De Regie

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DADER ALS SLACHTOFFER

Ze had geen voorrang gegeven. Hoe dat gekomen was, kon ze niet uitleggen. Het was zomaar gebeurd. Een botsing was niet meer te vermijden. Een oude man stapte onzeker uit de aangereden wagen. Hij liep naar voren om de deuk te bekijken. De jonge vrouw was ook uitgestapt. Geërgerd. Ze had haast; zat met haar hoofd al in het kinderdagverblijf. Lonneke had overgegeven en om half tien moest ze bij de tandarts zijn. De oude man jammerde. Zijn vrouw had hem bezworen dat hij de auto van de hand moest doen, dat hij te oud was. Hij kwam net uit de garage van de vorige deuk. ‘Kunt u niet wat voorzichtiger rijden?' beet ze hem toe. ‘U reed zo hard dat ik u niet zag komen!' Ze stapelde een aantal argumenten op elkaar: hoofdpijn, het dagverblijf, haar zieke dochtertje, tegenlicht... Kortom, ze presenteerde zich niet als veroorzaker van de botsing maar als het slachtoffer. Mensen kiezen graag de slachtoffer-rol. Bijvoorbeeld bij een jarenlange ruzie tussen ouders en een van de kinderen: als je met hen allebei praat, hoor je twee slachtofferverhalen. Een leerling die bij spieken is betrapt..., een voetballer die een gele kaart krijgt... een verstokte roker met longproblemen..., ze kiezen de positie van het slachtoffer. Kennelijk hopen ze zo compassie te vinden. De slachtoffer-rol lijkt veilig.

SLACHTOFFER ALS DADER

Jezus wàs slachtoffer. Het slachtoffer van zijn overheden die strenge regels toepasten. Het slachtoffer van de Romeinen die geen opstand dulden. Het slachtoffer van het paasfeest, waarop Jeruzalem een smeltkroes was van opgewonden lieden die de bevrijding uit Egypte vierden, met een vette knipoog naar de Romeinse onderdrukking. Tientallen rebellen zochten die feestdag steun onder de bevolking.
Maar... Lucas beschrijft Jezus nu juist nìet als een slachtoffer. Lucas beschrijft hem als een dader. Jezus heeft de regie helemaal in handen. Hij regelt alles tot in de details. Hij zorgt voor een ezel. Hij weet precies te zeggen wat de eigenaar zal tegenwerpen en hoe dat te beantwoorden is. In het hele lijdensverhaal laat Lucas de leidende rol zien van ‘het slachtoffer'. Jezus staat boven het lot dat hem treft. Het ontroert me.

JE LOT TE BOVEN

In een huiskamer is het dressoir weggezet. Het staat ergens in de bijkeuken. Twee fauteuils zijn naar boven verdwenen. Langs de muur staat een bed. Het heeft heel wat moeite gekost voordat de patiënt zich erbij neerlegde. Maar toen hij kruipend naar boven moest, had zijn dochter doorgezet. Het bed was in de kamer gekomen. Dit werd gevoeld als een decorwisseling voor het laatste bedrijf. En dat was het ook. De man was het slachtoffer van een gemene ziekte. Drie jaar had hij ermee geleefd, gewandeld over toppen van geluk en blije triomf en door dalen van slechte berichten en moordende kuren. Nu ligt hij in bed. Zijn vrouw wijkt niet van zijn zijde. Ze leest hem de wensen van zijn gezicht. Maar hij is geen slachtoffer. Hij maakt complimenten. Hij laat zijn kleinkind op zijn borst zetten en zegt: ‘Ik weet niet of jij je dit later herinnert, maar ik neem dit moment mee naar de hemel!' Hij maakt grappen. Tegen de verpleegster die een formulier invulde en vroeg: hoelang ben ik nou hier geweest?', zei hij prompt: ‘veel te kort!' Hij zegt vaak dank-je-wel tegen zijn vrouw. Hij is geen slachtoffer, eerder de regisseur van zijn leven. Hij kan het onvermijdelijke niet tegenhouden maar hij aanvaardt het en neemt de regie, en hij creëert met zijn dierbaren misschien wel de mooist dagen van zijn leven.

BEETJE PASEN AL

Jezus wordt vermorzeld door politieke spanningen en theologische discussies, maar hij blijft de baas over zijn leven. Hij regelt wat er gebeurden moet. ‘Haal me een ezel', zegt hij. Hij gaat erop zitten. ‘Hosanna' zingen de mensen. Hij weet precies wat hij doet. Hij, die als een lam van Pasen wordt geslacht, schuldloos offer aan God, hij stijgt uit boven zijn lot. De Eeuwige moge hem genadig zijn. Het paasgeloof wordt geboren, en alvast met palmen gevierd.

 

GENOEG

Lieve kinderen. ‘Dikkop', heette hij. Maar dat vond hij niet erg. Dikkop was een ezeltje en het kon hem niks schelen hoe ze hem noemden. Dikkop kende maar een paar woorden. I-ah, dat verstond hij. I-ah betekende ‘ik voel me alleen'. En heel diep grommen kon hij. Brommen betekende: ‘ik vind het gezellig.' Meer had Dikkop niet nodig. Vandaag stond hij alleen in de wei. ‘I-ah', riep hij een beetje treurig want hij was eenzaam. Daar kwam Chris. Chris liep met zijn hoofd naar beneden. Af en toe schopte hij tegen een steen. Hij liep hardop te foeteren. Alles zat tegen vandaag. Ruud was hem niet komen ophalen. Hij zou dadelijk te laat op school komen. Het schoolonderzoek zou een flop worden en in het elftal was hij ook al niet gekozen. ‘Ha dikkop!', riep hij. Hij bleef staan. ‘Ben je ook zo verdrietig?' Hij stak zijn hand uit. Dikkop kwam dichterbij. Chris aaide hem in de hals. ‘Jij kunt er niks aan doen.' Dikkop keek hem met grote begrijpende ogen aan. ‘Jij laat me niet in de steek.' Dikkop knikte met zijn grote grijze hoofd. ‘Jij maakt mijn hele dag goed!' Dikkop liet een diep bromgeluid horen. En Chris ook. Ezeltjes brengen vrede. Ze hebben maar twee woordjes: ‘Ik voel me alleen' en ‘ik vind het gezellig!' Genoeg om een zware week aan te kunnen.