Licht in onze duisternis (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

* Kerstmis is het meest populaire feest van het kerkelijk jaar. Enkele maanden geleden schreef kardinaal Danneels in zijn "Pastoralia" dat onze christelijke feesten geruisloos overgroeid worden door klimop en mos. Ze krijgen een nieuw pak waardoor je niet meer vindt wie of wat er in dat pak steekt. Kerstmis is in wezen Jezus' geboortefeest. Maar het wordt stilaan alleen nog een prettig familiefeest met cadeautjes, een winterfeest rond de kerstboom, een natuurfeest. Onze feesten moeten van dat overgroeiend groen worden bevrijd, uit de kleren, om weer herkenbaar te zijn.

* Er zijn drie evangelisten die ons het kerstgebeuren opdissen. Op de vooravond hoorden we Matteüs die ons de stamboom geeft van Jezus en de bijzondere zorg en rol van Jozef (Mt 1,1-25). In nacht- en dageraadsmis schildert Lucas ons de volkstelling en de komst van de herders (Lc 2,1-20). Je ziet het allemaal zo voor je ogen gebeuren. In de dagmis beluisteren we Johannes, die het sterkst Jezus' geboorte uit de kleren doet. In zijn proloog zegt hij ons wat met Jezus' komst in de diepte van de geschiedenis is gebeurd (Joh 1,1-18). Het gaat om een dramatisch heilsgebeuren.

 

1. God zelf wordt mens. Ongehoord.

 

- We lezen "In den beginne was het Woord". Het is een echo van het begin van de bijbel: "In den beginne schiep God hemel en aarde... En God sprak...". Wie spreekt komt in communicatie en maakt zich bekend. De geschiedenis van Gods openbaring ging toenemend gepaard met een steeds intiemere liefde-aanwezigheid van God onder ons. Hij begon reeds met zijn woontent op te slaan in Israël (Sir 24,8). Hij heeft de gestalte van een mens aangenomen. Jezus is dat Woord. Dat Woord was God. Het heeft onder ons gewoond en de Vader zichtbaar gemaakt. In Jezus heeft God heel de mensheid omhelsd opdat zij in gemeenschap met Hem ook vergoddelijkt zou worden.

- Dat Woord is "Leven". Dat zal in Jezus' verkondiging steeds meer duidelijk worden: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven" (Joh 14,6). "Wie Mij eet zal leven door Mij" (Joh 6,57). "Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben en wel in overvloed" (Joh 10,10). Het gaat hier niet om een materieel biologisch leven, maar om een leven dat het Leven van God zelf is. Dat Leven is het "Licht" der mensen. Herhaaldelijk zegt Jezus met nadruk: "Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt dwaalt niet in de duisternis" (Joh 8,12; 9,5); of ook nog: "Zolang gij het licht hebt, geloof in het licht opdat gij kinderen van het licht zult zijn" (Joh 12,36) "Het licht scheen in de duisternis..." in de duisternis van onze zondigheid die verblindt, in onze menselijke beperktheid en ellende.

- Juist daarom heeft de Kerk Jezus' geboortefeest, waarvan de echte datum onbekend is, zinvol geplaatst op het heidense feest van de Zonnewende, wanneer de onoverwinnelijke zon weer gaat rijzen, wanneer de dagen weer langer worden: "Nu daagt het in het oosten, het licht schijnt overal: Hij komt de volken troosten, die eeuwig heersen zal..." (ZJ 123). Christus is de ware zon, hét Licht bij uitstek. Met Hem moet alle duisternis verdwijnen en zal de chaos een einde nemen.

 

2. Maar de duisternis aanvaardde het Licht niet.

 

- Hier begint het drama. En Johannes herhaalt: "De wereld erkende Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen namen Hem niet op". De wereld, door Hem geschapen, is zijn eigendom; de zijnen, het uitverkoren volk, maar ook heel de mensheid, behoort Hem toe. Hij werd en wordt er gewoon niet opgenomen. Hij is als een asielzoeker voor wie alle deuren gesloten blijven. Er bestaat tegenover dat Licht als een mysterieuze ingehouden weerzin, die "Christianofobie" heet.

- Dit drama begon reeds toen er voor Hem geen plaats was in de herberg, het liep door met de kindermoord waarvoor Hij vluchten moest. Hij zal verworpen worden en gekruisigd. Christus leeft verder in zijn lichaam, de Kerk. Ook zij wordt geweerd. De eerste drie eeuwen waren de tijd van de eerste martelaren. De vlucht in de catacomben. Vorige jaar zijn de 498 martelaren van de Spaanse Burgeroorlog in Rome zalig verklaard. Het was de grootste collectieve zaligverklaring uit de geschiedenis. Christenen zijn altijd ergens vervolgd geweest, soms bloedig, soms geraffineerd. Denk aan onze vervolgde christenen in Irak, in Iran en in India... aan de systematische hoon en haat tegen christenen en Kerk bij ons in de media. Het drama duurt zolang de geschiedenis loopt.

- De postmoderne mens, die alles graag relativeert, vindt het aanbod van Jezus als hèt Leven en hèt Licht, als dè universele waarheid, gewoon ondragelijk. Die boodschap botst op een wereld die leeft van eigen inzicht, eigen wijsheid en eigen verlangens. Een kwarteeuw geleden verscheen het boek "Nos Pluralistes" van Alexandr Solzjenitsyn: "Zonder universele Bodem is moraal onmogelijk; het pluralisme ontaardt in onverschilligheid zonder diepte, verdampt in zinloos relativisme, verzinkt in een poel van dwaling en leugen". Daarom stuit onze verkondiging op deze weerstand en keert ze als een boemerang terug. Daarom wordt het echte Kerstfeest uit de maatschappij verbannen.

* In het evangelie horen we een zin van hoop: "Aan allen die Hem wèl aanvaardden... gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden". Dat was de houding van Maria en van de herders, de houding van ontvankelijkheid en geloof, de enige evangelische grondhouding. Doch dit vergt soms een lange weg van rijping en genade. Ook wij moeten opnieuw geboren worden en gekerstend.