Over oenen, ezels en klunzen (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

PINK TE KOOP

Mijn vader was onderwijzer. Van het boerenbedrijf wisten wij niet veel. Thuis hadden we alleen een konijn, Fanny. We plukten weegbree voor hem totdat hij met Kerstmis zou worden geslacht.
Toen ik op het gym zat werkte ik in de vakantie op de advertentieafdeling van een krant. Op vrijdagmiddag gaven autohandelaren en boeren telefonisch van die kleine advertenties door. Daarin kwamen veel namen en getallen voor waar ik geen raad mee wist. Op zekere dag werd de volgende annonce gedicteerd: ‘Te koop: een pink...’ ‘Pardon’, zei ik, ‘dat heb ik niet goed verstaan.’ ‘Een pink’ herhaalde de boer aan de andere kant. ‘Een pink...?’ ‘Ja natuurlijk’, klonk het geïrriteerd. Ik dacht: dit kan niet, maar ik durfde niet nog eens te vragen. Dan moest ie het zelf maar weten. Dapper noteerde ik: ‘Te koop, een pink’!
Misschien had u wel geweten dat ‘een pink’ ook een kalf is. Maar weet u dan ook wat een ‘kluns’ is? Weet u dan ook wat een ‘oen’ is? Oenen en klunzen zijn ezels, gecastreerde ezels. We kennen de termen beter in de afgeleide betekenis van ‘domkop’. Het is geen compliment als je iemand een ezel noemt. Ezels heten lui, klunzig en koppig te zijn.

LIEVE EZEL

Voor een goed begrip van palmzondag moeten we ons realiseren dat ezels en klunzen heel anders zijn.
Ezels lopen altijd met regelmatige tred om hun energie zo goed mogelijk te benutten. Ze galopperen alleen als ze op de vlucht slaan. Daarom zijn ze zulke geliefde lastdieren. Koppig is een ezel helemaal niet.
Ezels zijn gezelschapsdieren. Om contact met de kudde te leggen kunnen ze ongelooflijk hard balken. Soms als ze boos zijn knorren ze. Als ze opgewonden zijn gaan ze briesen, maar als je een ezel zacht hoort kreunen, dan zoekt ie gezelschap. Voortdurend verzorgen ze elkaars huid. Dat is een soort knuffelen. Nieuwe dingen en mensen onderzoeken ze met hun lippen. Ze geven elkaar kusjes met de neus. Vechten doen ze bijna nooit. Als er ruzie is proberen ze elkaar te imponeren met de oren naar achteren en bijtbewegingen. Eventueel gaan ze met de koppen tegen elkaar duwen. Meestal druipt er eentje af en die wordt nauwelijks achtervolgd. Ze vermijden het conflict. Van oudsher vielen ezels op door hun vredelievend, sociaal en intelligent karakter. Dat wij ze ezels, oenen en klunzen noemen verraadt ons heimlijk verlangen naar het gevecht, de triomf over anderen.

ADONIA EN SALOMO

Jeruzalem stroomt vol met Pasen. De joden vieren bevrijdingsdag. De Romeinen zitten hoog te paard, vastbesloten om met harde hand het volk in toom te houden. En daar komt Jezus met zijn kleine stoet. Hij zit op een veulen. Hij zit op een ezel zoals eens koning Salomo. Inderdaad. De joodse toeschouwers kennen hun geschiedenis.
Toen David hoogbejaard in zijn sterfbed lag kon hij het maar niet warm krijgen, zo vertelt het boek Koningen, met hoeveel dekens men hem ook toedekte. Ten einde raad zocht men een mooie jonge vrouw om hem tot kruik te dienen. Een van Davids zonen, de snelle Adonia maakte misbruik van de situatie. Hij schafte zich een wagen met paarden aan en een escorte van 50 man en liet zich tot opvolger uitroepen. Maar dan stuurt David zijn zoon Salomo op een muildier naar Gichon, een bron bij Jeruzalem, om daar tot koning gezalfd te worden. Omstaanders juichen hem toe, deze vorst van vrede, gezeten op de dienstbaarheid zelve.
Duidelijker kon Jezus dus niet zijn. Duidelijker kon hij in profeten-taal niet zeggen dat zijn koninkrijk van een heel andere orde is dan het Rijk van de Romeinen. Maar het misverstand is gezaaid. De mensen juichen om hun koning. ‘Hosanna’, roepen ze. ‘Help ons’ betekent dat eigenlijk. De Farizeeën zijn bang voor de reactie van de Romeinen.

HET RIJK VAN PAARDEN EN VAN DE EZELS

Het eeuwige misverstand omtrent Gods Rijk doet weer zijn vernietigend werk. In de geschiedenis was er altijd de verleiding om anderen met de bijbel om de oren te slaan; om met dogma’s anderen te verketteren en te discrimineren. Altijd is er de bekoring geweest om de eigen machtspositie te zegenen en heilig te noemen. Maar Jezus was juist koning van dat andere rijk. Het rijk van kwetsbare mensen die eerbied voelen voor elkaar, die elkaar vergevingsgezind zijn en die in staat zijn om te delen, lief en leed, brood en water.
Beide koninkrijken zijn in Jeruzalem aanwezig. De ene koning zit hoog te paard, de ander komt op een veulen. Jezus ziet hoe het conflict zich toespitst. Straks staat hij voor Pilatus. Nu huilt hij over de stad. Want het koninkrijk van de paarden zal Jeruzalem tot ondergang zijn. Heerszucht, machtswellust en hebzucht zijn vernietigende krachten.
De ezel, de oen en de kluns maken een kreunend geluid. Zij zoeken liefde.

DE KNUFFELS VAN MINOU

Lieve kinderen. Toen ik bij Minou op de slaapkamer kwam dacht ik eerst dat ik in een speelgoedwinkel terecht was gekomen. Over haar hele bedje lagen knuffels. Ik kon ze niet tellen. Grote en kleine, maar allemaal zacht en met grote ogen. Ik zag een dolfijntje en beertjes, ik zag zelfs een giraffe en een eend. Minou lag er tussen met de kleren aan. Ik zag een paar tranen. ‘Wat is nou je liefste knuffeltje?’, vroeg ik. Minou klemde haar armen strak om haar lijfje. Ze was zeker bang dat ik haar liefste knuffel wilde meenemen. En wat een domme vraag. De liefste knuffel had ze bijna wurgend in de armen gesloten. Het was, je raadt het al, een ezeltje. Minou vond ezeltjes zo lief. Als ze in de kinderboerderij was, ging ze het liefst naar de ezel. De ezel kon je aankijken alsof hij je begreep. ‘Ik ben een beetje verdrietig’ zei Minou. De kinderboerderij is dicht. ‘Weet je wat we doen, Minou, we bidden voor alle ezeltjes en koeien en varkens, en voor alle boeren en boerinnen, want ze hebben het zo moeilijk. Minou knikte en gaf haar ezeltje een knuffeltje.