Hemelse glans (Mt 17,1-9)

 

Ieder jaar vieren we op 6 augustus het feest van de Gedaanteverandering van Jezus. Wanneer die dag op een zondag valt, heeft dit feest de voorrang op de liturgie van de zondag. Het is een Christusfeest, een feest van het mysterie van het licht. Wij mogen op die dag door zijn licht het licht aanschouwen (psalm 36).

Het is onder invloed van de kerk van het Oosten dat dit feest geleidelijk zijn plaats in de liturgische kalender van het Westen heeft gekregen. Keizerin Helena had gezorgd voor een bidplaats op de berg Thabor. Van in de vijfde eeuw kent het Oosten een feest van de Gedaanteverandering van Jezus. In het Westen nam tijdens de Middeleeuwen de aandacht toe voor de afzonderlijke etappen van de levensmysteries van Jezus. Zo kwam de Gedaanteverandering meer in de kijker. Paus Callixtus III schreef in 1457 de instelling van dit feest voor als dank na een overwinning bij Belgrado op de Turken.

Wij hoorden al eerder dit jaar op de tweede zondag van de veertigdagentijd dit verhaal van Jezus op de berg Thabor. Het staat daar elk jaar in een versie van een van de synoptici als een belangrijke etappe op de weg naar Jeruzalem, waar Jezus gekruisigd wordt en op Pasen verrijst.

Bevoorrechte getuigen

Drie leerlingen mogen mee op de berg. Het is een bevoorrecht moment, waar ze zien en horen hoe nauw Jezus verbonden is met zijn Vader. Ze zien in de transfiguratie een venster opengaan op de relatie tussen Jezus en de Vader, die nadien met het woord wordt beaamd. Zijn gelaat is er als een stralende zon. Zij horen de stem uit de hemel, die verklaart: “Deze is mijn geliefde Zoon.” De godheid van Jezus wordt bevestigd. Deze stem vraagt hen naar Jezus te luisteren.

Jezus is in het gezelschap van Mozes en Elia, topfiguren uit het Oude Testament. Beide hebben op de Sinaï de nabijheid van God ervaren. Mozes mocht even de glans van Gods gelaat zien en zou er voortaan blijvend door getekend zijn. Op de Thabor bij de Gedaanteverandering mogen ze alweer God zien, nu aanwezig in Jezus.

Goddelijke doorstraling

God woont in het ontoegankelijke licht. Hij is de heilige, de gans andere. De gelovige prijst hem om zijn heiligheid en heerlijkheid. Met schroom en huiver benadert hij dit mysterie. Het licht even op in het visioen van Daniël over de troon van de Allerhoogste en bij de roeping van Jesaja in de tempel. In de liturgie bezingen wij iedere dag de heiligheid en de heerlijkheid van God. De ziener van Patmos hoort dit lied over Gods heerlijkheid zingen in de Apocalyps.

De drie uitverkoren apostelen zien en horen hoe Gods heerlijkheid zich uitdrukt in Jezus. Jezus mag de icoon van God genoemd worden. De Gedaanteverandering verdiept het geloof bij de drie getuigen in de verbondenheid van Jezus met zijn Vader. Het is de Vader die de Zoon helemaal doordringt en zich met hem verbindt. De drie leerlingen hebben oog voor Gods heerlijkheid, al zijn ze niet in staat deze uit te beelden. In de Bijbel is de wolk een teken van Gods heerlijkheid. We kunnen deze niet vatten. Ze onttrekt zich aan onze ogen.

Huiver

Huiver en vrees overvallen hen. Maar Jezus zegt hen: “ Sta op en wees niet bang.” Hij zal met zijn leerlingen mee afdalen.

Dit jaar herdenkt Zwitserland het zesde eeuwfeest van Broeder Klaus von Flüe (1417-1487), kluizenaar en mystieker. Deze heilige man heeft veel visioenen gehad en dit heeft hem tot in zijn uiterlijke bepaald. Zijn uitzicht had iets wilds en ongecultiveerd. Hij had eens een reusachtige lichtgloed gezien, die een menselijk gelaat omgaf. Bij het zien daarvan was zijn hart in stukken gesprongen. Hij was ter aarde neergevallen. Walter Nigg, een man die als protestant aandacht had voor heiligen, noteert dat iemand die een lichtglans heeft gezien met een veranderd gelaat door de wereld gaat. “Wer, von einem visionären Lichtglanz geblendet, völlig betaübt zu Boden stürzt, kann nacher nicht mehr mit charmanten Lächeln in die Welt blicken. Das Anlitz muss verändert sein” (W. Nigg, Der verborgene Glanz, p. 96).

Het gelaat van de ziener moet daarom niet schrikwekkend worden. Het kan ook op zijn beurt schoonheid uitstralen. Dit wordt verteld van de zieners en ziensters op verschijningsplekken. Schoonheid, goedheid, waarheid zijn stralen van God en zijn wegen naar hem toe.

Terug naar het dal

Vrees niet, maar sta op. Ze blijven niet op de berg. Jezus vraagt niet dat wij onze tenten op de berg plaatsen, maar vraagt dat hij bij ons mag wonen in het dal, dat wij met hem meegaan op de weg naar Jeruzalem, waar zijn gelaat nog eens zal veranderen. Zij die Jezus hebben zien stralen op de Thabor, krijgen op weg naar Calvarie en op Golgota een ander gelaat van Jezus te zien,

Naast de icoon van de Transfiguratie zien ze het heilig aanschijn op het doek van Veronica. Op Golgota hangt duisternis in plaats van de volle zon. Jezus is er niet tussen Mozes en Elia, maar hangt tussen twee boosdoeners. In de plaats van de man met het schitterend gelaat is hij de man van smarten, zonder een sneeuwwit kleed, beroofd van al zijn kleren. In plaats van de stem over Gods geliefde Zoon slaakt hij een kreet van godsverlatenheid. De apostelen zijn er niet, maar een honderdman, onder de indruk van de gekruisigde Jezus, belijdt: “Waarlijk, Hij was een Zoon van God.”

Pas later belijden de leerlingen zoals in de tweede Petrusbrief dat zij de heerlijkheid van God hebben gezien. Zo schrijft de auteur van de tweede Petrusbrief: “Christus heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen.”

Johannes verklaart in de proloog op het vierde evangelie: “Het Woord is vlees geworden. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd” (Joh. 1,14) De apostel Paulus verkondigt in een hymne: “Christus is het beeld van de onzichtbare God” (Kol. 1,15).

Het gelaat van een mens

Alles wat met God verband houdt, weerspiegelt iets van zijn schoonheid en grootheid. Wij loven hem voor zijn schepping, vooral voor de mens, geschapen naar zijn evenbeeld. Op het gelaat van elke mens ligt een glans van God.

Deze week vierden we het feest van de pastoor van Ars, herder van een kleine Franse parochie. Een man was naar Ars getrokken om wat meer over die priester en biechtvader te vernemen. Op de vraag bij zijn thuiskomt over wat hij gezien had, gaf hij dit antwoord: “J’ai vu Dieu dans un homme.”

6 augustus is echter ook de herinnering aan 6 augustus 1945, aan de atoomboom op Hiroshima en het vernielend effect van het vuur. Gans een havenstad werd verwoest en 78.000 mensen kwamen in een fractie van een seconde om. Door de na-effecten als gevolg van de ioniserende straling liep het dodental uiteindelijk op tot ongeveer 140.000 eind 1945. De mens: het wezen dat middelen uitgevonden heeft en gebruikt om zichzelf te vernietigen. Destructie in plaats van een transfiguratie naar het goede en het schone.

Op 9 augustus viert de kerk het feest van de heilige Edith Stein, Zuster Teresia Benedicta a Cruce. Op 2 augustus 1942 werd zij gevangen genomen in de Karmel van Echt (Nl), op 7 augustus op een transport gezet naar Auschwitz en op 9 augustus gedood in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau. Zij werd heilig verklaard op 11 oktober 1998. Ze is een van de patronen van Europa. Door haar wijsgerige en religieuze werken, door haar inzet en gebed, door haar lijden samen met zovele van haar stamgenoten heeft ze bijgedragen tot een transformatie van een wereld van haat tot een wereld van begrip, verzoening en liefde. In de Sint-Andriesabdij van Zevenkerken/Brugge loopt van woensdag 9 tot zondag 20 augustus een tentoonstelling over Edith Stein. Op vrijdag 11 augustus is daar een symposium over Edith Stein (+ 1942) en Lotte Stein (+ 1977).

De ontmoeting met Jezus bewerkt bij mannen en vrouwen een diepgaande verandering. De Apostel, een Franse film van Cheyenne-Marie Carron, steunt op het waargebeurde verhaal van Akim, een jonge moslim, die christen wordt en getuigt van geloof en vergeving.

Het onzichtbare zichtbaar maken

De vroomheid en de spiritualiteit van de orthodoxe kerken zijn heel sterk doordrongen van de overtuiging dat het goddelijke zichtbaar wordt in onze wereld zodat deze zelf meer een goddelijke glans krijgt. De gedaanteverandering is Gods licht dat doorbreekt en doorheen Jezus straalt.

De liturgie en de iconografie proberen dit aanwezig te brengen. In de transfiguratie van Jezus wordt het onzichtbare zichtbaar. De iconenschilders hebben de bedoeling om de toeschouwer naar dit onzichtbare te brengen. Iconen zijn afbeeldingen van goddelijke en heilige personen uit de Andere Wereld.

God de Vader en de Heilige Geest zijn nooit door mensenogen gezien en kunnen nooit afgebeeld worden. Maar God de Zoon is mens geworden, en hij is dus af te beelden als een mens.

De symboliek van de Transfiguratie geeft de essentie van elke icoon weer. Voor de iconenschilder geldt het schilderen van de Transfiguratie als de proeve van bekwaamheid bij uitstek. In de plaats van een homilie te beluisteren kijkt de orthodoxe gelovige naar een icoon.

Wij kunnen in het Westen kijken naar een schilderij van Rafaël (1483-1520). Ook hij beeldt op een prachtige wijze het tafereel uit van de Gedaanteverandering. Hij verbindt het met wat in het evangelie van Mattheus op de Transfiguratie volgde: een ontmoeting met een jongen met vallende ziekte en met de leerlingen die zich onmachtig voelen.

Ook in het troosteloze wil Jezus aanwezig zijn en geluk brengen. Wie het licht heeft gezien, bidt dat het niet zou onder gaan en dat wij het kunnen doorgeven aan anderen. Wij zijn alle iconenschilders om het Onzichtbare zichtbaar maken en leven te wekken en uitzicht te geven.