Tenhemelopneming van Maria C - 2016

Zusters en broeders,

De Tenhemelopneming van Maria zou een feest moeten zijn dat ons zeer sterk aanspreekt. Want Maria is zo herkenbaar voor ons, en ze is ook een groot voorbeeld voor ons.

Die herkenbaarheid blijkt al in de eerste lezing. Maria wordt voorgesteld als een zwangere vrouw in barensnood, en ze draagt een kroon met twaalf sterren. Die twaalf sterren kunnen verwijzen naar de twaalf stammen van Israël, dus naar heel de mensheid, maar ze kunnen ook verwijzen naar de twaalf sterrenbeelden die de verschillende karakters en eigenschappen van de mensheid symboliseren. Welk karakter en welke eigenschappen een mens ook heeft, hij of zij hoort bij het beeld van Maria. En hoewel zij de Moeder van God is, moet zij, net als alle mensen, dus ook wij, doorheen grote gevaren. Zij wordt bedreigd door een vuurrode draak. Die is de belichaming van het kwaad, en ze beschikt over sterke krachten waarmee ze het goede van God wil vernietigen. Ze symboliseert de strijd tussen het goede van God, dat liefde is en vrede, tegen het kwade van de draak, dat haat is en onvrede. We kennen die strijd tussen goed en kwaad, tussen oorlog en vrede, tussen liefde en haat, niet alleen in de wereld, maar ook in onszelf. Want we zijn niet altijd zo liefdevol en zo vredevol als we zouden willen zijn, en als God, als Jezus van ons verlangt. Soms laten ook wij ons leiden door onvrede, door ruzie, door eigenbelang, door ons eigen groot gelijk. Het zijn de momenten waarop de draak in ons de bovenhand haalt op het voorbeeld dat Maria voor ons is.

En dat voorbeeld is dat zij ‘ja’ antwoordt op de vraag of zij de moeder wil worden van de Zoon van God. ‘Mij geschiede naar uw woord,’ zegt ze. Heel zeker begreep ze de vraag niet. Hoe zou ze ook: een jong meisje als zij die de moeder zou worden van Gods Zoon. Maar het was God die haar dat vroeg, dus antwoordde zij ‘ja’.

Doen wij dat ook: ‘ja’ antwoorden op de vraag van God? Zijn vraag om, net als Maria, mee te bouwen aan zijn Rijk van liefde en vrede? En zijn wij, net als Maria, vol dank voor wat wij krijgen van de Heer onze God? Kunnen ook wij Hem loven en prijzen om wat Hij doet voor ons? Of denken wij dat wij alles zelf kunnen, en dat we alles bereiken wat wij willen. Dat we Gods hulp voor niets nodig hebben, behalve als we in nood zijn, als we zwaar ziek zijn, als we getroffen worden door miserie en ellende. Dan hebben we God nodig, dan vragen, dan eisen we misschien zelfs zijn hulp. Maar anders hebben we Hem niet nodig, vinden we zo dikwijls.

En horen wij tot de kleinen over wie Maria zingt in haar loflied, of willen we alleen maar horen tot de rijken en de machtigen? Zijn we barmhartig en hebben we aandacht voor kleinen en machtelozen, voor mensen in nood, voor mensen die geen uitweg meer zien?

Zusters en broeders, Maria is een groot voorbeeld voor ons. Een voorbeeld van eenvoud en kwetsbaarheid, maar ook van geloof en vertrouwen. Zij laat zien hoe direct God met ons begaan is. En zij laat ook zien wat we met Gods vragen en Gods gaven kunnen doen. Zij zegt ja tegen God, en zij heeft aandacht voor haar medemens. Dat zien we in haar bezoek aan haar nicht Elisabeth. Laten we op dit feest van Maria bidden dat zij ons voorbeeld mag zijn, en dat zij ons altijd mag steunen. Amen.