Sint-Bartholomeus (2001)

Om met het laatste te beginnen. ‘Amen, Amen, Ik zeg je: je zult de hemel open zien en de engelen van God zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon.’ Kunt u het zich voorstellen. De Mensenzoon (Jezus), engelen die omhoog stijgen en neerdalen. De hemel open, toegankelijk, je kunt er zo binnengaan. Zoiets als een visioen waarbij Jezus in de deuropening van de hemel staat en zijn engelen opdrachten geeft, die in zijn dienst werken.

De hemel open. Dit jaar waren we in Frankrijk, en helaas, ook daar waren de kerken inmiddels gesloten. In een paar dorpjes niet, maar daar was de kerk bijzonder leeg, zelfs geen tabernakel waar het sacrament werd bewaard, en zo sober dat je de kerk inderdaad rustig open kon laten. Het contrast valt op. Jezus spreekt over de hemel die open gaat. En wij moeten de kerken sluiten, soms alleen de deuren, maar in veel steden en dorpen zelfs ook de kerk helemaal, helemaal gesloten, afgebroken.

Vandaag 75 jaar dit gebouw, 75 jaar jong, 75 jaar huiskamer van God in Poeldijk. Een boeiende geschiedenis, van de inwijding 75 jaar geleden, tot nu toe, met zoveel lief en leed wat we hier gedeeld hebben. We mogen het ook de huiskamer van het leven noemen. We vieren hier doop en uitvaart, huwelijkssluiting en huwelijksjubileum, communie en vormsel, huiskamer van God, huiskamer van het leven. Daarom ons thema: voel je thuis.

We hebben er in dit 75 jarig leven van dit gebouw, veel aan gedaan om er voor te zorgen dat u zich hier thuis kunt voelen. Bij de eerste pogingen om het gebouw bij de tijd te houden, in 1968, werd het altaar verplaatst, de banken anders gerangschikt, zodat we meer samen om het altaar kwamen te zitten, maar helaas, de aankleding van de huiskamer verdween grotendeels, waardoor een stuk religieuze gezelligheid wegviel. En dat was juist voor veel gelovigen van groot belang, dat wat ik religieuze gezelligheid noem. Een gezellige huiskamer van God dus. Rond 1990 is daar weer meer van teruggekomen en wel zo, dat we op het ogenblik weinig te klagen hebben, het enige dat nog op het verlanglijstje staat is een verdere aanpak van onze geluidsinstallatie, maar dat wordt eerst weer sparen en verder onderzoeken, want zelfs de specialisten komen er niet goed uit.

Voel je thuis. Dat merken we ook aan de vrijwilligers, natuurlijk is het soms moeilijk om weer mensen te vinden, de ene keer voor de crèche, de andere keer voor het jongerenwerk, een volgende keer voor het bestuur, of voor de jongerentekstgroep enzovoort. Toch slagen we er met geduld en vasthoudendheid steeds weer in om alle posten bezet te krijgen. Voel je thuis is dus niet alleen van belang voor de kerk zelf, maar ook voor onze pastorie die meer en meer parochiehuis wordt. Een plek waar vrijwilligers zich thuis voelen, waar ze hun bijdrage kunnen leveren aan onze gemeenschap.

Voel je thuis. Een gebouw, de inrichting en aankleding, de juiste faciliteiten, maar dat is niet genoeg. Wanneer de laatste van een echtpaar overlijdt, en dat gebeurt gemiddeld zo’n 25 keer per jaar, dan valt vaak het ouderlijk huis ook weg, soms was dat al gaandweg verschoven van thuis, naar de aanleunwoning en soms door naar de verzorging of verpleging. Maar toch. Wat is het ouderlijk huis zonder je ouders. De stenen, de muren, de kasten, de schilderijen of foto’s, de zolder of de tuin, de hoekjes, je eigen kamer, ze brengen hun herrinneringen mee, soms zoet, soms weemoedig, soms ook scherp. Maar zonder vader of moeder of hen beiden, is er toch een wezenlijke leegte. Hun aanwezigheid maakt het huis anders. Iets van hun aanwezigheid blijft hangen in de ruimte, in de inrichting, maar vooral in de herinnering.

En hier is het niet anders. Het tabernakel hier vooraan, waarin we de Eucharistie bewaren is teken van Gods blijvende Aanwezigheid. Op het tabernakel staan de Emmausgangers afgebeeld, op het moment dat Jezus het Brood met hen breekt. Even daarvoor hadden ze tegen Hem gezegd, blijf bij ons, want het wordt al avond. Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. Jezus’ Avondmaal, onze Eucharistie is het teken dat Hij bij ons blijft. En zijn Aanwezigheid maakt deze ruimte anders. Op zondagmiddag kun je dat heel goed merken. Dat halen we de grote hostie uit het tabernakel en plaatsen hem op het altaar. Het teken van zijn Aanwezigheid, thuis bij je Vader, met het teken van de Zoon die bij ons wil blijven.

Thuis. Maar er is nog een dimensie. Wij mogen werkelijk thuis zijn in Gods huis. We mogen er over beschikken als zijn huis voor ons. Niet als ons eigendom, maar wel als je ouderlijk huis. We mogen in ons parochiehuis thuis zijn. Hier in de kerk bewaren we het teken van zijn blijvende Aanwezigheid, zijn blijvende aandacht en zorg voor ons, zijn verbond met ons dat nooit meer eindigt. Dat is wat we in de eerste lezing tegenkomen, een plaats waar God naar ons luistert, waar Hij vergiffenis schenkt voor onze kleine en grote fouten of zonden. Maar er is ook een andere kant, van Hem naar ons. Dat is de tweede lezing. God wil thuis zijn bij ons. Paulus zegt: ‘Wij zijn Gods medewerkers, jullie zijn Gods akker, Gods bouwwerk. Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt. Dit gebouw verwijst eigenlijk naar onszelf. Je kunt niet bij God thuis komen, als Hij niet tegelijk bij jou thuis mag komen. Het is het verhaal van Marta en Maria. Waarom gaf Jezus ondanks al de goede zorgen van Marta toch voorrang aan Maria, omdat Jezus bij Maria die persoonlijke aandacht, een luisterend oor, geloof en ontvankelijkheid tegenkwam, die bij Marta helemaal onderging in alle drukke bezigheden.

God wil hier bij ons thuis zijn. Dat is het waar het wezenlijk om gaat. God stelt zijn huis open voor ons. ‘Je zult de hemel open zien’ zegt Jezus. God stelt in feite zijn hart open voor ons, denk aan de lans die het hart van Jezus opent, zodat de sacramenten van doop en eucharistie als teken zichtbaar worden. In dat alles wil God bij ons thuis kunnen zijn. Hij wil ons tot zijn tempel maken. Hij stelt zijn hemel open, wij stellen ons hart open voor Hem. Wij vragen of Hij voor ons wil doen wat wij nodig hebben. Hij vraagt ons voor Hem en elkaar te doen wat nodig is voor zijn Koninkrijk.

Nog een laatste woord, vanwege het jaar van de vrijwilligers. Op de vrijwilligersavond hebben we Jezus naar voren gehaald als onze eerste vrijwilliger. Hij nam vrijwillig het lijden op zich, vrijwillig de taak die de vader van Hem vroeg, vrijwillig de dienst aan de mensen. Met Hem als eerste vrijwilliger hopen we dat we elkaar in die dienst aan elkaar en de dienst aan Gods Koninkrijk blijven steunen. Dankbaar voor zoveel inzet, vertrouwvol voor de toekomst, vragend om Gods zegen. Dat onze inspanningen ook inderdaad een bijdrage mogen zijn aan de komst van Gods Rijk. We danken, voor 75 jaar thuis zijn, we vragen zijn zegen voor de komende 75 jaar. Amen.