Een kerstlied uit de eerste eeuw (2008)

De proloog, het begin van het vierde evangelie is een hymne.
Dit evangelie is spiritueel en symbolisch.
We horen deze proloog op kerstdag.
Let op de strofische indeling.
Het lied is een zang over leven en licht (Joh. 1,8.12).
Woorden over licht en leven kunnen elkeen raken.
Het licht wil immers overal doordringen.
"Waar de zon niet binnendringt, is er koorts" (Italiaans gezegde).
Waar er geen leven is, is er dood.
Het lied zegt nog meer.
Het zingt over God.  Het kijkt naar het begin, ja zelfs nog voor elk begin.
God spreekt.  Hij uit zich door zijn woord.  Hij houdt van communicatie.
Zijn woord is aanwezig bij de schepping.  Het is de kracht bij al wat leeft.
Het neemt zoals de wijsheid uit het Eerste Testament zijn intrek bij de mensen.
Het lied heeft een brede kijk.  Het omspant alles.  Het reikt verder dan Israël.  Het beperkt zich niet tot wat voorbij is en eens is geschied.
Wij kunnen allen kind van God zijn en het Licht in ons opnemen.
De kernzin waarom het allemaal draait is deze over "het woord, dat vlees is geworden."
Incarnatie, vleeswording.  Het woord is tastbaar in ons midden.  Het is geen schim of schijn.  Mensen leefden samen met Jezus, het vleesgeworden woord.
Vlees staat voor wat vergaat.  Onze menselijke conditie.
Toch straalt heerlijkheid doorheen het Woord in zijn vlees.
Wie het ontvangt, dankt omdat het ons leidt bij God. 
De proloog eindigt in een geloofsbelijdenis.  Wij belijden dat wij uit zijn volheid mogen ontvangen.  Wij belijden dat hij is de Zoon van de Vader.  Hij openbaart de Vader.
Het evangelie van Johannes gaat over Jezus, maar het gaat vooral over God, de Vader van Jezus.  Het leidt ons aan de hand van Jezus naar zijn en onze Vader.

Johannes rukt ons weg van onze gebruikelijke voorstellingen over kerstmis.  "Het kerstgebeuren wordt elk jaar opnieuw voorgesteld met stereotiepe expressievormen, ver verwijderd van de levendige hedendaagse kunst.  Jezus' geboortefeest blijft gevangen in het besneeuwde verhaal van os en ezel, herders en drie gouden kronen, het zoetige feest van licht en klatergoud.  Hedendaagse authentieke voorstellingen van het mysterie van incarnatie ontbreken helemaal." 

Marc Delrue, van wie dit citaat komt, gaat verder in op die gedachte: "De kerststal moet ons helpen het mysterie van Gods incarnatie biddend en schroomvol te beleven.  Een zoetig poppenkind op stro is zachte blasfemie.  Beter nog dan kunstenaars uit vervlogen tijden verbeelden actuele kunstenaars de smart van de lijdende Christus en de dood van God.  Kerstmis en Pasen ontbreken: het mysterie van Gods incarnatie in de broze mensenfamilie en Christus' verrijzenis door het sterven heen.  In de kern van elke goede kerstvoorstelling voeren hoop en vrede de boventoon, ofschoon alle kerstfiguren vanuit het kerstverhaal zelf niet blind waren voor de tragiek van het leven." 

Marc Delrue stelt het werk voor van kunstenaar Nicolas Alquin (Brussel 1958), die in Parijs woont en werkt.  "Hij bewerkt opnieuw bruikbare houtblokken waarbij hij is bezield door verticaliteit.  Hij kapt zuilen waaruit personages tevoorschijn komen.  Deze rechtopstaande beelden worden verbindingstekens tussen hemel en aarde, voorstelling van de levensboom , maar tevens van het verlangen van de mens om hemelwaarts te kijken."

"Alquin maakte het beeld De Nieuwgeborene uit eikenhout.  Zowel het gebruik van bladgoud en zilver als de witte schijn van het hout met kalk bewerkt, helpt transcendentie en spiritualiteit op te roepen.  Het is een krachtige voorstelling die bevrijd is van clichés en versleten patronen, van geijkte formules en te brave voorstellingsvormen.  Het is geenszins bedoeld als een illustratie van het kerstverhaal waar herders in de nacht zich spoeden naar het pasgeboren kind in doeken gewikkeld, liggend in ene kribbe.  Dit werk nodigt uit tot contemplatie, tot gebed tussen herinnering en hoop.  Dit beeld van Gods menswording zie ik als een invitatie om met Kerstmis zelf wat beter mens te worden, om rechtop en verantwoordelijk als volwassenen in het leven te staan."

"In de kerstnacht te worden als kinderen is een weg van tederheid, maar tevens een uitnodiging tot weerbare kracht, openheid en vertrouwen.  Te worden als kinderen is voor de volwassen mens die weet heeft van lijden en gebrokenheid, iets van het oorspronkelijke vertrouwen terugwinnen.  Het kerstmysterie deelt in de overtuiging dat mensen ook in een onveilige wereld blijven geloven en een vaak onvriendelijke aarde willen opbouwen tot een huis om in te wonen."

"De Nieuwgeborene van Nicolas Alquin toont dat uit de asse, ondanks veel duisternis, het licht kan oprijzen boven alle volken en dat vrede kan ontwaken in het mensenhart.  In ons gekwelde gevecht tussen geloof en twijfel is een kind tot verblijding geboren.  In deze bitterschone nacht is Hij schamel in zijn heerlijkheid" (M. Delrue, Kunst en spiritualiteit, p. 166-168). 

"Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.  Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd zulk een heerlijkheid als die de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid"( Joh. 1,14).

Zalig kerstfeest met licht voor elke dag.