God wil ons ter harte gaan

Beste luisteraars,

Wat u zonet gehoord hebt was het laatavondnieuws van 24 december. De eindredactie lag in de hand van de evangelist Lukas. Maar zoeven bereikte ons nog deze spoedmelding: Opgelet, dit is een waarschuwing voor de bezoekers van de middernachtmis! De familie waarvan sprake is ook nu weer op weg en zoekt een onderkomen. Daarom raden wij u dringend aan om vensters en deuren gesloten te houden. laat niemand binnen en wees uiterst voorzichtig als er aan de deur wordt geklopt.  Blijf luisteren en wacht gewoon af. Wij berichten u zo gauw het gevaar is geweken. En nu wensen we u een vrolijk en gezegend kerstfeest. Vooraleer we ons programma verder zetten volgen hier nog enkele belangrijke aanwijzingen opdat u de situatie beter zou kunnen inschatten:   

Uit goed ingelichte bron hebben we vernomen dat bij deze familie het grootste gevaar niet uitgaat van de ouders, maar veeleer van het kind. Want als dit kind één keer in het huis van uw leven is binnengedrongen kan het daar groeien en zich in uw gedachten en in de kamers van uw hart installeren. Daarbij zult ge het kind niet meer kunnen herkennen als het eenmaal in u is volgroeid.   Waarschijnlijk zal het uw hart volledig van oude rommel ontdoen, uw binnenste helemaal uitmesten en dan proberen om uw ganse levensruimte grondig te renoveren. Daarbij zal het u geweldig provoceren en u lastige vragen stellen zoals: 

Zijt ge eigenlijk wel tevreden met het leven dat ge voert? Was dat nu alles wat ge had gehoopt, of hebt ge uw dromen te vroeg opgegeven? Ontwikkelt ge uw talenten en begaafdheden voldoende, of laat ge ze gewoon verkommeren? Hebt ge uw levensdoel al ontdekt, en hebt ge al gevonden wat u houvast en kracht geeft als de anderen u in de steek laten; wanneer bezit, invloed, prestatie en kennis u plots geen zekerheid meer verschaffen?  Koestert ge in u nog een verlangen naar een betere en gerechtiger wereld – of hebt ge dat opgegeven en leeft ge volgens het motto: „daar is toch niets meer aan te doen“? 

Denkt ge niet dat ik je zou kunnen helpen om die wereld een klein beetje ten goede te veranderen?  En wat doet ge met de liefde die ik jou geef? Voelt ge die, en probeert ge ze ook aan anderen verder te geven?  Zoudt ge me niet willen helpen om in het leven van de volkeren, van onze kerk, onze parochies en van zo veel individuele mensen, een nieuwe menselijkheid te brengen?  Om een nieuw klimaat van openheid en hartelijkheid te doen ontstaan waarin ge niet alleen kunt overleven, maar echt kunt leven, waarin ge kunt ademen en herademen?   

Al die vragen zal het kind u stellen en het zal u, als ge het in u laat groeien, wakker schudden en in beweging brengen. Het zal u weglokken van zo veel ingeroeste gewoonten en u zeggen: 

Vertrouw me, en laat me u naar de vrijheid voeren. Waag het om als een bevrijde en verloste mens te leven. Laat de anderen aan uw opgeruimdheid en uw gelatenheid herkennen dat ge u innerlijk bevrijd hebt van datgene wat „men“ doet, wat „men“ zou moeten doen en wat „men“ moet. Bevrijdt u van menselijk opzicht en ga uw eigen weg:  rustig, moedig en rechtlijnig.  

Luister naar mijn woorden en laat me u een blije en verblijdende boodschap meegeven op uw weg.   Als ge echt gelooft dat God zonder enig voorbehoud “ja” zegt tegen uw leven, dat Gij voor Hem waardevol en belangrijk zijt; wat de anderen ook over jou zeggen of denken of hoe ze je ook beoordelen; dan kan ik jou een diepe vreugde schenken. En die vreugde kunt ge naar de anderen uitdragen, want ze is aanstekelijk! Kijk naar mijn leven, naar mijn solidariteit met de armen en de zwakken, en wees zo goed om er een voorbeeld aan te nemen.  Verlies de vele lijdende en belaste mensen niet uit het oog. Vraag u altijd weer af: Wie zou er mij en mijn aandacht vandaag hier kunnen gebruiken? Ontmoet uw medemensen met een voorschot aan vertrouwen en probeer steeds weer eerst het goede in hen te ontdekken – ook als dat soms zwaar valt.  

Wij hopen, beste luisteraars, dat we u met deze achtergrondinformatie over de ernst van de situatie hebben kunnen inlichten en herhalen nogmaals: wij zullen het melden als het gevaar voorbij is.  

Als u met Kerstmis of door de kerstboodschap geen verrassingen wil meemaken, dan is de boodschap nu: alle poriën afdichten – anders zou het kind Jezus u met zijn lastige vragen kunnen storen. Hartkleppen afsluiten – anders zou Hij u met zijn opwekkende woorden ter harte kunnen gaan. 

Maar als ge het risico wilt aangaan om Hem een onderkomen te geven, dan kunt ge voor een enorme verrassing komen te staan: een klein stukje Hemel, een spoor van het Rijk Gods in het leven van alle dag. Ge zoudt het wonder van een spannend en vervuld leven kunnen beleven; een leven dat zich niet neerlegt bij datgene wat is, maar hoopt en mee bouwt aan een nieuwe gelukkige wereld.  Ge zoudt het wonder van innerlijke vrijheid, van vreugde en solidariteit aan jezelf kunnen waarnemen. Nemen we Hem op? Laten we Hem toe in ons leven? 

God wordt mens, hij begeeft zich midden tussen ons mensen, en toont daarmee aan: Ik heb te doen met het leven, met de wereld en met jou! Ik heb te doen met jouw leed en met jouw vreugde, ik heb te doen met jouw treurnis, jouw klagen en jouw hoop.  God vindt zichzelf niet te goed om aan ons leven van alle dag deel te hebben. Hij riskeert het – en riskeert daarbij ook zichzelf. Hij is er niet bang voor dat ik hem buitensluit, geen aandacht voor Hem heb of me gewoon voor Hem afsluit. Hij wil me steeds opnieuw aanspreken – niet opdringerig of overdonderend, maar gewoon als een kind. Zal ik me voor Hem openstellen? Zal ik Hem bij me opnemen en naar Hem luisteren?   

Als onze blik alleen maar bij het kind in de kribbe blijft hangen, denk ik niet dat we dit feest werkelijk kunnen begrijpen. Het gaat hier niet alleen om het schattige kind – het gaat om God zelf die zich vernedert. Hij komt op gelijke hoogte met ons mensen en Hij zoekt contact met ons door Jezus Christus. Kribbe, kerstboom, kerstballen en glittersterren zullen we binnen enkele dagen terug moeten inpakken. Maar dat God zelf ons zoekt en ons aanspreekt, dat blijft.   Zijn “Ja” tegen ons is niet het „woord van het jaar”, dat geleerde taalexperten net weer hebben gedefinieerd, het „Ja“ van God is veel meer dan dat: het is het woord des levens. En sinds God dit “Ja” heeft uitgesproken ligt ons mens-zijn, dat van u en dat van mij, God zeer nauw aan het hart.   Het is een zaak waar Hij zich zelf persoonlijk mee bevat. Een dergelijk engagement laat zich niet meer loochenen, laat zich niet meer weerleggen, gaat nooit meer verloren, zelfs als dat op het eerste gezicht toch het geval zou zijn.   En sindsdien geldt ook: Waar iemand zijn naaste menselijk ontmoet, ontmoeten beiden de menselijke God. De kerstnacht ligt 2000 jaar in het verleden; maar de spoedmelding van deze nacht toont aan: Kerstmis gebeurt op elk ogenblik waarop mensen voor elkaar menselijk zijn.  Amen.