En allen die het hoorden stonden verwonderd

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Heden! Vandaag! Vannacht!, zo hebben we gehoord. "Heden is u een Verlosser geboren." De engelen verkondigen aan de herders. En zij antwoorden: Laat ons naar Betlehem gaan om te zien het woord dat geschied is. Wij zijn die herders, mensen die nog leven in de schaduw van de nacht. Wij zijn dus degenen van wie de lichtmensen met hún boodschap zijn weggegaan. Natuurlijk. Want daarom lezen we vandaag deze oude verhalen. Wij staan nu voor die beslissende keuze om, na gehoord te hebben wat ons vanwege de Heer is gezegd, nu te gaan zien. Wij zijn het die op dit beslissende moment gaan kiezen. Wil je het weten of niet?

"In die dagen was er een besluit van Keizer Augustus en allen gingen op weg." De macht heeft het bevolen. Maar ook: "Zie, dit zal u tot teken zijn, gij zult een Kindje vinden in doeken gewikkeld." Waarheen wil je gaan, herders? Wat ga je zien? Het recht van de sterkste of de kwetsbaarheid van een kind? Zeg niet te gauw: niet voor Augustus, niet voor de macht heb ik gekozen, nee, ik wil met jou op weg naar Betlehem, naar het Kind. Zeg het niet te gauw, want hoe snel gaan onze voeten zonder dat we het ons bewust zijn op de weg van de macht. Hoe vlot spreken wij hun taal, hoe gemakkelijk verzwijgen we de verkondiging over dit Kind.

Maar goed, vandaag horen we bij de mensen van goede wil, bij de herders, en gaan op weg om te zien, wat de Heer ons bekend gemaakt heeft. Dat God zich openbaart, is immers het diepste verlangen van ons hart. En van ons niet alleen. Ons verlangen sluit aan bij de herderstraditie van Israël. "De Herder is mijn Heer, mij zal niets ontbreken." Door zijn machtige arm werd Israël uit de slavernij verlost. En naast de Eeuwige treden andere herders op. In de Adventstijd hebben we gehoord over David. "U", zo zegt de Eeuwige, "heb Ik uit de wei achter de schapen vandaan gehaald, om mijn volk te weiden." En de komende Messias zal de nieuwe David heten: "Ik zal over hen een herder aanstellen, mijn dienaar David." En weer elders zegt Ezechiël: "Zie, ik zal zelf komen om mijn kudde te weiden, Ik zal het vermiste opzoeken, het verdwaalde terugbrengen, het gewonde verbinden, het zwakke sterken, het vette en gezonde blijven verzorgen."

De herder wordt het beeld van de dienende liefde. Dit Kind van vandaag zal later getuigen: "Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen." "Ik ben de goede Herder." Daarom kunnen wij de herders bij de stal, ook al zijn ze uitschot en niet geteld in Israël, niet missen. Ze verkondigen ons de geschiedenis van God met zijn volk. Is het de Eeuwige niet net zo vergaan? Hij was vaak niet geteld. Is het de profeten, die oerherders van Israël, niet zo vergaan, dat ze omkwamen door het geweld van een volk dat koos voor de macht? Is het Jezus van Nazaret niet zo vergaan, dat Hij bij de boosdoeners is gerekend? Wij kunnen de herders niet missen want zij wijzen ons opnieuw op het kleine, dat geen macht heeft. De herder is in diskrediet geraakt, want zijn harde leven liet het niet toe alle voorschriften van de Wet te vervullen. Hij stond daarom op één lijn met tollenaars en zondaars. Maar nu bij de stal laat Hij ons weten met welke zending dit Kind onder ons komt: om aan de armen de blijde boodschap te verkondigen. Niet de boodschap van een God die redt van rampzaligheden, die iets kan doen aan ouder worden, aan handicap of ziekte. Maar een God - en dat is het vreugdevolle - die in zijn machteloosheid ons nabij komt en ons zal vasthouden. Daarheen worden wij, herders, uitgenodigd omdat ook wij overtuigd zijn van onze machteloosheid. Dat is, mysterieus en onbegrijpelijk, toch de blijde boodschap van Kerstmis.