Palmzondag (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 855 niet laden

"Wir haben es nicht gewußt". Dat zei men in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog toen men ter verantwoording geroepen werd vanwege de misdaden gedurende de nazi-tijd. "Wir haben es nicht gewußt". Woorden met een nare nasmaak omdat ze klinken als een slap excuus: Had men wérkelijk niet geweten wat zich ook in eigen dorp of stad, voor de eigen neus dus, aan verschrikkelijks had afgespeeld of wílde men het niet weten; wilde men het niet méér weten, zéker na de oorlog niet? Had men al die tijd liever weggekeken omdat dat natuurlijk wel zo rustig was? Mijn naam is haas en ík weet nergens van. "Wir haben es nicht gewußt".

Afgelopen dinsdag klonken de woorden, in verband met seksueel misbruik van kinderen en opgroeiende jeugd door priesters en kloosterlingen, uit de mond van kardinaal Simonis, de emeritus-aartsbisschop van Utrecht, gedurende vierentwintig jaar for better and for worse, tegen wil en dank, het boegbeeld van de katholieke kerk in ons land. "Wir haben es nicht gewußt". De kardinaal heeft kritiek gehad op die woorden. Ze zouden een faux pas zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Volgens mij zijn die woorden juist een schot in de roos en drukken ze precies uit hoe in verband met seksueel misbruik binnen onze kerk de vork steeds in de steel gezeten heeft. "Wir haben es nicht gewußt". Wegkijken, signalen, feiten en klachten negeren, uit gêne en onvermogen om met name zaken die met seksualiteit te maken hebben rustig en zorgvuldig te onderzoeken én te bespreken én goed te behandelen, de kop maar in het zand steken en met een grote boog om de problemen heenlopen: onmiskenbaar is dát het beeld dat de leiding van onze kerk op dit punt te zien geeft. Én maar het eigen straatje schoonvegen. Bah! Ik heb er geen ander woord voor.

 In de media, op straat, in het café, in de huiskamer en op de preekstoel de zonden, tekorten en misdaden van andere mensen, binnen en buiten de kerk én van bijvoorbeeld "De Kerk" als zodanig, aan de kaak stellen, daar zijn we intussen goed in. De hand in eígen boezem steken en bedenken en belijden waar je zelf de fout in bent gegaan, dat vinden mensen meestal veel moeilijker en daarvoor deinzen ze veelal terug - terwijl dát wél de verlossende weg is. "Ik, pastor Pierre Valkering, ben mij ervan bewust dat ik in mijn persoonlijke verhoudingen en in mijn manier van omgaan met mijn seksualiteit óók mijn fouten heb gemaakt." Of: "Ik, Jozef Ratzinger, paus Benedictus XVI, ben in de tijd dat ik prefect van de Congregatie van de Geloofsleer was, in welke hoedanigheid ik alle verantwoordelijkheid voor seksueel misbruikzaken juist naar mij toegetrokken heb; ik ben destijds ernstig tekort geschoten wat betreft de behandeling van diezelfde zaken". Deze laatste woorden hebben we van de dienaar der dienaren Gods tot op heden echter nog níet mogen vernemen terwijl juist zulke woorden, woorden waarmee iemand werkelijk zélf verantwóórdelijkheid neemt voor het eigen doen en voor de eigen nalatigheid, toch enorm de lucht zouden kunnen klaren en de Kerk écht goed zouden kunnen doen in de huidige nachtmerrieachtige omstandigheden waarin zij is terechtgekomen. Op de eerste plaats de paus, maar ook wij allen, hebben in deze aan de apostel Petrus zoals wij hem in het lijdensverhaal tegenkomen toch een geweldig voorbeeld ...

 Het was nacht, ook toen, en driemaal kraaide de haan. En op dat moment draaide Jezus zich naar Petrus om - die zich op dat moment pas realiseerde dat hij Jezus verloochend had - Jezus die op Palmzondag gezeten op een veulen Jeruzalem was binnengetrokken. "Een veulen ... waarop nog geen mens heeft gezeten" was het. Ik denk: dat nog onbereden veulen is een prachtig beeld van de eerste berijder ervan, dat jonge dier is een prachtig beeld van Jezus' pure en onbedorven mens-zijn. Ja, in Hem, in Jezus, mogen alle misbruikte en mishandelde kinderen zeker hun bondgenoot zien. Want Zijn onschuld was als de hunne. En ook Hij zal, zoals zij, het slachtoffer worden van mensen die aan die onschuld vergrijpen.

 "Wir haben es nicht gewußt". De onschuldige wordt het slachtoffer. Men staat er met de neus bovenop. Men is erbij. En men grijpt niet in. Men laat het gebeuren. Men is als verlamd. Men zit te slapen. Men werkt er bewust of onbewust aan mee. Zo was het destijds in Jeruzalem. En zo was het in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw en in vermoedelijk alle eeuwen ervoor in allerlei kerkelijke jeugdinstellingen. Misbruik is van alle eeuwen ben ik bang. En het moet aan het licht gebracht worden, dat is goed en dat is recht. "Wie de waarheid doet, komt naar het licht toe" zegt het Johannes-evangelie[1]. Welnu, veelgeliefden, Jezus van Nazareth, de Christus, is beide: waarheid en licht. Bidden wij derhalve op deze Palmzondag dat Zijn waarheid en licht elke ónwaarachtigheid en duisternis in ons aan het licht mag brengen. Bidden wij dat Zijn Geest in ons áán ons de moed mag geven om onze eigen zonden, tekorten en mis-daden eventueel eerlijk onder ogen te zien en te doen bekennen - opdat wij óók de vergeving van God en mensen mogen gaan ervaren. Moge Jezus' licht in ons en in onze gemeenschap zó groeien. Amen.