Kerstmis (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 134 niet laden

We hebben in de advent een weg afgelegd om tot hier te komen. Op de 1e zondag hebben we de profetie van Jeremia gehoord: "De tijd komt - godsspraak van de Heer - dat ik de belofte vervul die ik Israël en Juda heb gedaan" , een belofte waar de houding onder ligt "Naar U gaat mijn verlangen, Heer". Op de 2e zondag week was er die oproep van Baruch: "Sta op Jeruzalem", je zult heten 'Vrede door Gerechtigheid', 'Heil door Godsvrucht'. Zo moet u uw roeping invullen. Op de 3e zondag hebben we gelezen hoe Sefanja het waagde midden in de zorglijke toestand een vreugdekreet te uiten om de dag van de Heer voor Zijn getrouwen en afgelopen zondag zagen we hoe Micha duidelijk maakt wat nodig is: eenvoud en waarheid: 'U, Betlehem in Efrata, al bent u klein onder Juda's stammen, toch zal er, zeg Ik, ... want Hij die troont op de cherubs, roept Zijn Kracht wakker en maakt het pure, eenvoudige vruchtbaar. Hoop komt tot leven.

Met Kerstmis vieren we ieder jaar weer opnieuw dat hoop gestalte heeft gekregen, zichtbaar is geworden en effectief. Ook voor ons geldt dat die hoop in ons is gelegd vanaf onze schepping; ze is een aansluitpunt naar wat boven is, een verlangen dat boven behoeften uitstijgt. We vieren ons verlangen naar Wie we God noemen én we vieren dat God van Zich heeft laten horen, Zich heeft laten zien. Ondanks alle poes-pas erom heen, is Kerstmis een intiem feest omdat het in ons aanknoopt bij ons eigenste en ons meeneemt naar Boven.

 

Je zou kunnen zeggen dat ook Johannes de evangelist dat heeft ontdekt. Alle evangelies beginnen eigenlijk met de Doop in de Jordaan. Maar als het verhaal, de verkondiging, is opgeschreven, lijkt het wel of Johannes er bij gaat zitten en zich afvraagt wat er nu eigenlijk aan de hand is geweest. Dan schrijft hij zijn beroemde proloog en plaatst hij het vooraan in zijn evangelie. Dan verkondigt hij wat Lucas en Matteüs op hun manier ook doen: God is mens geworden, Zijn Woord is vlees geworden, incarnatie. Hemel en aarde die volgens oude mythologieën oorspronkelijk één waren, worden weer met elkaar verbonden, van Boven af.

Dat is wat Johannes in zijn leven heeft geleerd, heeft leren inzien, en zijn geloofsbelijdenis werd: 'In begin was het Woord'. Wat vrijer vertaald: 'beginsel, punt van uitgang is dat het Woord was', en ook hoe het was nl. 'naar God toe toegewend, bij God (de Vader); het is Zelf God, zo dicht is het bij Hem, die het Woord heeft voortgebracht. Zo is was het altijd al.' Dit is eenzelfde soort geloofsbelijdenis als 'Punt van uitgang is dat God hemel én aarde schiep'. Dat is niet te bewijzen, dat is alleen maar te zeggen in geloof in het Hogere, dat de mens in zich herkent en accepteert, want alles - ook ik, zegt die mens - is via dat Woord gemaakt en dankt daaraan het leven, ontleent daaraan zijn leven. Het gaat om goddelijk leven dat de mens ook leidt bij zijn doen en laten, bij zijn inzicht om goddelijk niveau te bereiken, om Godskind te zijn. Dat Leven geeft licht, geloofslicht, geloofszicht. Hoop is tot leven gekomen.

Maar de mens zag het niet altijd, wilde het ook wel niet zien en dan staat zelfs het goddelijke machteloos. Nee, niet helemaal machteloos: het biedt tenslotte nog zichzelf aan, het legt zichzelf in de handen van mensen, het is onder ons komen wonen als een van ons. "Het Woord dat vlees geworden is, het groot en goddelijk begin, dat loopt tussen mensen in". Zo geeft God aan wat goddelijke liefde is. Zij die dat accepteren, dat ontvangen, opnemen, worden uit hun 'gewoon' mens-zijn getild en op goddelijk niveau gebracht. Zij zijn wel begonnen als mens vanuit een man afkomstig maar worden dan 'van omhoog geboren', sluiten aan bij wat al in hen ligt vanaf hun schepping.

Johannes getuigt dan dat hij de heerlijkheid heeft aanschouwd die het Woord draagt, die het Woord meekrijgt van de Vader: vol genade en waarheid, blijvend weelde in overvloed. Al die heerlijkheid ligt in een kind, dat kind. Wat een geloofszicht!

 

Jesaja deed zijn oproep om te wandelen, te leven in het Licht van de Heer. Het Licht dat verlicht, inzicht geeft, vrede brengt en alle reden biedt om te juichen want de belofte wordt vervuld: de vrede van de Heer zal regeren in Jeruzalem. Voor de joden was dat de verlossing uit de ballingschap, voor ons dat wij ons Godskinderen mogen weten via het kind van Betlehem. De hele aarde moge dat weten, alle schepselen zijn bestemd om uit God geboren te worden en te zijn. Daarvan hebben we gebeden/gezongen in de tussenzang.

Als wij hier nu het feest van de menswording vieren, van 'God-met-ons is hier aanwezig', zingen we die tussenzang dan nog eens met groter enthousiasme ... of zouden we liever stil zijn en een kaars aansteken en ons zo laten raken?

 

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Kerst vieren met poes-pas is best leuk maar gaat het ook niet om iets intiems en intens waar je geen woorden voor hebt? Om iets dat jou weer nieuw maakt? Dat jou raakt? Om iets waarvan je kunt zeggen dat het Licht is, jouw licht?

 

"Al wat door God wordt aangeraakt, is puur en helder als een maagd" en kan een Godskind zijn. Zullen we ons even tijd gunnen dat over ons te laten komen?