Dit kind - oecumenische viering (2002)

Normen en waarden..... Volgt u het debat, het maatschappelijk debat of de brede maatschappelijke discussie? Het lijkt begonnen te zijn. Toen ik gisteren naar ‘s Gravenzande reed, hoorde ik op de radio het begin van een uitzending van de ochtenden, onder leiding van Clairy Polak, over normen en waarden, waarbij meerdere personen te gast waren. Een classicus, Anton van Hooff, was aan het woord, die verklaarde dat onze cultuur eigenlijk een Christelijk sausje is over de antieke Grieks-Romeinse cultuur. In de korte tijd dat ik hem hoorde kwam het me erg kort door de bocht over, of op zijn minst wekte het de indruk dat hij het liefst zijn eigen normen en waarden samenstelt uit de bonte verzameling die hij de Grieks-Romeinse cultuur noemt. Daarbij mag je nog de vraag stellen of er wel ooit een cultuur heeft bestaan die je de Grieks-Romeinse cultuur mag noemen.

Normen en waarden. Een discussie. Het is een tragiek die mogelijk een voordeel meebrengt. De tragiek is dat er een discussie nodig is over waarden en normen. Altijd als iets niet meer vanzelfsprekend is en men om een discussie vraagt, wordt daarmee duidelijk dat er iets verloren is gegaan of op zijn minst niet meer vanzelfsprekend is. Als er gediscussieerd wordt over normen en waarden, dan betekent het automatisch dat we het niet meer met elkaar eens zijn over de fundamenten van onze samenleving. Dat we moeten discussiëren over dat wat vanzelfsprekend zou moeten zijn.

Normen en waarden. Wat is een waarde? Is eerbied voor het leven een waarde waar je het met elkaar over eens bent? Maar wat moet dan de norm zijn? Ieder heeft recht op leven? Dus geen doodstraf? Maar dan breekt meteen de vraag rondom abortus los. En ook de andere kant, het einde. Is het leven van mij en mag ik er dan over beschikken? De vraag naar het levenseinde. En heb ik dan recht op medische bijstand, zowel bij het begin als bij het einde? Het is slechts het begin van een eideloze reeks vragen.

Er zijn veel waarden in het leven. Vrijheid om te zeggen wat je denkt, vrijheid van meningsuiting is zo'n waarde. Het is iets waard, dat je jouw mening mag geven. Dus komt er een wet en wordt vrijheid van meningsuiting een recht en een norm. En vervolgens ondervind je meer en meer de keerzijde, wanneer mensen anderen beledigen en bruskeren, in colums, artikelen, in liederen en interviews, onder het mom van vrije meningsuiting waardoor het recht van de sterkste bij wet wordt verdedigd, omdat zij degenen die de weg van fatsoen en respect willen bewandelen per definitie op achterstand zetten. Zij die de grofste woorden weten te gebruiken, gedrag dat nog net binnen de tolerantie van de wet op vrije meningsuiting wordt geaccepteerd, hebben de meeste macht.

Waarden vragen bescherming, daarom zijn er normen nodig waaraan we ons houden. Zo is in het Jodendom de Tora ontstaan, een boek uit de praktijk van het leven, ontstaan in de dialoog tussen God en zijn volk, een dialoog die gaat via het vallen en opstaan, via de ervaring van Gods reddende hand, via het denken en spreken van Gods woordvoerders, en gecondenseerd in het biddend beleven van waarheidzoekers.

Vergelijkende godsdienstwetenschappers, cultuurkenners, historici en filosofen kunnen ons alles vertellen over de grote wijsheidstradities in onze wereld, van de oudheid tot nu. Wat zijn de zwakke en de sterke kanten van de verschillende culturen. Waardoor zijn ze groot geworden, waaraan zijn ze ten onder gegaan? Wat kunnen we ervan leren? En dat is al dikwijls gedaan. Allerlei filosofen zochten naar de steen der wijzen, om de gewone menselijke daden in een keer om te kunnen toveren in het goud van de ware wijsheid. Maar zelfs daaraan lijkt de moderne mens geen behoefte meer te hebben, of zelfs te hebben gehad in de afgelopen decennia, door de hoogmoed van het superioriteitsgevoel van onze technisch doorgeschoten, Westerse, commerciële samenleving.

Terug uit ‘s-Gravenzande, zo rond kwart voor elf, luisterde ik nog even naar het vervolg. Daarbij kwam Paul Schnabel aan het woord, directeur van het Sociaal Cultureel Planburo. Het interessante was meteen dat hij de indruk wekte niet zozeer vanuit groepsideologie en groepsbelang te spreken, maar vanuit onderzoek, vanuit een min of meer concreet gemeten en beschreven werkelijkheid. Al te vaak proef ik bij deze en gene omroep of uitgenodigde sprekers de kleuren van de vooringenomen stellingen.

Één opmerking van hem sprong er voor mij uit. Discussiërend over het gedrag van mensen, reagereerde hij op de uitspraak: ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf' en zei: "het is het antwoord op de vraag: ‘Hoe word ik een goed mens?' Nu, doe er eens een tijd eentje na. ‘Hoe word ik een aardig iemand?' Doe er eens een tijd eentje na". En hij voegde eraan toe dat we het gedrag zijn gaan onderwaarderen t.o.v. het gevoel.

Ik moest toen aan twee dingen denken. Eerst aan de moe makende reactie van mensen die zeggen, ja maar dat voel ik zo. Terwijl ze daarmee meestal bedoelen, dat vind ik zo, en dat betekent weer over het algemeen dat ze het recht willen hebben, buiten alle redelijkheid om een andere mening erop na te houden, of dat nu een houdbare mening is of niet.

Maar het andere punt vind ik interessanter. Ik vroeg me af of er geen gelovige wortels vanuit het Christendom aan deze uitspraak ten grondslag liggen. ‘Hoe word ik een goed mens?' Doe er eens een tijd eentje na. ‘Hoe word ik een aardig iemand?' Doe er eens een tijd eentje na". Hoeveel keer zegt Jezus in het Evangelie: ‘Kom, volg mij'? We hebben een oud boekje dat niet alleen bij Katholieken wordt gewaardeerd, dat heet: ‘De navolging van Christus.'

Waarom is de normen-en-waarden-discussie bij voorbaat een rijstenbreiberg waar op de lange duur geen doorkomen aan is? Omdat ‘zoveel hoofden, zoveel zinnen'. Maar net zoals die oude oneliner van de Bond zonder Naam: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf', de status van een eigen Nederlands gezegde heeft gekregen, zo mag van mij deze uitspraak van Paul Schnabel een nieuw Nederlands gezegde worden. ‘Hoe word ik een goed mens?' Doe er eens een tijd eentje na. ‘Hoe word ik een aardig iemand?' Doe er eens een tijd eentje na". Als iemand aan Jezus vraagt hoe hij het eeuwig leven kan verwerven en daarbij de geboden noemt, zegt Jezus: ‘Doe dat en gij zult leven (Luc. 10, 28).' Nog beeldender toont Hij dat in hoofdstuk 25 van Matteus. "Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven ...."

Raakt dit niet de kern van ons geloof? Normen en waarden zijn zoals het woord dat in de Schrift aan ons is aangereikt. Gods waarden worden ons aangereikt, ja, de diepste waarden van ons menszijn. Normen worden er aangereikt, om die waarden veilig te stellen. In de grote toespraak van Stefanus komt dit juist aan de orde: ‘Gij hebt de wet ontvangen door bemiddeling van engelen, maar ge hebt ze niet onderhóuden.' Profeten foeteren op Israël, niet omdat ze Gods Woord niet kénnen, maar omdat ze het niet dóen. De normen en waarden zijn volop bekend, maar het probleem zit hem in het dóen.

Is heel het probleem van de mensheid niet dat dit Woord maar geen vlees wilde worden in mensen. Het woord bleef heilige Schrift, het bleef Gods Woord, het werd geen mensenvlees, het werd geen daad, het bleef in de hoge hemel van God, het bleef tempelzang en synagogeverkondiging, erdedienst en wierookoffer. De mooiste waarden kunnen we beschrijven, de knapste normen formuleren. Maar het gaat om het gedrag. Als we niet doen wat we moeten doen, of juist dat doen wat we niet moeten doen, dan blijft het woord in ons hoofd, tussen de oren, eigenlijk is het dan slechts een intellectuele copie van het geschreven en gelezen woord, een geluidsband die we in ons innerlijk afdraaien, een woord dat we met ons verstand herhalen. Maar het wordt pas vlees wanneer we het omzetten in de daad.

‘Hoe word ik een goed mens?' Doe er eens een tijd eentje na. ‘Hoe word ik een aardig iemand?' Doe er eens een tijd eentje na". Met Kerstmis vieren we dat Gods norm, en tegelijk zijn hoogste waarde werkelijk vlees en bloed is geworden. Het boek is zichtbaar geworden. Heel het debat, de brede maatschappelijke discussie stagneert, wanneer ze niet accepteert dat we voorbeelden nodig hebben en navolging. Hoe Jezus omging met kinderen, met zieken en verschoppelingen. Hoe Hij een relatie bewaarde met God en de naaste. Hoe hij de hoogste norm stelde als enige mogelijkheid voor de doorbraak van Gods Koninkrijk.

Joden blijven tekenen eisen. Grieken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor Grieken een dwaasheid, maar voor hen die aan Gods roep tot navolging gehoor geven, die het woord in daad omzetten, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid. De dwaasheid van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen. En Jezus nam een kind en zette dat in hun midden en zei: ‘van zulke kinderen is het Koninkrijk der Hemelen'. En tot Tomas zei Hij: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.'

Misschien is het voordeel van de normen-en-waarden discussie wel dat we zelf weer duidelijker gaan zien wat een enorme schat ons gegeven is in Christus. En tegelijk mogen we ons bewust zijn dat adel verplicht. Deze enorme voorsprong op de anderen is pas geloofwaardig en navolgingswaardig, wanneer wij inderdaad zelf tot navolging komen, zodat er mensen zijn die zeggen: ‘Hé, ik zie daar christenen, mensen die Christus navolgen. Ik vind het geweldige mensen, ongelooflijk aardige mensen, die wil ik graag nadoen, dan word ik zelf misschien ook zo.' Amen.