Aswoensdag C - 2001

Ge hebt het gehoord, broeders en zusters: vasten is versoberen en delen. Woorden van Jezus zelf. Maar hier zitten we met een probleem: het woord vasten leeft niet meer echt in onze woordenschat. Veel jongeren kennen het zelfs niet meer, en als ze het wel kennen, weten ze niet wat het betekent. Voor hen is de vasten vooral een heel plezante tijd: je kan immers van de ene carnavalsstoet naar de andere carnavalsfuif gaan. Ze zijn dan ook stomverbaasd als ze horen dat vasten niets te maken heeft met fuiven en plezieren, maar integendeel alles met versoberen en delen.

Vasten is in de eerste plaats een tijd waarin we opgeroepen worden tot 'genoeg hebben', en dat is voor ons niet zo vanzelfsprekend. Onze hele maatschappij, onze economie, onze banken, onze politici, ons onderwijs, kortom, ons hele denken herleidt alles tot cijfers, en als die cijfers niet stijgen, is iedereen ongelukkig. Alles moet voortdurend groeien: onze industrie, ons bruto binnenlands product, de beurs, onze bankrekening en ons verlof: het moet meer en groter en sterker zijn dan verleden jaar, verleden maand, verleden week, of dan gisteren, anders deugt het niet. Aan die wedren naar m