Edith Stein, Europese heilige

Op 9 augustus 1942 stierf Edith Stein.  Ze werd vergast in Auschwitz.
Ze deelde het lot van miljoenen Joodse mannen en vrouwen.
Enkele dagen voordien op 2 augustus was ze opgepakt samen met haar zus in de Karmel van Echt.
SS-officieren namen hen mee.  "Kom, we gaan voor ons volk", zei ze.
Een van de laatste berichten van haar is een briefje dat ze meegegeven heeft bij een treinstilstand in Schifferstadt. 
Ze had er op geschreven: "Wir fahren nach Osten."
Edith Stein was in 1891 geboren in een Joodse familie in Breslau, nu Wroclaw (Polen).
Haar moeder was een gelovige vrouw.  Nadat Edith Stein op 1 januari 1922 in Bergzabern gedoopt was - wat haar moeder nooit heeft begrepen - is ze met haar moeder naar de synagoog blijven meegaan.
Als jong meisje had ze in Hamburg in de familie van haar zus bewust opgehouden te bidden.

Edith was eerder een introverte, maar zeer intelligente vrouw.  Ze studeerde filosofie, toen ongewoon voor vrouwen.  Ze volgde les bij Edmund Husserl en werd diens assistente.  Maar haar vrouwzijn en jood-zijn beperkten haar wetenschappelijke carrière.

Kleine gebeurtenissen, toevallige ontmoetingen bewerkten geleidelijk een wending in haar leven.
Tijdens de oorlog deed zij dienst bij zieken in een lazaret.
Een contact met een echtpaar, waarvan de man sneuvelde bij Diksmuide.
Het religieus reveil na de eerste wereldoorlog.
Een klokje dat klept in haar buurt en bij haar vragen oproept.
Een vrouw die in Frankfurt een kerk binnengaat om er op een marktdag te bidden.
Een boek in een bibliotheek van haar vriendin, dit van Teresia van Avila.
Kontakten met de abdij Beuron.  De monniken noemen haar de 'matutina'.  
Ze is even vroeg als de monniken in de kerk, wanneer deze er de metten bidden.
Omdat haar universitaire loopbaan in het gedrang was gekomen, gaf ze les in de keizerstad Speyer en daarna in Münster.  Daar kan ze wegens het opkomend nazisme niet blijven.  Dit belette joden bepaalde ambten en taken uit te oefenen.
Ze houdt voordrachten.  Een van deze maakt ophef.  Ze spreekt in Salzburg over de rol van de vrouw.Ze schrijft veel: geleerde dingen, maar ook vriendschappelijke boodschappen en groeten.  Het ganse oeuvre van Edith Stein omvat 26 boekdelen.  De kritische uitgave ervan is sinds 2009 afgesloten.

Ze richt in 1933 een brief aan Pius XI.  Ze voelt aan wat aan het gebeuren is.  De haat tegen het joodse volk neemt toe en verontrust haar.
In datzelfde jaar treedt ze binnen in de Karmel van Keulen en zal bij haar professie de naam aannemen van Teresia Benedicta a Cruce.
Het is de weg van de contemplatie.  Ze mag verder blijven werken op wetenschappelijk gebied.
Ze blijft trouw aan de fenomenologie, maar kijkt nu meer naar de theologie.  Ze vertaalt een werk van Thomas van Aquino over de Waarheid.
Die zoektocht grijpt haar aan.  Niet te verwonderen dat ze schrijft: "Wer die Wahrheit sucht, der sucht Gott, ob es ihm klar ist oder nicht"  "Wie de Waarheid zoekt, zoekt God of hem dit klaar is of niet."

Ze denkt na, bidt, studeert en schrijft over de Kruiswetenschap.  Zware kost.
Ze verhuist vanuit Keulen naar de Karmel in Echt.  Ze leert er een mondje Nederlands.  De Edith-Stichting richtte in dit Limburgs stadje een museum in over Edith Stein.  De Landricuskerk aldaar heeft een Edith Stein altaar en twee hedendaagse glasramen over haar leven.
Waarom hoort ze bij de patronen van Europa?
Onder de zes patronen komen Benedictus en Catherina van Siena uit het Zuiden.
Uit Oost en Centraal Europa komen de Slavische gebroeders Cyrillus en Methodius en Edith Stein.
Birgitta die jarenlang in Rome verbleef en daar stierf, kwam uit het Noorden, uit Zweden.

Europa heeft nood aan brugfiguren.  In de ogen van Johannes Paulus II, die van kindsbeen af joodse vrienden had en in wiens bisdom Auschwitz lag, is Edith Stein een bindfiguur tussen joden en christen.  Maar ze is ook een struikelsteen.  Zoals kardinaal Lustiger ooit zei - daarbij ook aan zichzelf denkend - was gedoopt worden geen verlaten of zich afkeren maar verbinden en verrijken.

Ze legt een band tussen geloof en rede, een thema waar paus Benedictus XVI, Papa Theologicus, steeds op hamert.

Edith Stein is in haar leven en door haar levensloop de lijdende mens nabij.  Het kruis wijkt niet van haar en zij vindt dat God het rouwkleed van haar schouders niet wegneemt.  Vergast als jodin stierf zij met de naam Edith Stein, Schwester Teresia Benedicta a Cruce.
Paus Johannes Paulus heeft haar in het jaar 1987 te Keulen zalig verklaard en twaalf jaar later in 1998 verklaarde hij haar heilig op het Sint Pietersplein.  "Het heil komt uit de joden", zei Jezus tot de Samaritaanse (Joh. 4,22).
Edith Stein zou schutsvrouw en patroon kunnen zijn van mensen, die op volwassen leeftijd zich laten dopen en voor Christus kiezen.
In Keulen staat dicht bij het Maternushaus (Priesterseminarie) © katholisch.de een kunstwerk van Bert Gerresheim ter ere van Edith Stein, dat haar levensweg symboliseert en drie fasen ervan weergeeft.
 
II. Haar brief aan paus Pius XI

Als het zwijgen nog langer duurt
Het jaar 1933 was een historisch en dramatisch jaar.  Hitler nam de macht over in Duitsland en vaardigde in dat jaar al zware maatregelen uit tegen de Joden.  Zo kwam heel vlug een oproep tot boycot van Joodse handelszaken.  Vervolgens kregen Joden en zij die van Joden afstamden geen mogelijkheid meer om in openbare dienst een ambt te bekleden.  Edith Stein (1891-1942), een begaafde Duitse vrouw, was reeds eerder geremd geworden in haar wetenschappelijke loopbaan, omdat zij vrouw was.  Voortaan was het omwille van haar Joodse afkomst.  Zij was op nieuwjaarsdag 1922 in Bergzabern gedoopt.  Zij onderrichte nadien tien jaar in een school, geleid door zusters Dominicanessen te Speyer.  Zij gaf in die periode op vele plaatsen voordrachten.  Deze handelden vaak over de rol en de roeping van de vrouw.  In 1932 was  zij docente benoemd aan het Duits Instituut voor Wetenschappelijke Pedagogiek.  Dit was een katholieke instelling in de universiteitsstad Münster.  Heel vlug voelde Edith Stein de vijandige instelling aan tegenover de Joden.  Haar moeder leidde in die tijd het familiebedrijf verder in Breslau, maar leed daar onder de handelsboycot.  Edith Stein had familieleden, die als universitair in staatsdienst hun baan kwijt geraakten.  Zo wist zij goed wat de Joden te verwachten hadden van het Hitler-regime.

Een brief aan de paus
In april 1933 schreef Dr. Edith Stein een brief aan paus Pius XI.  Ze heeft deze brief in Rome laten afgeven door bemiddeling van Raphael Walzer, abt van de benedictijnenabdij Beuron, waar zij geregeld verbleef.  Sinds februari 2003 jaar heeft het Vaticaans archief de brief vrijgegeven, die Edith aan de paus richtte.  In die periode hadden nog andere prominenten zich tot de paus gewend.  Edith Stein schreef aan de paus het volgende:Heilige Vader,

Als een kind van het Joodse volk, dat door Gods genade sinds elf jaar kind van de katholieke kerk is, waag ik het voor de Vader van de christenheid uit te spreken, wat op miljoenen Duitsers drukt.  Sinds weken zien wij in Duitsland daden gebeuren, die iedere gerechtigheid en menselijkheid – zonder over de naastenliefde te spreken – bespotten.  Gedurende jaren hebben de nationaal-socialistische leiders de haat tegen de joden gepreekt.  Nadat zij reeds de bestuursmacht in handen hadden genomen en hun aanhangers, - waaronder aanwijsbare misdadige elementen - bewapend hadden, is nu wat aan haat gezaaid was, opgeschoten.  Dat er buitensporigheden zijn gebeurd, heeft de regering onlangs toegegeven.  Over de omvang ervan kunnen wij ons geen beeld vormen omdat de  openbare opinie gekneveld is.  Maar te oordelen naar wat mij vanuit persoonlijke relaties bekend is, gaat het geenszins om enkele uitzonderingsgevallen.  Onder druk van stemmen uit het buitenland is de regering tot “mildere” methoden overgegaan.  Zij heeft het parool gegeven: “er zal van geen enkel Jood een haar geschonden worden.”  Maar zij drijft door haar verklaring tot boycot velen tot vertwijfeling, gezien zij aan de mensen hun economisch bestaan, hun burgerlijke eer en hun vaderland ontneemt.  Mij zijn door private berichten in de laatste week vijf gevallen van zelfdoding bekend ten gevolge van die vijandigheden.  Ik ben overtuigd dat het om een algemeen verschijnsel handelt, dat nog veel offers zal opeisen.  Men kan het betreuren dat die ongelukkigen niet meer innerlijk houvast hebben om hun lot te dragen.  Maar de verantwoordelijkheid valt toch voor het grootste deel op hen, die hen zo ver brachten.  En ze valt ook op degenen, die daarover zwijgen.  

Alles wat gebeurd is en wat nog dagelijks gebeurt, gaat van een regering uit die zich “christelijk” noemt.  Sinds weken wachten en hopen niet alleen de Joden, maar duizenden trouwe katholieken in Duitsland – en ik denk in de ganse wereld – dat de kerk  van Christus haar stem zal verheffen om dit misbruik van de naam van Christus een halt toe te roepen.  Is deze verafgoding van het ras en van de staatsmacht, die de massa dagelijks langs de radio ingehamerd krijgt, geen klare ketterij?  Is de vernietigingsstrijd tegen het Joodse bloed niet een versmading van de allerheiligste mensheid van onze verlosser, van de allerzaligste Maagd en van de apostelen?  Staat dit alles niet in schrille tegenstelling tot de houding van onze Heer en Heiland, die nog aan het kruis voor zijn vervolgers heeft gebeden?  Is dit niet een zwarte vlek in de kroniek van het heilig jaar, dat een jaar van vrede en verzoening had moeten zijn?  

Wij alle, die als trouwe kinderen van de kerk de toestand in Duitsland met open oog bekijken, vrezen het ergste voor het aanzien van de Kerk, als het zwijgen nog langer duurt.  Wij zijn ervan overtuigd dat dit zwijgen niet in staat zal zijn om op de duur de vrede met de huidige Duitse regering af te kopen.  De strijd tegen het katholicisme wordt voorlopig nog in stilte en minder brutaal gevoerd dan de strijd tegen het jodendom, maar daarom niet minder systematisch.  Het zal niet lang meer duren, eer een katholiek in Duitsland geen ambt meer kan bekleden, indien hij de nieuwe koers niet onvoorwaardelijk volgt. 

Aan de voeten van uw heiligheid, en biddend om de apostolische zegen.
Dr Editha Stein
Docente aan het Duitse Instituut voor wetenschappelijke pedagogie
Münster i. W. Collegium Marianum.

Een antwoord

Abt Walzer kreeg van het staatssecretariaat een antwoord met wensen voor veel moed en sterkte in die moeilijke tijden.  Wij kunnen vermoeden dat Edith Stein ontmoedigd was door dit vage antwoord. 
De druk op de Joden nam toe.  In april 1933 kreeg Edith Stein in Münster al te horen dat zij niet verder zou kunnen doceren.  Zij had in Duitsland niet veel meer te verwachten.  Münster werd voor haar niettemin een belangrijk keerpunt.  Op de zondag van de Goede Herder van het jaar 1933 ging zij bidden in de St. Ludgeruskerk, waar de aanbidding plaats had van het Allerheiligste Sacrament.  Zij wou tijdens dit gebed weten of zij definitief de beslissing zou nemen in de Karmel binnen te treden.  Zij bekwam voor haar deze zekerheid en ondernam in de komende maanden de nodige stappen daartoe.  Prof. Donders, de decaan van het kapittel in Münster schreef toen aan de Karmel in Keulen: “Dr. Edith Stein is een begenadigde ziel, rijk aan liefde voor God en de naaste, vervuld met de geest van de heilige Schrift en de liturgie, waaruit zij schept, bidt, overweegt, leeft. Zij zal voor allen een voorbeeld zijn van diepe vroomheid en gebedsijver, een vreugde voor de gemeenschap door haar goedheid en naastenliefde en stil als een straal van God onder u leven.”  Op 14 oktober 1933 trad zij binnen in de Karmel te Keulen.  Vijf jaar later moest zij om veiligheidsredenen Keulen verlaten en kwam zij op 31 december 1938 in de Karmel van Echt, waar de Gestapo haar en haar zus Rosa op 2 augustus 1942 gevangen namen.  Als dochter van het Joodse volk, kind van de katholieke kerk, kloosterzuster in de Karmel en als filosofe is zij een week later op 9 augustus 1942 te Auschwitz in de gaskamer omgekomen.  Haar dood bevestigt wat zij in 1933 naar de paus had geschreven.  Zij is op 11 oktober 1998 in Rome heilig verklaard. Heilige Edith Stein, bid voor het volk, waaruit gij zijt opgegroeid en voor de Kerk, waarin gij zijt opgenomen.
Geef ons uw verlangen naar waarheid en doe ons spreken, waar het moet.
Documentatie: Elisabeth Lammers, Als die Zukunft noch offen war.  Edith Stein – das entscheidende Jahr in Münster, Münster 2003

III Sporen in Echt
Naar het Oosten
Priester Edward Poppe en Zuster Edith Stein waren tijdgenoten.  De Duitse Edith Stein (1891-1942) was geboren een jaar na de Temsenaar Edward (1890-1924).  Een van hun gemeenschappelijke trekken is hun liefde voor de Karmel. 

Karmelietes
Op 1 januari 1922, het jaar waarin priester Poppe als geestelijk leider van de Cibi de Karmel van Leopoldsburg stichtte, is Edith Stein gedoopt in de parochiekerk van Bergzabern.  Elf jaar later, op 14 oktober 1933, treedt deze bekwame vrouw en gedegen wijsgeer binnen in de Karmel van Keulen.  Deze Karmel was in 1637 gesticht vanuit de Spaanse Nederlanden door Zr. Theresa a Jesu uit de Koninklijke Karmel van Brussel en Zr. Isabella de Spiritu Sancto uit de Karmel van Antwerpen.  In Brussel is dit jaar het vierde eeuwfeest gevierd van de stichting van de karmelietessen in de hoofdstad. 

De zusters van Keulen moesten tijdens de ‘Kulturkampf’ (1871-1887) Duitsland verlaten.  Ze vestigden zich in Echt, een dorp in Nederlands Limburg.  Zij herbeginnen daarna in Keulen.  In Echt blijft de Karmel voortbestaan.
Edith Stein koos in het klooster de naam Schwester Theresia Benedicta a Cruce.  In Keulen is ze als joodse vrouw in gevaar.  Op 31 december 1938 komt zij samen met haar zus Rosa naar de Karmel van Echt.  Zij was tevreden en dankbaar om die vreedzame plaats.  Zij bleef er vier jaar.  Zij leerde er Nederlands.  Zij schreef in die periode een commentaar op het werk van haar geliefde Johannes van het Kruis.  Haar publicatie heet ‘Kreuzeswissenschaft’.  Zij schreef over het kruis en op 2 augustus 1942 vielen de balken van dit kruis op haar schouders.  De Nederlandse bisschoppen hadden heftig geprotesteerd tegen de jodenvervolging door de Duitsers.  Boze reacties van de bezetter: ook bekeerde joden moeten opgepakt.  Meer dan 140 joden werden die dagen opgehaald.  Zuster Pasqualina schrijft in haar herinneringen over Pius XII hoe zeer de paus geschrokken was door de reacties van de Duitsers op de bisschoppelijk brief.  Dit zou hem ervan weerhouden hebben een publieke veroordeling uit te spreken over de jodenvervolging.  Hij vreesde voor represailles, niet voor zijn persoon, maar voor vele onschuldige.

Wat het antisemitisme heeft aangericht, voel je op elke plaats waar een Jood is verdreven.  In Echt is dit bij de kloosterpoort, waar de Gestapo de gezusters Stein heeft opgepakt.  In Echt zijn nog twee andere joden opgehaald en daarna omgekomen.

Gedenkroute
In Echt loopt de gedenkroute Edith Stein.  Die vertrekt bij het oorlogsmonument op de Nieuwe Markt van Echt.  Blokken met de namen van veel oorlogsslachtoffers: mannen gesneuveld in Java en Indonesië, mensen omgekomen door Duitse granaten, andere door Amerikaanse.  De avond van 4 mei, dag van de nationale dodenherdenking in Nederland, werd het gerestaureerde monument opnieuw ingezegend.  De deken van Echt-Susteren Hans Kuyer bad het gebed en zegende het monument.

Van bij dit monument kom je vlug bij een gedenktegel in de Peyerstraat.  Het is de plek waar de gezusters Stein in een auto van de Gestapo werden gestopt.  De rit ging eerst naar een kamp in Amersfoort en dan naar het kamp Westerbock.  De hoek om en je bent bij de Karmel.  Een tijdlang was dit klooster opgeheven.  Bij de zaligspreking van Edith Stein twintig jaar geleden kon het herbeginnen met de hulp van andere Karmelkloosters  De zustergemeenschap is ondertussen geslonken tot een groep van zeven.  Wat verder bij de parochiekerk van Sint Landricus staat een herinneringsmonument aan de vier uit Echt weggevoerde joden.  Het roept iets op van de klaagmuur.  
In de kerk ziet de bezoeker allereerst het Heilig Hartretabel, afkomstig uit de opgeheven jezuïetenkerk van Brugge.  Het drieluik boven het rechtse zijaltaar beeldt Edith Stein af tussen de twee hoofdfiguren van de Karmel, Theresia van Avila en Johannes van het Kruis.  Aan een muur hangt in een kast een koormantel die door Edith Stein werd gedragen.  Wie de Edith Stein-tentoonstelling in het karmelietenklooster van Gent heeft bezocht, zag daar die mantel.  Edith Stein draagt een boek in de hand.  Ze heeft veel geschreven.  De kritische uitgave in 25 boekdelen is bijna klaar.  Achteraan in de kerk zijn twee glasramen over het leven van Edithj Stein.  Deze werden ingezegend op 12 oktober 2008.

Nog wat verder door Echt en je staat aan het Trefcentrum Edith Stein.  Dit bezit een uitgebreide bibliotheek en een rijk archief.  Noteer het adres, want een tocht in die richting zal niet ontgoochelen.  Edith Stein heeft Echt op de kaart gebracht.  Het is de verdienste van de Stichting Dr. Edith Stein dat ze de gedachtenis van deze heilige geleerde en biddende vrouw in ere houdt.  Deze stichting vierde het eerste weekend van mei 2007 haar vierde lustrum met een driedaags symposium.  Het Duitse Edith-Stein-Gesellschaft hield bij die gelegenheid zijn jaarvergadering in Echt.  Aanwezig waren afgevaardigden van het Edith-Stein-genootschap uit Polen.  Zo had dit symposium een grensoverschrijdende betekenis.  Dit was heel duidelijk tijdens de eucharistie, uitgezonden door KRO, waarin bisschop Wiertz van Roermond voorging in concelebratie met Mgr. Jousten, bisschop van Luik, en met Nederlandse, Belgische en Duitse priesters.  Mgr. Jousten leidde vorig jaar een bezinningstocht naar Auschwitz.  Daar is Edith Stein vergast, dit zou op 9 augustus 1942 geweest zijn.  Die datum is weerhouden als haar feestdag.  De laatste boodschap van Edith Stein is een briefje dat ze op het station van Schifferstadt vanuit de trein achterliet voor een religieuze die ze daar zag.  Enkele woorden: “Ad Orientem.”  Wij zijn op weg naar het Oosten.

Europese opdracht

Edith Stein is samen met Birgitta van Zweden en Catharina van Siena patrones van Europa naast  Benedictus en de Slavische broers Cyrillus en Methodius.  Hun patroonschap is als een kruis, over Europa getekend.  Het reikt van het Noorden naar het Zuiden en van het Westen naar het Oosten.  De verbondenheid met Edith Stein schept bij de leden van het genootschap een gevoeligheid voor de geschiedkundige wortels van Europa.  Het joods-christelijk erfgoed is daarin een belangrijk bestanddeel.  Het genootschap heeft al enkele keren zijn stem laten horen om dit in het voorwoord van de Europese constitutie te doen opnemen.  Het blijft aandringen op de verwijzing naar God in de tekst van de grondwet.  Dit is een boodschap, die vanuit Echt naar de Europese instanties werd verzonden.


Tijdens het symposium, dat plaats had in de Roosterhoeve, hoorden we drie boeiende referaten.  Dr. Karl-Joseph Hummel nam ons mee naar de tijd van het opkomend nazisme en besprak de houding van het Duits episcopaat, alsook de pauselijke brief ‘Mit brennender Sorge’, die op Palmzondag 1937 in bijna alle Duitse kerken werd voorgelezen. 
Dr. Ilse Kerremans (R.U.Gent) heeft al vaak in eigen land en in het buitenland de betekenis van Edith Stein belicht, zowel voor haar eigen persoonlijk leven als voor dit van anderen.  Zie haar getuigenis in Tertio, Kerk en Leven, Christenforum.  Zij sprak in Echt over de Kruiswetenschap.

Open voor Hem, die alles is
De jonge Duitse theoloog Andreas Müller, professor in het Zwitserse Fribourg, sprak in zijn voordracht over de zwakke God in onze postmoderne wereld.  Hij zat op het spoor van Edith Stein, wanneer hij de band aanraakte tussen geloof en rede.  Onze tijd wordt iets meer bewust van de beperktheid van het seculiere denken.  Geloof en rede hebben elkaar nodig om  zich te laten helen.  Wij zijn met al onze zintuigen verbonden met de wereld.  Zij zijn onze voelhorens, we zien, we gaan, we voelen, we smaken met onze zinnen.  Toch is het nodig onze zinnen, ons verstand en ons gemoed te reinigen om niet onder te gaan in een voortdurende zoektocht naar genot, dat niet verzadigt.  Het diepe verlangen reikt verder dan alle objecten.  God, die alles is, omvat meer dan het alles waar wij te vaak aan vasthangen. 
Deze rijke voordracht was als een bezinning bij een krachtig inzicht van Johannes van het Kruis:

„Als ge bij iets blijft stilstaan,
werpt ge u niet met hart en ziel op het Al.
Om volledig tot het Al te komen,
moet ge u volledig van alles ontdoen.
Als ge eenmaal volledig tot het bezit komt van het Al,
moet ge het vasthouden zonder iets anders te willen.
Als ge immers in het Al nog iets aparts wilt bezitten,
houdt ge God niet voor uw zuivere schat.


Prof. Müller eindigde zijn sterk gewaardeerd referaat met het belang te onderstrepen van kleine stappen en passen, ondermeer in het gebed.  Begin en houd vol met een gebed in de ochtend en een dank bij het einde van de dag.  Stap na stap doorheen dit eindig bestaan, weten wij Hem aanwezig, die het Al is op onze weg naar het Oosten.

Informatie: Stichting Dr. Edith Stein Echt NL
Secretariaat: mevr. J.P.E.M. Stassen – Muyrers
Berkelaarsweg 27
6101 AV Echt

Email: