Heden is U een redder geboren (2009)

 

Het kerstverhaal is het best gekende verhaal uit het evangelie van Lucas. Het nodigt uit mee op stap te gaan met Jozef en Maria, de zwangere. 

Hebben we het geduld om onze stap aan te passen aan deze van een zwangere vrouw? 

Wij leven mee met de vreugde van een wachtende.  En we zijn begaan met het leed van kinderloze echtparen en de wijze waarop zij hun kinderwens invullen. 

Zoeken we samen met de dakloze Jozef en Maria naar een onderkomen in Betlehem? 

Waarom was er geen plaats voor het kind, dat zou geboren worden?  Verhinderden de joodse reinheidswetten dat ze terecht konden in een gasthuis?  Of was het God zelf die wou aanduiden waar hij het liefst zijn intrek nam?  Hij verkiest nog steeds een kribbe boven een herberg, herders boven vorsten. 

In Betlehem aangekomen, delen we in de blijdschap om het mensenkind dat is geboren.  Hoe kan een boreling zoveel ontroering oproepen?  "Elk kind komt met de boodschap dat God hoop heeft met de wereld" (Tagore).  Maar waarom zijn er zoveel kinderen kansloos in de wereld? 

Lucas leidt zijn lezers naar het herdersveld waar herders in de nacht hun kudde bewaken.  Gaan we onze nachtrust opgeven en ons mengen in die kring van ruige kerels?  Wordt van God niet gezegd dat hij een herder is?  Juist waar we het niet hadden verwacht, valt een straal uit de hemel en horen we dat we niet moeten vrezen.  Van het herderveld keren we terug naar de kribbe, bij wie klein en onooglijk is. 

In de kerstnacht verkondigde een bode: "Heden is u een redder geboren."  Deze woorden van tweeduizend jaar geleden zijn bedoeld voor vandaag en morgen.  Elke dag is voor een christen het 'Heden van God.'  

God biedt dag aan dag heil aan.  Bij Lucas doet hij dit op elke bladzijde van het derde evangelie.  Lucas spitst het heil niet toe op het kruisgebeuren, maar ziet Jezus heil brengen doorheen gans diens optreden.  In wat Lucas schrijft over het kind Jezus ziet hij hem reeds als volwassen man.  In het kindsheidevangelie zegt hij meer over de Paasmens dan over het Kerstekind. 

Kerstmis houdt zoals elke feestdag een stuk onbehagen in.  We zien maar een glimp van vrede.  De dag is voorbij en we hebben de Heer niet gezien of toch niet op de wijze die wij hadden gewenst.  Kerstdag is even proeven van wat het wordt, als liefde het wint van haat en de vrede alle landen en alle harten zou vervullen.  Kerstmis zegt dat God ons elke dag als Redder tegemoet komt.  Telkens een goed woord ons raakt, zeker Gods woord, komt zijn redding ons dichterbij.  God verzekert ons elke dag hij ons gaarne ziet en ons omringt met tekenen van zijn goedheid. 

Het kind van kerstdag wordt de achtste dag besneden.  Het is een Joods kind.  Het krijgt de naam Jezus.  Dit betekent redding (Mt. 1,21).  Jezus is Gods mensenredder. 

Redden is een belangrijk bijbelwoord, waarover de kampen nochtans verdeeld zijn.  "Wat is dat redden?  Aan de ene kant zijn er degenen die zeggen: waar het om gaat is dat jij gered wordt, jouw ziel, jouw leven.  Gered van zonde en dood.  Door God behouden voor zijn toekomst.  Jezus' redding is dat wij niet voor eeuwig verloren gaan, maar eenmaal bij God zullen zijn.

Aan de andere kant zijn er degenen die zeggen: maar wij leren uit de bijbel andere dingen.  Redding, bevrijding, is dat er een einde komt aan de machten en structuren die mensen knechten hier op deze aarde.  Jezus gaat ons voor in de opstand tegen honger en armoede, geweld en onderdrukking, politieke en sociale onrechtvaardigheid.  Wij hebben geen tijd om te denken aan onze ziel en zaligheid.  Nu zijn er mensen in nood in deze wereld en nu moeten ze geholpen worden.  De vraag is niet: hoe vind ik een genadige God?  De vraag is: hoe vindt God bondgenoten in zijn strijd voor een andere wereld?

En zo zijn christenen fel tegenover elkaar komen te staan.  En dat rondom de naam Jezus, God redt" (W.R van der Zee, Vandaag, p. 45). 

Is dit te overbruggen?  "Redden is uit de benauwdheid halen, ruimte maken.  Je kunt het benauwd krijgen als je nauwelijks iets hebt om van te leven.  Je kunt het benauwd krijgen als je alles hebt, maar niet weet waarvoor je leeft.  Redden is redden uit de armoede én redden uit de geestelijke leegte.  Het evangelie bedoelt beiden"(Op. cit,. p. 54-46)  Jezus, redder, hij maakte zijn naam waar .  Hij wou dat mensen voluit zouden leven, naar ziel en lichaam (Jo, 10,10). 

"Het is goed Kerstmis te vieren, schrijft van der Zee, maar de verwijzing naar Amnesty International hoort evenzeer bij de orde van dienst als het aanheffen van het Gloria in excelsis Deo" (Ib. p.46).  De blik gericht op God in de hoge en op de plaats waar hij op aarde wil verblijven.  God werkt aan onze redding.  Waar zijn woord in ons komt, waar zijn sacramenten ons raken daar is elke dag het heden van Gods redding.  Het kind in de kribbe, Jezus, heeft ons gered opdat wij redders worden in zijn naam. 

De citaten duiden aan dat het boekje van W.R. van der Zee, Vandaag gebeurt het alweer rijkelijk heeft geïnspireerd bij deze kersthomilie.  Heden zijn we geroepen om God te eren en vrede te brengen aan mensen van zijn welbehagen.