Een geschenk uit de hemel

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Dezer dagen op weg naar de kerk maakte ik een prachtige zonsopgang mee. Een geschenk voor Kerstmis, dacht ik tegen alle negativiteit, tegen alle drukte in; want ‘n feest komt niet zomaar.
Met velen hebben we eraan gewerkt om het Kerstfeest weer te doen slagen. Een geschenk van ons aan elkaar. Kerstmis komt met geschenken. Mensen zeggen tegen mensen hoezeer ze voor elkaar de moeite waard zijn. Want we vieren dat we Ooit werden verrijkt met het mooiste geschenk wat de hemel ons te bieden had: Jezus, onze verlosser. Kerstmis is zijn verjaardag. Maar meer nog is Kerstmis ons eigen leven! Wij zijn geschenk aan onze aarde in levende lijve. Bedoeld als een kleurige heldere zonsopgang.
Maar hoe vergaat het soms geschenken? De meesten van ons krijgen er veel, onze huizen puilen ervan uit. Kijk maar eens in laden en kasten. Of liever nog, op zolder in dozen of kisten. Hele kerkhoven van dode dingen. Ooit waren we er blij mee, nu niet meer, gebruikt, en afgedankt. Sommige hebben in ons leven nooit gefunctioneerd. Gekocht of gegeven om praktisch onmiddellijk te sterven in een donkere la, wachtend om voorgoed te worden opgeruimd.
Zoiets kan ook de geschenken van God overkomen. We hebben prachtige kwaliteiten en hoedanigheden meegebracht uit de wereld van licht; wij zijn buitengewoon goed toegerust. Waarom verdween die geestkracht uit het leven van veel mensen? Waarom konden we er niets mee en hadden ze geen betekenis? Misschien is het goed ons op dit moment af te vragen: aan wie ligt dat nu? Aan het geschenk? Aan de ontvanger? Als ik niet meer wil zien, dan kan ik mijn bril weggooien, een blinddoek omdoen; en om het heel gek te maken zelfs, mijn ogen laten verwijderen. Maar het was in de aanvang toch wel de bedoeling, dat ik zou zien, want daarvoor was ik toegerust.

Zo'n redenering kun je ook opzetten voor je voeten. Als je niet meer wilt lopen, kun je je schoenen wegdoen. Maar dat je lopen kon, was de bedoeling. De wereld is van God, geloven we. Als ik daarin niet wil leven, kan ik het gemakkelijk zonder Jezus en zonder Kerstfeest stellen. Maar of dat de bedoeling was, in de aanvang, is nog maar de vraag. Wat doen we met het geschenk van het leven, ons eigen leven? Het leven van onze medemensen dichtbij en veraf? Geven wij ons hart en dat van onze medemensen de ruimte? Tillen we hen aan het licht, om te bewonderen en aan te vuren, om te werken en in vlam te raken voor een betere wereld? God zou in Christus niet naar de aarde zijn gekomen, als Hij bang zou zijn zijn glorie te verliezen. Integendeel, juist zijn verbond met ons is zijn glorie. Geloven is geen kwestie van weten, hoe de hemel eruit ziet en wat zich daar allemaal afspeelt. Nee, geloven is, dat je met geschenken uit het licht komt, dat je licht meedraagt, al is het dan vaak door donkere wolken van boosheid, teleurstelling of verdriet aan ons zicht onttrokken. En dat er in je, een niet kapot te krijgen verlangen schuilt om weer naar het licht toe te gaan. Het graf als enige toekomst is niks voor mij. Dat maakte die zonsopgang wakker en die plotselinge gedachte: ik ben ‘t zelf. In de duisternis zal ik me nooit thuis voelen, dankzij mijn afkomst uit de wereld van het licht