Feest van de Heilige Dominicus (2009)

Openingsgebed:

Wij
Stervelingen moeten de eeuwigheid niet te ernstig nemen.
Wij moeten leven van dag tot dag
Struikelend als idioten
En dus in staat om gelukkig te zijn

Het geluk waar jij het over had
Wordt gepredikt om mensen zoet te houden
Zo proberen ze ons al eeuwen
Het grote alles te verkopen
En verzwijgen dat je met niets
Tevreden kunt zijn.

De 12e, 13e eeuw, de periode waarin Dominicus leefde: een wereld in verandering. Rond het jaar 1000 kondigen zich tekenen aan die de wereld doen veranderen. De oude feodale structuur wordt op zijn grondvesten langzaam maar zeker aangevallen. 'Grond' krijgt een nieuwe betekenis. Niet in het minst de nieuwe landbouwtechnieken die er voor zorgen dat het land veel verder kan worden ontgonnen. Welvaart neemt toe. Goederen moeten van die gronden getransporteerd worden naar centra waar men deze kan inruilen. Steden beginnen belangrijk te worden, en dan vooral steden die aan belangrijke rivieren en verkeerswegen liggen.

Samen met die goederen is er ook een transport van ideeën. Sommige ideeën worden door de Kerk als ketters bestempeld. De Kerk probeert het hoofd te bieden aan deze nieuwe ideeën en doet dit met vallen en opstaan. Doorheen de polarisering die altijd ontstaan wanneer mensen of groepen van mensen zich moeten identificeren tegenover anderen, groeien in alle kampen misverstanden die tot excessief gedrag leiden. Priesters worden vermoord in naam van God. Ketters worden verbrand in naam van God.
Toenadering wordt gezocht in naam van God. Groepen van mensen groeien uit elkaar in naam van God. Er ontstaan tal van reactionaire bewegingen binnen de Kerk. Norbertijnen, trappisten, kartuizers, de benedictijnse hervorming van Cluny, francis-canen, dominicanen, waldenzen, albigenzen, katharen, ... De Kerk ziet door het bos de bomen niet meer en besluit dat er geen nieuwe orden mogen worden opgericht. Het is een wonder dat de franciscanen nog erkend worden, zei het als niet-klerikale orde -- wat relatief vér-strekkende gevolgen heeft voor deze orde tot op de dag van vandaag.

En temidden van deze woelige wereld staat Dominicus. Een brave jongeman, geboren in 1172 in een land-adelijke familie in het noorden van Spanje. Via de lectuur die Marcel me te lezen gaf, kreeg ik een beeld van een brave plichtsgetrouwe jongeman die braaf deed wat moest gedaan worden. Geen spoor van individuele opstand t.o.v. zijn omgeving zoals dat uitgebreid verteld wordt van Franciscus. Deze twee worden vaak in één adem genoemd ofschoon ze niet meer dan alleen het tijdstip en enkele ideeën, waaronder een sterke beleving van armoede, met elkaar gemeen hadden. En dat met zovelen die met dezelfde ideeën rondliepen.

Dominicus werd door zijn familie voorbestemd om priester te worden en zo gebeurde het. Hij kreeg een gebruikelijke opleiding en door zijn schranderheid liep hij algauw in het oog. De plaatselijke bisschop die een kapittel wilde vormen om de geest van de tijd vorm tegeven vroeg Dominicus om in het kapittel te zetelen. En Dominicus zei alweer .Ja'. Marcel leest op dit moment een boek waaruit hij vermoedt dat dit kapittel van Osma allesbehalve een ingedommelde bende kanunniken is. Ook dat was een nieuwe beweging die zocht naar actuele wegen om geloof te vertalen binnen een Kerkelijke context.
Hoe het verder met Dominicus loopt lees je maar in de brochure die Marcel enkele jaren geleden aangeboden heeft. Ik wil alleen nog een archètypisch verhaal aanhalen nl. dat van het nachtelijke gesprek met de waard van een herberg. De waard was een ketter en doorheen het gesprek in het holst van de nacht (is dit ook symbolische taal?) met Dominicus bekeerde hij zich. Wie kent de nacht niet?

Dominicus, de man die luistert. Die heel sterk intuïtief naar zijn wereld kijkt, en daarin beslissingen neemt die op het eerste zicht van geen grootse daden getuigen omdat ze in het verlengde liggen van datgene wat zich aandient, maar net door het feit dat ze vanzelfsprekend zijn en dus minder profiel geven aan het individu, net daardoor getuigen ze van enorme moed, kracht en vooral bescheidenheid.
Dominicus was ook een man van zijn tijd. Hij reageerde tegen de rijkdom van de Kerk door armoede een speciale plaats te geven, zoals alle reacties van die tijd gericht waren tegen de rijkdom van de Kerk.

Ook vandaag leven we in een reactionaire tijd en ook wij zijn mensen van onze tijd. Ofschoon er wel altijd zijn die in de middeleeuwen willen blijven leven. Vrijdag las ik dat
Luc Versteylen zich vragen stelt bij een instituut dat geleid wordt door een bende gepensioneerden die de vrouw blijven uitsluiten. Hoe daartegenover staan? Als jonge
student gingen we het instituut 'de Kerk' veranderen. En misschien zoals sommigen in hun eigen levensgeschiedenis zullen herkennen, heb ook ik zwaar getwijfeld aan het instituut en hoefde het allemaal niet meer voor mij. Nu ik al wat ouder ben, ofschoon ik door sommigen in de kapel nog steeds als jonkheid wordt aangesproken, ben ik blij dat ik erniet mee 'gekapt' heb. Dominicus leert ons dat je door de revolutie te preken en al het bestaande overboord te gooien zelden je doel bereikt. Vechten tegen een bierkaai. Wie wil eens niet de Don Quichote uithangen. Maar ook een Don Quichote moet eten en rusten.

Langs wegen van geleidelijkheid. Wie zijn geduld verliest, verliest zijn kracht; een adagium van Augustinus dat onze dominicaan Marcel al eens te berde brengt in de woorddienst en er zeker naar leeft. Op de vraag waarom Marcel dominicaan werd zei hij spontaan: 'Ik weet het niet'. Hij had ook heel graag trappist willen worden, maar die openheid en het 'in de wereld staan' spraken hem aan. En ten slotte: dominicaan word je zoals je moeder en vader wordt. Je kiest op een ogenblik voor iets waar je enig vermoeden van kan hebben, maar iedereen die hier moeder of vader is, zal met mij instemmen dat je nooit moeder en vader wordt op het ogenblik dat je kiest. Je wordt het. Zo ook wordt Marcel elke dag verder dominicaan. En het boeiende, misschien wel iets typisch dominicaans, is: hij laat ons daarin delen. Zo openbaart zich de Kerk aan ons op een 'dominicaanse' wijze. En wij zijn zoekenden. Net zoals drie mannen die op een mooie dag het pad van Jezus kruisten. En misschien hadden deze mannen ook een onverwacht antwoord verwacht. Dat is althans wat ze op het eerste zicht kregen.

Lezing: Lc. 9

Overweging

Jezus ontmoet 3 mannen op zijn tocht naar Jeruzalem. Zijn keuze staat vast. Hij is gefocust of moet ik zeggen dat zijn toekomst hem in de ban houdt? Hij gaat er naar toe. Hij loopt er niet van weg.

Tegen de eerste man zegt hij: mijn weg is geen keuze voor welvaart en rijkdom. Wat had je gedacht? Reeds 2000 jaar lang worstelt de mensheid met deze 'armoede-gedachte'. In de loop der tijden zijn daar verschillende antwoorden op geformuleerd.
Ongeveer 2 jaar geleden heb ik mijn vader begraven. Wees gerust, mijn moeder is er nog en mijn vrouw en mijn kinderen en... Kies! zegt Jezus tegen de tweede man. En sta in je keuze, en verander niet voortdurend je keuzes maar maak ze waar. Wanneer je het ene niet wil loslaten voor het andere dan word je een dode.
Tegen de derde man zegt Jezus: Wees gefocust. Wees geïnspireerd door je doel en laat je niet van de wijs brengen. Het klinkt misschien wel bikkelhard, maar uiteindelijk moet ieder nuchter mens toegeven dat geen enkel land beploegd kan worden door een boer die voortdurend achterom kijkt. Kijk naar wat voor je ligt.

De 3 mannen zijn wij. We zijn op weg. Waarom laten zij en wij ons bijna overrompelen door wat Jezus ons vandaag zegt?

Gebed: Om antwoord (Huub Oosterhuis)

Ik zal mijn mond niet houden.
onrustig, droef, opstandig, schamper, is mijn hart in mij.
Wie ben je dat ik je belangrijk vind,
dat ik aan je denk iedere dag, dat ik mij toets aan jou?

Draai toch eindelijk je ogen van hem af, zeggen ze mij maar
dan heb ik geen antwoord.
Nooit heb ik niets met jou.

Tegen beter weten in stel ik mijn hoop op jou.
Mijn weg is levenslang wachten op jou.

Leven met een dode, zelfbedachte onzichtbare geliefde?
Waarom zou ik je niet opgeven?
Maar ik kan niet anders dan roepen: heb mij lief.

Communie

Vrijdagochtend zei onze jongste zoon Erik, plotseling, zonder enige aanleiding, tijdens het ontbijt: 'Jezus is toch wel een heel grote mens.'
Waarop ik, uiteraard door mijn theologische misvorming, zei dat er geen stukje Jezus op aarde was omdat hij verrezen is. En dat we dus niet weten hoe groot hij eigenlijk was.
Onverstoord zette hij zijn gedachtengang verder. 'We zeggen toch "het lichaam van Christus" wanneer we de communie geven aan elkaar; en dat zijn toch heel veel stukjes
als je die allemaal bij elkaar telt.' In de stilte die daarop volgde voegde mijn tweede zoon Bart er nog aan toe: 'en ne zware alcoholieker ook want als ge teveel van zijn bloed drinkt kunt ge nog zat worden ook.'
Geven wij het lichaam van Christus onder deze bewoording dan aan elkaar door wetend dat Jezus er alleen maar groter door wordt.

Slotgebed

Gedenken wij de afwezige aanwezigen, Astrid, Kwinten, Eva, Jan, Vincent, Katelijne, Wieland, Peter, Geert en Marcel, die nu in de Ardennen met ons verbonden leven.
Laat ons stilte voor hen bidden.

Gedenken wij ook iedereen die ons pad kruiste maar nu niet meer onder ons zijn, onze kinderen, onze moeders en vaders, onze familie, onze vrienden.
Laat ons in stilte voor hen bidden.

In de aanwezigheid van al deze levenden en doden, in de aanwezigheid van alle heiligen, bijzonder vandaag de H. Dominicus, zegene ons de Vader de Zoon en de Heilige Geest. Gaat nu allen heen in vrede.


Achtergrondinformatie over de H. Dominicus

Dominicus (1170 te Caleruega in Castilië - 6 augustus 1221) is de jongste zoon op het Spaanse kasteel van Felix Guzmán en Johanna (van de heren) van Aza, in een
gezin van heiligen: moeder is heiligverklaard, de oudste jongen, Antonius, werd priester, broer Mannas werd predikheer bij zijn jongste broer en is zalig verklaard.

Als jongen van zeven jaar wordt hij naar heeroom in de buurt gestuurd, in Gumiël de lzán, voor latijn en de heilige Schrift; daarna zes jaar naar Palencia in het bisdom Oama, de latere universiteit van Salamanca. Priester geworden, werd hij docent in Palencia en kanunnik aan de kathedraal van Oama. Tijdens een hongersnood verkocht hij zijn boeken ten behoeve van de armen.

Onder leiding van bisschop Martinus de Bazán werd in 1198 het kathedraal kapittel opnieuw regulier, volgens de regel van Augustinus. Dominicus steunde hem als subprior. Toen in 1202 prior Diego van Azevédo bisschop werd, gaf Dominicus zijn docent-schap op. Toen de bisschop als vertrouwensman van Alfons VIII met een zending naar Denemarken werd belast, vergezelde Dominicus hem.
Op hun terugweg in 1203 troffen zij in Zuid-Frankrijk, in de Provence, de anti-kerkelijke "zuiveren": ketters, de waldenzen en de albigenzen. De rijk geklede pauselijke legaten, die zij in Montpellier ontmoetten, wilden de prediking opgeven, maar Diego en Dominicus begonnen zonder gevolg het missiewerk in Languedoc, preken en disputen in Béziers, Servian, Carcassonne en Montréal, verder in Pamiers en Franjeaux. Onder vasten en gebed.

In 1206 stichtten beiden zusterskloosters in Prouille bij Toulouse, begin van de tweede orde van Dominicus. Deze vestigt zich daar met enkele gezellen, terwijl de bisschop naar Spanje reist om hulp te halen, maar daar sterft. Dominicus doorkruist barrevoets de Languedoc, wordt bespot in Carcassonne, bedreigd. Hij krijgt de bisschopszetel aangeboden achtereenvolgens van Béziers, Comminges en Couzerans.

In 1215 is hij met zijn gezellen, o.a. Petrus Calleni en Thomas van Toulouse, diocesaan prediker van bisschop Fule van Toulouse. Als Dominicus besluit met zijn gezellen volgens de regel van Augustinus (naar norbertijner opvatting) te leven, wordt de orde van de predikheren (afkorting O.P., ook wel de Orde der Domincanen genoemd) op 22 december 1216 door Honorius III goedgekeurd, verbonden aan de door de bisschop geschonken kerk van Sint Romanus te Toulouse. In 1217 zendt hij predikers buiten het bisdom uit. Er kwamen stichtingen in Madrid, Parijs, Bologna en Rome.

Dominicus zit twee algemene kapittels voor en sterft te Bologna met de woorden: "Ik zal u na mijn dood van groter nut zijn dan ik tijdens mijn leven was". Hij ligt er begraven in de S. Dominico; hij werd heiligverklaard op 13 juli 1234.