Jou zullen we niet verbranden, want jij bent één van de onzen

Bedenkingen bij Goede Vrijdag 2013 Jes 52, 13 – 53, 12

Joh, 18 1-19 42

 

Jou zullen we niet verbranden, want jij bent één van de onzen!”

 

Goede vrienden,

 

Deze dag is gekenmerkt door een bedrukkende stilte en een sfeer van treurnis. Maar dat geldt niet alleen voor deze viering. Neen, ik ben ervan overtuigd dat iedereen ter wereld die met het lijden en de dood van Jezus wordt geconfronteerd, er door wordt geraakt en ermee meeleeft, ook dat zelfde gevoel heeft. Waarom toch een zulke dood? Waarom toch al dat lijden? Waarom moest dit gebeuren? Vragen waarmee de mensen toen evenzeer worstelden als wij vandaag.

Zeker, vanuit de hoge zetel van de theologie bekeken, en ontdaan van alle menselijke emoties, moest dat blijkbaar allemaal gebeuren omdat alleen zo de mensheid kon worden verlost. Maar dat is volgens mij toch maar alleen de rationeel theologisch bestudeerde kant van de zaak. De andere, de emotionele kant, die toont me duidelijk aan waarom er voor Jezus geen ander einde mogelijk was dan juist deze dood aan het kruis.

 

Daartoe wil ik u even bekend maken met een historisch ware gebeurtenis: Het gebeurde in Barcelona op 16 juli 1936. De Spaanse burgeroorlog had ook de Catalaanse hoofdstad bereikt. Op het ogenblik dat ze de oude Bethlehem kerk in brand staken, sleurden enkele communisten het grote kruisbeeld naar buiten. Op de plaats waar normaal het opschrift INRI, “Jezus Nazarenus Rex Judaorum” te lezen is, was nu een blad papier bevestigd met de woorden “A ti no te Quemamos, porque eres uno de los nuestros”. Wat vrij vertaald betekent: “Jou zullen we niet verbranden, want jij bent één van de onzen!”

 

Jij bent één van de onzen! Deze mensen, alhoewel overtuigde atheïsten, voelden emotioneel goed aan wie die Jezus was; wat en wie Hij voor de mensen, vooral de kleine mensen, de rechtelozen, en de uitgeslotenen wilde betekenen. Het aan hen begane onrecht maakte die communistische soldaten tot kompanen van Jezus. Tot kompanen van een mens met wie men, als we nog even aan gisteren denken, het brood kon delen, en nog veel meer dan dat.

 

Het waren dan ook echt niet de kleine mensen die Jezus toen aan het systeem hebben uitgeleverd; niet het volk, zoals toch zo graag wordt beweerd: Neen, net zoals vandaag beslisten ook toen de groten over leven en dood. De hogepriesters smeedden, samen met de Romeinse Landvoogd, een complot tegen Jezus; en ze geloofden vast dat ze daar God mee dienden. Hoe zegde Pilatus het ook weer? “Ik heb geen schuld in Hem gevonden en vind geen reden om Hem te veroordelen”. Maar hij deed het toch omdat hij nu eenmaal een gewillige uitvoerder was. Wat een chaotisch over en weer voor het oordeel eindelijk was geveld. Vastbesloten namen ze Hem gevangen, brachten Hem eerst naar Annas, dan naar de hogepriester en tenslotte naar de Romeinse Procurator. Juridisch begeven ze zich op zeer dun ijs. De aanklacht vermengt twee niveaus: een politiek en een religieus niveau; De beschuldigingen zelf werken zelfs nu nog zeer doorzichtig en geconstrueerd, om van de bewijzen of zelfs de aanwijzingen niet te spreken. Ge kunt u niet van het gevoel ontdoen dat aan deze zaak niemand zijn handen wilde vuil maken. En toch merkt ge goed dat er iemand, een persoon of een ganse groep, een goede reden gehad moet hebben om Jezus op deze manier voorgoed uit de weg te ruimen. Hij werd voor velen te gevaarlijk. Daarom had Kaiphas reeds vooraf verklaard: “Het is beter dat één mens voor het ganse volk sterft”.

Wat we hier, bij het proces van Jezus, meemaken, is toch zo typisch voor ons, mensen. Aan de ene kant het heersende Establishment, de steun van de maatschappij. Ze voelen zich door wat Jezus verkondigt geprovoceerd en bedreigd. Ze vrezen voor hun macht en hun privileges, en ze zijn bang dat datgene wat de Nazarener verkondigt, door de mensen zal worden geloofd en toegepast.

En dat is niet te negeren en zelfs zeer explosief! Die man verkondigt een nieuw Godsbeeld, waarbij de mensen belangrijker zijn dan de wet. Hij geeft ruimte aan de mensen, aan hun noden en verlangens, en verruimt zo hun blik voor God en voor Zijn boodschap. Ge kunt de spanning gewoon voelen. Ge hoort als het ware hoe sommigen, naar eigen overtuiging misschien wel terecht, zeggen: Waar gaan we toch naartoe als er iemand zo maar iets geheel anders kan doen en verkondigen als we gewoon zijn? Dat is nog nooit gebeurd, en dat mag ook niet gebeuren! Hoe komt Hij ertoe om alles in vraag te stellen? En door hun oogkleppen en hun angst voor vernieuwing zien ze niet dat die Jezus helemaal niet zo anders is, maar dat Hij het woord Gods gewoon vervult met nieuw en leefbaar leven voor de mensen.

Zo gezien levert Jezus de argumenten en het materiaal voor zijn veroordeling zelf:

  • Hij overtreedt in alle openheid de wetten van Mozes, die reeds eeuwenlang tot de kern zelf van de joodse religie hoorden. Daar stond de doodstraf op!

  • Hij verklaart God tot zijn vader en gaat er heel vertrouwelijk mee om. Daar stond de doodstraf op!

  • Hij raakt melaatsen aan. Dat is verboden!

  • Hij begeeft zich met tollenaars en zondaars aan tafel. Dat is verboden!

  • Hij geneest mensen op de Sabbath. Dat is verboden!

  • Hij wordt tesamen met hoeren opgemerkt en beweert ook nog dat die dames uit het horizontale milieu nog eerder in de Hemel kunnen komen dan de priesters en de schriftgeleerden. Wat een schandaal!

  • Hij nodigt ertoe uit om de Tempelcultus met zijn slachtoffers af te schaffen en beweert dat die Tempel niet meer nodig is, want dat God gemakkelijker en vooral ook goedkoper ter beschikking staat dan het water uit de Jordaan. Wat een lasterlijke taal!!

 

Het kan gewoon niet anders: Deze Jezus heeft de dood meermaals verdiend. En waarom? Omdat alle verandering en in vraag stellen van sinds lang bestaande gebruiken bij de mensen angst veroorzaakt. Angst maakt vlug blind, vooral als ze met woede gepaard gaat. En zo wordt op Goede Vrijdag duidelijk dat de mensenzoon een offer van het menselijk gedrag wordt.

Hangend aan het kruis voelt Hij zich door God en door de mensen verlaten. Is dat niet de ontgoocheling die Jezus uitschreeuwt wanneer Hij roept: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”

Wij moeten zeker niet proberen om dat goed te praten: verlaten door God en door de wereld. Niets of niemand voelt zich zo grondig verwoest en vernietigd als een mens zonder enige hoop. Het is een gevoel dat veel mensen kennen en doormaken. Een pijn die dieper zit dan lichamelijk lijden, een pijn die met wanhoop en sterven samenhangt. Wie zich door God verlaten voelt, wil zich aan mensen vastklampen: “Jou zullen we niet verbranden!”

Die communisten in Barcelona stonden toen dichter bij Jezus dan veel zogenaamde Christenen in de Kerkgeschiedenis, die anderen op de brandstapel hebben gebracht omwille van kerkelijke regels en wetten. Achteraf wasten ze dan, net zoals Pilatus, hun handen in onschuld.

Daarom hebben die goddeloze communisten het kruis gered en de kerk in brand gestoken. Hij was één van hen, de Kerk was dat niet!!

Misschien moet er eerst nog heel wat gebeuren – ook in onze Kerk – vooraleer we het geheim van Jezus' dood en zijn boodschap, echt zullen begrijpen: Hij heeft zichzelf geofferd opdat wij niet gedurig anderen tot zondebok zouden maken en hen opofferen. Iets nieuws kan niet ontstaan zonder dat het oude afsterft, maar het kan ook niet zonder spijt en vergeving.

 

Goede vrijdag maakt definitief komaf met de gestoorde verhouding tussen God en de mensen. Want de dode wetten en de sinds eeuwen verstijfde systemen komen eindelijk tot leven. Regels en geboden overwinnen de dood niet. Alleen de Liefde heeft daar de kracht toe. Daarom kunnen zelfs communisten zeggen: “Jou verbranden wij niet, want jij bent één van ons!”. Amen.