De hemel op aarde (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

IN DE ZEVENDE HEMEL

‘Wat was tot nu toe het mooiste moment in uw leven?' De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda had 12 levensverhalen nodig voor zijn film ‘Afterlife' uit 1998. Tientallen studenten van filmaccademies werden de straat op gestuurd om mensen te interviewen. Wanneer was u in de zevende hemel? De eerste reis in een vliegtuig? Een diploma-uitreiking? Een sportprestatie? Of een schoen vol marsepein?
In de film komen overledenen na hun dood eerst in een voorportaal terecht van de hemel. Daar krijgen ze een opdracht. Ze moeten erachter komen wat het mooiste moment van hun leven was. De opgave blijkt nog niet zo makkelijk te zijn! Steeds komt er een andere gebeurtenis boven drijven, kleiner dan de vorige, maar puurder. De grote momenten van een marathon lopen, zelfs van het huwelijk, de eerste stappen na een revalidatie en de geboorte van een dochter waren zeker gouden ogenblikken..., maar waren ze ook de allerliefste? In de hemel zullen de doden alles vergeten zijn; alleen in dat ene zalige moment zullen ze voorgoed betaan. (Tjeu van den Berk)..
Wanneer heb je iets van de eeuwigheid ervaren? Wanneer drong iets van het Licht door in jouw duisternis? Wanneer drong je onverwacht door tot de spirituele bron van het zijn? Wanneer wist je dat je niet alleen iets van de apen, maar ook van engelen had? Een jong gestorven tiener vertelde over het moment dat hij eens als kind zijn hoofd begroef in de schoot van zijn moeder. Een jongen knoopte geknield zijn veter toen hij het belletje hoorde dat een meisje altijd in haar tas had; vlak achter hem hield het gerinkel op. Een tram met een lachende conducteur reed aan het begin van een zonnige vakantiedag door Tokio. De geur van kersenbloesem, het toegeworpen bruidsboeket van een dochter; de eerste dansles van een vier-jarige, de wolken die een piloot in de oneindige stilte voorbij vliegt, drie blazers in de sneeuw, spelend onder een lantaarnpaal ‘Hoe leidt dit kindeke'... het gaat niet om de succesmomenten, de egotrips, maar om een onverwachte ontmoeting van de ziel met het Al, helder en tot in alle details. Het licht scheen in de duisternis. Onze oorsprong is goddelijk.

HET DUISTER

De kerk heeft veel krediet verspeeld de voorbije jaren. Mensen laten zich niet meer de wetten voorschrijven. Ze laten zich geen schuldgevoel aanpraten. Ze nemen het de kerk kwalijk dat ze, zo zondig als ze was, zich heilig liet noemen. De kerk had de afgelopen eeuwen al veel wetenschappelijke geloofwaardigheid verloren; nu is ze ook haar moreel gezag kwijt. De maatschappij verliest daarmee een belangrijk bindmiddel.
Natuurlijk hebben mensen nog een geweten dat spreekt over goed en kwaad. Natuurlijk hebben ze een gevoel voor het geheim en het mysterie achter dit leven. Natuurlijk kunnen ze nog dankbaar zijn en verantwoordelijk, maar een plek waar ze dat samen vieren en een stem die dat voor hen onder woorden brengt, die is er nauwelijks meer.
En dan wordt het toch weer kerstmis. Dan wordt de gevoelige snaar geraakt van de geboorte. We worden teruggeroepen naar de teerste momenten, naar het prille begin, toen onze ouders met veel liefde een stukje hemel op aarde creëerden om ons te beschermen tegen koning Herodes, tegen de nachtelijke kou en de Romeinse soldaten. Toen werd God mens. Toen ontwaakte licht in het donker, toen werden wij geboren en overal zongen engelen. In een kil, duister en toevallig heelal ontstond een licht, een mens die verwonderd en liefdevol om zich heen zag en wist dat hij bestond.

HET LICHT

De Heilige laat zich in met deze wereld, en Hij doet het in uw leven! Op Jezus verjaardag realiseren we ons de heiligheid van dit bestaan. Vang dat moment! Wees er blij om! Laat vannacht de Eeuwige toe in uw hart en ontvang zijn vrede.

EEN ENGEL

Lieve kinderen. Else zat te tekenen met het puntje van de tong tussen haar tanden. Ze zat heel dicht bij het papier, alsof ze er in wilde kruipen. Else tekende een engel. Else tekende graag engelen. Niet omdat het kerstmis was, hoor. Else tekende altijd engelen, op het randje van de krant, in haar agenda en op haar hand. Ze hield van lange jurken, mooie lippen en krullen. En zeker van vleugels. Ze hield ook van paarden, dus bij Else zaten engelen vaak te paard. ‘Bestaan engelen echt?' vroeg ze zonder op te kijken. Eigenlijk kon het haar niet echt iets schelen. Als ze niet bestonden zou ze toch van ze houden! ‘Moeilijke vraag', zei ik. ‘Ze bestaan niet zoals dat potlood dat je vasthoudt. Dus, nee, zo bestaan ze niet!' Ik wachtte even. ‘Maar ze zíjn er wel. Boven ons is een geheim dat groter is dan wijzelf. Dus als je weet dat je zelf niet het hoogste bent dat er bestaat, ja dan zijn er engelen.' Else had aandachtig geluisterd: ‘Dus het zijn een soort spoken? Die bestaan ook niet!' ‘Spoken bestaan niet en ze zíjn er ook niet! Engelen zijn wèl!' ‘Hoe weet je dat?' ‘Nou ga ik iets moeilijks zeggen. Ik weet dat, omdat jij zo lief bent! Begrijp je dat?' Else keek op van haar tekening en antwoordde schouderophalend: ‘Natuurlijk begrijp ik dat!' Even later: ‘Deze engel is voor jou!' Ze hield haar potlood stevig vast. De rode punt brak af. Met de slijper in de hand vlóóg Else naar de papiermand! Werkelijk, ze vloog!