een ziekenhuiskamers. In de ellende van mensen, in hun armoede, daar verschijnt God en komt de zin van ons bestaan aan het licht. Hoe? Als een schreeuw! Als een huilend kind, een roep om hulp. De noodkreet van een ander roept ons uit de anonimiteit, uit de toevalligheid, en geeft ons een naam en een opdracht. Zo mogen we mee scheppen en een wereld van God bouwen. Vannacht opnieuw!

BROM

Lieve kinderen. Hij kon de slaap niet vatten. Herder Bram lag al de hele nacht te woelen in het stro. Hij had zijn hoofd vol zorgen en was boos op iedereen. Zijn zieke moeder had hij al een jaar niet bezocht. Ze woonde bij zijn broer en met hem had hij een knallende ruzie. Bram was zo boos dat de andere herders hem Brom noemde! Ineens, het zal tegen half drie geweest zijn, stootte een collega hem aan. ‘Opstaan, meekomen, Brom!'

Bram liet zich half slapend meevoeren en stond ineens in een stalletje. Hij geloofde zijn ogen niet. Daar lag een prachtige jonge vrouw met een lieve baby in haar arm. De mond van Bram viel open. Wat mooi! ‘Wil je hem vasthouden?' vroeg de moeder. Ze legde het kindje in Brams armen. Zijn boosheid was helemaal verdwenen. Hij voelde de warmte van het kind. ‘Geef hem maar weer', hoorde hij de moeder zeggen. Bram wiegde zachtjes het kind. ‘Hij heeft gepoept, geloof ik.' Gauw gaf Bram het kind aan de moeder terug. ‘Ik ben niet vies van een baby!', zei hij gauw. Iedereen begon te lachen.

Een engel die ongeveer 40 meter daarboven zweefde, riep verrukt: ‘Ik ben niet vies van een baby..., dat wordt mijn nieuwe kerstliedje volgend jaar.' Bram straalde. De wereld was weer helemaal goed. Morgen zou hij het aan zijn broer gaan vertellen.