Aan hun voertuig ken je de mensen (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

DE AUTO VAN MIJN VADER

Samen met de toenmalige kapelaan van Nieuwenhagen had mijn vader een oude auto gekocht. Dat was nog voor de oorlog. De aankoop diende, zo luidde het verhaal, om een communistische monteur in het dorp gunstig te stemmen tegenover de kerk. Of dat laatste gelukt is vertelt de historie niet. Iedereen zal de ware motieven van de kapelaan en de onderwijzer wel doorzien hebben. Hoe dan ook, toen mijn vader met dit autootje zijn verloofde ging bezoeken in Panningen, verbood mijn grootvader om de auto voor zijn huis te parkeren. Dat moest uit het zicht, twee straten verderop. Zo leerde ik al jong dat het veel uitmaakt met welk vervoermiddel je verschijnt.

DE FIETS VAN TANTE LENIE

Ik heb ik heel wat mensen voorbij zijn komen. Tante Lenie bijvoorbeeld. Tante Lenie kon wel fietsen maar niet afstappen. Als ze de boerderij naderde stond een knecht op de uitkijk bij het raampje boven de poort. Zodra de knecht tante in het oog kreeg moest hij snel de poort wagenwijd openmaken. Tante draaide de binnenplaats of. Ze verloor steeds meer snelheid. Koerste op de zijmuur aan, waartegen ze dan rechtstandig tot stilstand kwam. 

DE OLIFANT VAN HANNIBAL EN MEER


Ik zie uit de geschiedenisles Hannibal met zijn olifanten over de Alpen trekken. Ik zag hem bovenop zo’n kolossaal dier zitten en vroeg me af hoe verwonderd de beesten zouden zijn geweest over die besneeuwde bergtoppen.
Ik herinner me hoe we als kinderen op mooie zondagmiddagen drie kwartier naar de Maas wandelden om de Sabena helikopter te zien landen. We vergaapten ons aan de enkele passagiers die eruit stapten met grote zwarte hoeden die ze met beide handen stevig op hun hoofd drukten.
Ik voel ook nog steeds een licht gevoel van meeleven met Sint Nicolaas als ik met angstige spanning volg hoe het paard wat nerveus zijwaarts richting publiek begint te lopen. Het is alsof je voelt dat man en paard niet bij elkaar horen. En niet te vergeten dat bruidspaar dat over die Antwerpse priester had gelezen, die actie voerde voor meer veiligheid voor Belgische fietsers. Hij deed de Mis gratis voor paren die op de fiets naar de kerk zouden komen. De bruidegom had een oude bakkersfiets op de kop getikt. In de broodmand lag een bos koren en achterop zat de bruid.

DE EZEL VAN JEZUS

Mensen komen met speciale voertuigen en geven daarmee een beeld van zichzelf. Een beeld dat je verstaat, ook zonder dat je daarover hoeft na te denken.
Tussen al die mensen in hun autootjes, jeeps en boten, die kinderen op alle mogelijke wielen, die pubers op ronkende motoren, die bonte stoet mensen op kamelen en struisvogels, daartussen is me die ene het meest lief geweest: Jezus op zijn ezel. Ook toen ik al die joodse teksten nog niet had gelezen die elke inwoner van Jeruzalem kende, over God die zijn volk komt redden als een koning van vrede die komt op een veulen, ook zonder die achtergrond voelde ik: hier komt iemand die zachtmoedig is. Iemand die jou in je wezen laat. Iemand die iets boeiends te vertellen heeft, een geheim, maar het hoeft niet vandaag en net zo graag luistert hij eerst naar jou. Zo iemand.
Zo is mij die Jezus op zijn ezel bijgebleven. Trouwens, bijna evenveel sympathie voelde ik als kind voor Dik Trom die achterste voren op een ezel zat.

OP EEN EZEL ZITTEN

We moesten eens wat vaker op een ezeltje gaan zitten, bij wijze van spreken. Als de kerk al zijn vermaningen, al zijn regeltjes, raadgevingen en wetgevingen had gedaan vanaf een ezeltje, zachtmoedig en met eerbied voor de toegesprokenen, wat zouden we gehoor gevonden hebben! Als wij onze overtuiging over goed en kwaad, onze hoop omtrent leven en dood, hadden gedeeld als het ware zittend op een ezeltje, zonder die betweterige houding van heilige rechters, wat zouden we graag beluisterd zijn! We moeten Jezus niet op een paard zetten of een olifant. We moeten hem niet in een limousine zetten of in een tank. Laten we hem eren, zo kwetsbaar als hij kwam op een ezeltje. Hoe kwetsbaar dat is, horen we in de loop van de week die komt.

MEISJESACHTIG?

Lieve kinderen.
Pim zou de eerste communie doen. Hij had het verhaal gehoord van palmzondag. Aarzelend stak hij de vinger op. ‘Ja, ik vin ezeltjes wel lief..., maar ik vin ze...’ Pim begon te giechelen en naar zijn vriendje Tom te duwen, die ook giechelde en duidelijk al wist wat Pim ging zeggen... ‘Ik vind ze wel lief, maar een beetje meisjesachtig.’ Pim zat zelf achter zijn Play Station altijd op grote motoren met een stoer pak aan en dan deed hij er heel lang over om de goede skins te kiezen. Pim was een eerlijke jongen. Hij had gelijk. Mensen kiezen dikwijls het beest dat het snelste is, of het grootste. Daarom was Jezus ook zo bezorgd. Jezus dacht: daar word je niet gelukkig van. Als je altijd sneller wilt zijn en beter, dan houd je geen vriendjes over. Dan heb je alleen maar tegenstanders. Intussen had Ans een dringende vinger. Ze was een beetje boos omdat Pim gezegd had dat ezels meisjesachtig waren. ‘Pim rijdt me altijd met zijn skateboard van de stoep af’ zei ze. Pim wist even niet of hij trots moest zijn of ‘nee’ moest roepen!